23 november 2009

Sprokenwijsheid: De schone slaapster

In Sprokenwijsheid heeft Kaiser ons een diepe innerlijke aansluiting meegegeven op een waarheid die weliswaar in ons leeft, maar die wij maar al te graag over het hoofd zien, totdat er een wending plaats vindt in ons leven, en wij geleidelijk aan beginnen te vermoeden dat het juist die diepverborgen ongekende waarheid is die ons trekt, om terug te keren tot onze bron, tot God, in plaats van ons steeds weer en steeds meer in de wereld te verliezen.

Een Cursus in Wonderen brengt op humoristische wijze hetzelfde thema in de Bijbel naar voren, door op te merken dat er wel staat dat Adam in slaap viel maar er nergens aan gerefereerd wordt dat hij wakker werd. (ECIW:T2.I.3-4) En de Cursus gaat natuurlijk over het ontwaken, want alle vergeving is niet anders dan het loslaten van onze eigen wil die met God overhoop ligt, en te leren in plaats daarvan onze Leiding te zoeken in de wijze liefde van de Heilige Geest, die ons weer naar huis leiden wil. Het thema van de schone slaapster wordt in de Cursus als volgt weergegeven, met een onmiskenbare toespeling op het sprookje:

Zij die speciaal zijn, zijn allen in slaap, omgeven door een wereld van lieflijkheid die ze niet zien. Vrijheid, vrede en vreugde staan hier, naast de baar waarop ze slapen, en roepen hen toe tevoorschijn te komen en uit de droom des doods te ontwaken. Maar zij horen niets. Ze zijn verzonken in dromen van speciaalheid. Ze haten de roep die hen wekken wil, en vervloeken God omdat Hij hun dromen niet tot werkelijkheid heeft gemaakt. Vervloek God en sterf, maar niet door de hand van Hem die de dood niet heeft gemaakt, maar enkel in de droom. Open je ogen een beetje; zie de verlosser die God jou gegeven heeft, opdat je hem zou kunnen zien en hem zijn geboorterecht terug zou kunnen geven. Het is het jouwe. (ECIW:T24.III.7)
 Er ligt natuurlijk ook een toespeling in besloten aan de episode in Genesis waar Esau zijn eerst geboorterecht aan Jacob verkoopt, en in termen van de Cursus mogen wij ook denken aan T26.IX.6:1 - De heiligste van alle plekken op aarde is waar een oeroude haat een huidige liefde is geworden. Kortom, waar de haat van het afgescheiden ego bestaan wordt losgelaten en wij in onze broeder, met wie wij in de strijd om het bestaan verwikkeld waren, eindelijk ons ware Zelf herkennen, en dus het gelaat van Christus zien in plaats van de afgunst en haat van het ego. Dat is de "kus" van de Prins, of van Jezus (immers een Prins is de Zoon van de Koning), die onze ziel ontwaken doet uit de eeuwenlange sluimering van het bestaan in de tijd, dat niets anders blijkt dan eindeloze herhaling van steeds dezelfde afscheidings gedachte.

Hoe belangrijk is het dus niet dat wij beseffen dat wij die schone slaapster zijn, of, in de woorden van andere sproken, bevangen door een toverspreuk, want dat is het ego natuurlijk, een gevangenschap, een slavernij, een complete bedwelming, een droom, die ons van ons ware leven berooft. Totdat, totdat...

Zoals gewoonlijk geeft het materiaal uit de Cursus ook duidelijk aan de weerstand die wij hebben tegen het ontwaken, omdat wij ons in onze angst voor de liefde van God vastklampen aan de valse persoonlijkheid die wij denken te zijn, en dus met alle macht willen blijven dromen. Kaiser beschrijft dit elders prachtig in zijn bespreking van het boek Exodus, hoezeer wij steeds terug willen keren tot de "vleespotten van Egypte," en dus in feite bang zijn voor de belofte van het "beloofde land," dat ons vrijheid zal bieden, net als een stel gijzelaars met Stockholm-syndroom, die zich aan hun kidnappers vast blijven klampen. Een zeker respect voor deze weerstand is een zeer behulpzaam inzicht in tijden dat het lijkt of wij dag na dag steeds hetzelfde moeten vergeven, omdat wij ons zó totaal vastgebeten hebben in onze oude patronen, dat wij dus zelfs de "Prins" die ons verlossen komt van tijd tot tijd als een bedreiging zien. De poëzie van Helen Schucman geeft vele voorbeelden van deze ambivalentie in onze relatie met Jezus.

Rogier F. van Vlissingen

14 oktober 2009

De Poort

In 'Inwijding' (J.W. Kaiser uit: Mysteriën van Jezus in ons leven), spreekt Kaiser over 'Inwijding' als het binnengaan en binnengeleid worden.
In dit proces van transformatie van 'de Tijdsbeleving in de Eeuwigheidsbeleving' (JWK Inwijding blz. 19) moeten de door ons opgeworpen obstakels weer opgeheven worden.
Hij beschrijft dat als volgt in prachtige symbolische taal:  
Daar moeten wij juist leren in het ongevormde zwevende te zijn temidden van de ongetelde kras-aanmatigende vormen. Zodat voor alle mysten Vormgeving en Vormverbinding onophoudelijk de Judas is, datgene wat de in ons tot leidende gestalte gekomen zoon van God voortdurend "overlevert" aan de vele machtsinstanties van het God-trotserende, tijdsgeboren Ik. De Hogepriester met zijn overpriesters, schriftgeleerden, pharizeeërs, samenspannend met de barbaarsheid van Herodes (wellust) en het geweld (Rome) verkocht verstand (Pilatus). Niet om determinering of het kennen dier symbolen gaat het, maar om de voldoening aan die onverbiddelijke eis.' (JWk Inwijding blz. 19)
Dit zegt eigenlijk hetzelfde als wat ik zie en ervaar de laatste tijd, alle zogenaamde blokkades die de ego-denkgeest ('het God-trotserende, tijdsgeboren ik'. JWK) op heeft geworpen en opwerpt ten einde dat wat ik werkelijk ben aan het oog te onttrekken, symbolisch als 'poorten'. De poorten die ik pas als zodanig kon zien, toen de vraag oprees: 'er moet een andere manier zijn'.

Dan kan het proces van 'binnengaan en binnengeleid' worden beginnen.

Ineens werd de grauwe sluier van een stuurloos voortgesleept worden door de schijnbaar willekeurige chaos van de ego-denkgeest, opgetild en zag ik de poorten waardoor gegaan moet worden ten einde te kunnen binnengaan, voor me opdoemen één voor één.
En begreep ik plotseling dat altijd aanwezige Verlangen een verlangen dat ik leven(s)lang vruchteloos trachtte te stillen in de voor mij tot dan toe enige zichtbare wereld. Het bleek het diepe Verlangen naar de Liefde van God.
Ook weer prachtig beschreven door JWK: 
Zo komt de Wachtende die weet, dat wij ons herhaaldelijk vergeven aan gestalten van de Tijd, maar dat wij toch niet zijn gehuwd; dat wij als hunkerende vrijgezellen ons "bevestigen" aan deze en aan gene, tot wij uiteindelijk de eeuwige Geliefde vinden, in Wie alle hunkering verstilt' (JWK Inwijding. blz.20 )
Dat wat 'Inwijding' wordt genoemd is eigenlijk niets anders dan het weer terugkeren naar God, naar Huis, zoals in het verhaal van de verloren zoon wordt beschreven. Terwijl in werkelijkheid niets of niemand ooit maar de Eénheid heeft kunnen verlaten. Het is slechts een droom van afscheiding een waangedachte, 'een nietig dwaas idee' zoals ECIW dat noemt. (ECIW T27.VIII.6:2)
Hieruit volgt het onvermijdelijk gevolg dat terugkeer voor elke schijnbaar afgedwaalde, afgescheiden denkgeest 'verplicht is', onontkoombaar, zoals in de Inleiding van ECIW staat: 
Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. (ECIW. Inl. 1)
Verlossing is onvermijdelijk, maar wij moeten zelf de bereidwilligheid tonen het te willen. Ook dit kom ik in 'Inwijding' van JWK tegen:

Op iederéén rust deze blik, en "waar ook maar de kleinste "aanvang" wordt geboren in een leed-geploegde, met Verlossingszaad bezaaide, wordt onmiddellijk handreiking gedaan. (..)
Zelfs de geringste Inzet die wij mensen doen als innerlijk bereid-zijn, niet door ons omschreven of bestemd, in argeloos vertrouwen, wordt ontvangen en beantwoord van omhoog.. (JWK Inwijding blz.20.
 Als dan de keuze is gemaakt en de bereidwilligheid er is, ervaren is dat er een andere manier moet zijn (ECIW) dan dit lijden, tot inzet voor het heilige bereid (JWK) dan is een mens aannemelijk als Neophiet, toegankelijk voor de Meester. (JWK Inwijding blz.21) 
en dan: 
Dit is de status van de ziel waarover Jezus Christus zich ontfermt, de zieletoestand waarin een mens bereid is de leiding uit handen te geven, niet meer aan een mens of groep van mensen, of een door mensen opgericht instituut, maar aan God. Zo klopt een mens zonder het te weten aan de Poort der Inwijding, niet door te hunkeren naar kennis van geestelijke dingen; niet door te streven naar persoonlijke vervolmaking, niet door enige wens te groeien of te stijgen, beter, schoner of machtiger te worden, verwerft een mens toegang tot deze Poort. Maar in ontgoocheling, in vertwijfeling, in onmogelijk verder kùnnen meedoen aan de waanzinnige strijd om zelfbehoud en zelfverheffing, in algehele opgeving van welke illusie-najaging dan ook. Want daardoor alleen laten wij de waanschema's van zelfvervulling los, die ons binden aan eendere bevangenen en bereiken wij de mogelijkheid van het Zoonschap. Zo klopt een mens aan zonder het te weten, en de Poort gaat open, zonder dat hij het ziet. Want elke Inzet van bereidheid tot het onbekende, niet op zelfvoldoening gerichte, geeft als reflex Oproep. Deze Oproep is het antwoord van omhoog, een uitnodiging om te zijn en te doen. Die Oproep bestaat uit ons dan toegezonden Tijdsgebeuren dat wij niet doorzien. In dit Tijdsgebeuren wordt nauwkeurig toegediend, wat dienstig is om los te maken van onze fatale bindingen en in het "staan" te midden van deze doorziene figuur, Gaan wij het Pad. Uit het Gaan resulteert enige vermindering van onze "blindheid' . Uit het Gaan resulteert dus enig Zien. (JWK Inwijding blz. 21/22)
Dan kan het proces van het Pad gaan (JWK) of het volgen van Jezus en of de Heilige Geest, zoals ECIW het merendeels noemt, aanvangen. Aan de Hand van Jezus en of de Heilige Geest leren we de blokkades die tegen de Liefde van God zijn opgeworpen herkennen en loslaten, vergeven. Een meestal onvermijdelijk als pijnlijk ervaren pad, immers lang gekoesterde overtuigingen mogen nu worden losgelaten en vergeven. Totale overgave is geboden in deze woestijngang (JWK Inwijding blz. 23)

En de "Inwijdeling" toont alleen bereidheid hij "hoeft niets te doen" integendeel elke bemoeienis of inmenging verstoort en remt het proces alleen maar af en moet als niets anders worden gezien dan de verdediging van de ego-denkgeest. Alertheid is dus geboden en deze verdedigingen moeten worden gezien voor wat ze zijn aan het licht gebracht en ook weer vergeven. Niet geanalyseerd, afgewezen, gekoesterd, maar overgegeven aan Jezus en of de Heilige Geest, Zij die ons voorgaan.
Het analyseren, willen begrijpen, wetenschappelijk benaderen, of er een of andere theologie tegenaan gooien is alleen maar het dralen voor de Poort. Is dralen in tijd en ruimte. De Poort alle aandacht geven en niet het erdoorheen gaan. De Poort zien als doel, door deze nog eens even lekker opfrissen door een nieuw verfje te geven of, op te poetsen tot het koper weer glimt, misschien nieuw hang en sluit werk, extra verstevigen, misschien en klein kijkgaatje erin aanbrengen of een brievenbus, is niets anders dan alleen maar het verbergen van de angst er niet doorheen te willen gaan.
of zoals JWK het verwoord: 

Realisatie in de tijd is het grote obstakel. Toch is ontkenning van tijdswaarden als "obstakel" zelf ook weer een obstakel. De schijnbare wreedheid van tijdswaarden is resultaat van miskenning van tijdswaarden als obstakel.
Ons denken tracht het eeuwige te vatten en is daarom zelf beletsel voor nadering en toelating van het eeuwige in de mens. Het uit drang naar zelfbehoud geboren denken is volkomen in de ban van het verleden. Het kan daarom nooit de gids of baanbreker zijn in het nog niet beleefde. (JWK Inwijding blz. 28)
Ik heb de Poort leren zien als Kans, een kans om terug te keren naar Eenheid, naar God. Door de blokkades van de ego-denkgeest te onderkennen, aan het licht te brengen, worden ze kansen om weer terug te herinneren wat ik werkelijk ben: Geest en één in God.Door ze aan Jezus en of de Heilige Geest te geven gaan ze werken als hulpmiddelen, als sleutels die de Poort ontsluiten. Zo wordt elke ervaring een keuze moment, kiezen voor de ego-denkgeest of voor de Heilige Geest Denkgeest.Over het niet zelf doen, maar het Overlaten staat in een van de Logia, die door Margaretha Hofmans werden doorgegeven, en in dit hoofdstuk zijn opgenomen:  
Indien al de schroeven van kwaadaardigheid vaster liggen dan zo oorspronkelijk lijkt, dan behoeft de leerling zich daar niet over te bekommeren, omdat dit het werk is van de Timmermanszoon. En zijn hand is sterk, en vooral onwrikbaar,
De keuze tussen de ego-denkgeest of de Heilige Denkgeest zal ik wel zelf moeten maken, een keuze gemaakt binnen de specifieke persoonlijke ervaringen. Geen theoretische keuze maar een doorleefde keuze door de persoonlijke ervaring heen. En uiteindelijk de volledige Verzoening aanvaarden voor mijzelf. Dan zal de Poort zich openen en volledig verdwijnen, dan zal blijken dat er geen Poort was en is en zal zijn. Dan vallen begin en einde volledig samen.


Annelies Ekeler

10 oktober 2009

Een nieuw begin voor dit blog

De voorganger van dit blog op Xanga groeide tot een punt waar althans alle boeken van Kaiser een inleidende bespreking kregen, en enkele themas in zijn werk wat verder uitgediept werden.

Veel van die groei gebeurde in een samenspraak met Annelies Ekeler, met wie ik in de loop der jaren een intense samenwerking ontwikkelde, o.a. rond de vertalingen van het werk van Gary Renard in het Nederlands. In deze laatste jaren is ook bij haar een diepgaande liefde voor het werk van Kaiser ontbloeid, en ik voelde het vaak als een belemmering dat zij alleen kon antwoorden op een blog dat ik begon, en niet zelf een nieuw onderwerp kon entameren. Blogger maakt het gemakkelijk om meer dan één schrijver op een blog toe te laten.

Recentelijk maakte Annelies gewag van enkele ervaringen die zij had, waarbij zich alweer haar bekendheid met het werk van Kaiser aandiende als een belangrijke handrijking in het herkennen van de ware aard van haar ervaringen, en dat gaf mij de concrete aanleiding om nu alles in orde te maken zodat wij gezamelijk verder kunnen bloggen, zonder ons bezorgd te maken over wie voorgaat met het aansnijden van een nieuw onderwerp.

Inmiddels is het eigenlijk te gek dat wij in Nederland aan de lopende band boeken verkopen van alle mogelijke vreemde knakkers op spiritueel terrein, als ze maar uit het buitenland komen. Boekenplanken vol met spirituele charlatans, en met daar tussendoor zelfs ook enkele waarachtige spirituele leraren, zoals Byron Katie, Jeff Foster, Eckhart Tolle, en een aantal waarachtige leraren van de Cursus, zoals Ken Wapnick, Gary Renard, enz. En nog vele anderen zijn vanzelfsprekend waardevol.

Johan Willem Kaiser is echter zonder enige twijfel een leraar van wereldformaat, en één die de ware leer van Jezus in een voor zijn tijd geeigende stijl ongeëvenaard tot uitdrukking wist te brengen. Het resultaat loog er niet om, en min of meer zoals Ken Wapnick altijd lachend zegt dat hij altijd weet dat hij goed bezig is als de hele zaal in slaap valt, zo werd ook het werk van Kaiser volledig verwaarloosd, en tijdens zijn leven niet erkend, en raakte het na zijn dood snel in de vergetelheid.

Na zijn overlijden bleek toch ook dat onder andere de nasleep van de Hofmans-affaire ten paleize, eigenlijk een redelijke waardering van Kaiser's werk kennelijk in de weg stonden, en zijn werk verdween geleidelijk aan merendeels naar de Slegte. Net als met de Cursus, kan zijn taalgebruik ietwat intimiderend lijken, echter naarmate onze eigen eerste hands spirituele ervaring toeneemt, zal die taal steeds minder een belemmering worden, en er een diepgaand herkennen groeien dat hij er één was die ons voorging, en in de moderne tijd ons wist bij te brengen hoe en waar wij ons zoeken dienden te richten om onze eigen relatie met de Meester aller Meesters te vormen.

Geduld is echter een schone zaak, en Kaiser's werk groeit voor ons, naarmate wij de tijd nemen om het op ons in te laten werken, en er alweer ook zelf in doorgroeien, zodat een innerlijk verstaan, meer nog dan een literair/intellectueel verstaan tot stand komt. De ervaringen die ik ook samen met Annelies gezien heb van anderen die op hun beurt weer dit werk ontdekken, bevestigd voor mij weer het blijvende belang van het werk van deze man. Ik hoop dus zonder meer, dat met deze inauguratie van dit nieuwe platform er ook geleidelijk aan steeds meer een basis zal komen voor een herontdekking van het werk van Kaiser, want hij steekt vaak met kop en schouders uit boven veel van de zogenaamde spirituele literatuur van de 19e en 20e eeuw.

Hij staat op één lijn met de groten zoals Krishnamurti, en Sri Ramakrishna, en heeft in veel opzichten werkelijke bijdragen geleverd tot een verdieping van ons verstaan van het werk van de groten van de spiritualiteit, van Blavatsky, Steiner, Gurdieff, Prof. Dr. Hermann Beck, Martin Buber, en vele anderen. Kortom, de tijd is rijp voor de herontdekking van een groot spiritueel leraar die in moderne tijd in Nederland werkzaam was, en die waarlijk nog voortdurend zijn relevantie toont in het leven van de mensen wie zijn werk tot steun heeft mogen zijn in de vaak moeizame tijden van de "dark night of the soul."

Rogier F. van Vlissingen

07 september 2009

Geboorteweeën van de nieuwe mens

In Geboorteweeën is Kaiser aan het woord als natuurmysticus, die in de symboliek van de natuur een weergave ziet van onze hoogste geestelijke verlangens. En dat kan het natuurlijk ook zijn, als wij onze contemplatie laten leiden door de Heilige Geest - dat is voor vele daadwerkelijk ontwaakten in de loop der eeuwen vaak zo geweest. En het is weer Kaiser's specifieke gave om ons te laten zien dat er zovele toegangen zijn die ons allen aan hetzelfde herinneren, indien wij maar de juiste luisterende en ontvankelijke houding hebben. Er zijn vele wegen en de contemplatie van de natuur is er zeker één. In Kaiser's behandeling blijft het een spiritueel en symbolisch proces, en hoewel hij het soms verwoordt op een manier die ietwat verwarrend kan lijken, is het uiteindelijk toch duidelijk dat onze werkelijkheid er een van éénheid is, en dat de vormenwereld waarin wij ons als ego menen te bevinden, een wereld van schijn en illusie is, waar dan het alternatief bestaat om door de Herinnering aan God, als de Verloren Zoon, de terugweg naar Huis te aanvaarden. Kaiser vat dat samen als: "Het is de triomf van het Zijnde over de bijna overweldigende schijn. Het is het vergeten-kunnen van al het bijkomstige omderwille van het indachtig zijn van Het Ene Nodige." (pag. 19)

Het is toch ook duidelijk dat de ontmoeting met Jezus buiten tijd en ruimte ligt, en dat het "ik" bewustzijn, de individualiteit dus, juist de ontkenning van God is (pag 40 en 41). Jezus zal het in de Cursus later nog krasser zeggen, namelijk dat de wereld gemaakt is als een aanval op God. Kaiser wijst er ook op dat ons ik gerichte denken ons dus niet kan bevrijden uit deze warboel, of zoals hij het zegt: "Het denken kan zichzelf niet 'kennen'." (pag 41). En alweer legt de Cursus even later nog meer nadruk op dit punt door uit te leggen dat  de aanklacht (van het ego) wel waterdicht kan zijn, maar niet Goddicht. Met andere woorden, we kunnen onszelf belazeren (zolang als het duurt), maar de Heilige Geest tuint er niet in. We moeten natuurlijk wel om hulp vragen, om juist buiten dat gesloten referentie kader van het ego te komen...

Dit boek als geheel staat in het teken van de overgang van het Vissen tijdperk naar het Aquarius tijdperk, in de zin van het Platonische jaar van de precessie van de lente equinox. Kaiser zag en beleefde de astrologische symboliek op uiterst diepgaande wijze. Hij ziet de overgang van het ene tijdperk naar het andere als een periode van verschuiving in het menselijke repertoire voor levensverwerkelijking, waarbij juist dat verschuiven van die uitdukking en vormgeving van ons bestaan een intensivering teweegbrengt van de mogelijkheid tot ontwaken. Temidden van die verschuivingen ervaren wij dan dus de geboorteweeën van de nieuwe mens, als uitnodiging om te ontwaken tot ware levensverwerkelijking, terwijl om ons heen de wereld doordrenst om ook in die nieuwe symboliek alles toch weer te reduceren tot meer van hetzelfde, zoals het ego het maar al te graag houdt.

Zelf zie ik de verschijning van Een Cursus in Wonderen (ECIW) graag in dit verband: een nieuwe, vernieuwde en veel diepgaander presentatie van de leer van Jezus voor deze nieuwe periode. En het feit dat bijvoorbeeld via het werk van Gary Renard de indruk tot ons komt dat het zeker zo'n vijfhonderd jaar gaat duren vóórdat de Cursus meer algemeen goed worden zal, sluit daar ook weer bij aan, want die overgangen zijn een zeer geleidelijke zaak in onze ervaring in de tijd.

Bij Kaiser lijkt het soms of hij de wereld wel een zeker werkelijkheids karakter toeschrijft en als schepping behandelt, echter op de kritieke momenten zegt/schrijft hij dan toch ook weer dingen waarin een inzicht blijkt over het volledig illusoire karakter van het uitzicht dat ons sterfelijk apparaat hierover koestert (kromzicht). Veel van zijn werk impliceert wel degelijk dat hij het projectie mechanisme van het ego doorziet, en dus de fundamentele psychologische dynamiek onderkent van de droom figuren in onze droom. Ook vinden we hier weer zijn typische behandeling van elementen van het evangelie-verhaal als figuren in onze droom, met de volledige realisatie, geheel in de geest van Freud's droom analyse dat wij zelf alle figuren in onze droom zijn, zoals ook alle spelers in een toneelstuk uit één denkgeest, die van de schrijver, zijn voortgekomen. Zijn inzichten in de symbolische betekenis van die figuren zoals Simeon en Judas, zijn zeer indringend. Zijn behandeling van wat de Cursus de speciale relatie noemt, op pagina 75 is briljant, en zijn term ervoor, "duozelfbehoudsworsteling", is onvergetelijk, omdat het precies de tegenstrijdigheid van zulke relaties tot uitdrukking brengt, dat het een samengaan is ten behoeve van de bevestiging van het valse zelf van ons ego, en dus gedoemd, omdat beide partijen elkaar naar de strot grijpen.

Uit die betreffende paragraaf is dan ook duidelijk dat hij ziet dat wij in onze ware aard God's schepselen zijn in de éénheid van de schepping en het Zoonschap, en dat het in de afscheiding dus juist onze wil is die zich tegen de Wil van God in wil zetten, en dus bijvoorbeeld onze relaties op die manier gebruikt om de afscheiding van God waar te maken. Hij ziet al die ik gerichte relaties dus als pseudo-gebeuren en substituut voor de ene ware relatie met God. In dat opzicht zit hij dan duidelijk op dezelfde metafysische toer als de Cursus. Dat maakt het mij gewoon weer duidelijk dat het hier hoe dan ook om de leer van Jezus gaat, die Kaiser toch op een uiterst diepgaande wijze kon verstaan en in de geest van de tijd waarin hij leefde tot uitdrukking kon brengen. Wat hij echter niet doet, is de metafysica in détail uit te werken, zoals we dat in de Cursus vinden, terwijl hij er wel over spreektt alsof iedereen het allang begreep. Al met al is Kaiser voor mij eigenlijk net als bv. General Patton een man van de 19e eeuw die in de 20e eeuw leefde, en het is dus soms even wennen aan zijn archaische taalgebruik. Maar doen wij dat, dan zal zijn poëtische kracht ons meeslepen.

Zijn woordgebruik is vaak fascinerend. Woorden zoals onze "vormverknochtheid" om de keuze van het ego van vorm boven inhoud uit te drukken, alsook ons "kromzicht", een woord dat ook uit en te na aangeeft dat we vanuit ons "ik" betrokken blikveld nooit de werkelijkheid zien. Het heeft misschien niet de bijna klinische helderheid van het gebruik van projectie in de Cursus, maar het laat er geen twijfel over bestaan wat er hier bedoeld wordt.

Wonderschoon is ook Kaiser's beschrijving op pagina 67:
Als God Zijn Aandacht richt in de menselijke sfeer, gaat die Gerichtheid zeker deze sfeer binnen, maar niet als menselijke hoedanigheid. Daarin ligt het geheim va de Overbrugging, die HIJ alleen kan doen geschieden. Wanneer Hij deze Aandacht op een mens richt, dan houdt dat in, dat deze mens in staat is of in staat gesteld wordt, de Overbrugging in zich te laten voltrekken.


Hoe deze voltrekking zich in de menselijke sfeer tot menselijke waarden richt, is eveneens een geheim, dt alleen te ervaren is door hem in wie het geschiedt en wel zodanig, dat die mens daardoor in staat gesteld wordt de Brug voor eigen gerichtheid te betreden.


Natuurlijk kan noch deze mens, noch een ander mens dit tot een menselijk begrip herleiden.
Dit komt overeen met de notie in de Cursus dat de laatste stap altijd door God gedaan moet worden. Aan ons dus de keuze om al of niet Jezus te volgen, waardoor wij in hem kunnen ontwaken, en dus als wedergeboorte in verbinding met hem voor onszelf de verzoening aanvaarden. Daarna kunnen wij dus als Jezus op aarde werkzaam blijven. Dat is dus de levende herinnering van dat het Zoonschap één is. De laatste stap, van de vereniging van de Vader en de Zoon kan door God alleen voltrokken worden. Daarin ligt ook, iets wat Kaiser hier wel impliceert, maar niet expliciet uitwerkt het verschil tussen de leer van Jezus en de leer van de Boeddha. Het Boeddhisme spreekt wel over het ontwaken tot de denkgeest, maar niet over de uiteindelijke hereniging van de Vader en de Zoon. Toch is het opmerkenswaard dat het Boeddhisme als geheel psychologisch veel meer diepgang heeft dan de Christelijke traditie die de betekenis van Jezus als innerlijke leraar nagenoeg geheel ontkende, en zich merendeels alleen met uiterlijkheden en moraliteit bemoeide.

Het totaal effect van dit boekje van Kaiser, inclusief het van tijd tot tijd moeilijke taalgebruik, sluit toch nauw aan bij wat wij nu uit de Cursus en andere non-dualistische tradities kennen, en is dan ook altijd een eerlijke reflectie van het feit dat deze dingen die spreken van een non-dualistische werkelijkheid, buiten ruimte en tijd, niet in de taal van een dualistische wereld uitgedrukt kunnen worden, anders dan in symbolen. Kaiser's unieke taalgebruik houdt ons daarbij zeker bij de les, zodat wij niet in slaap sukkelen. Hij dwingt ons om bij elke regel op te letten. Het hele boekje is een uitnodiging om die andere weg te kiezen, waarop wij, zoals Een Cursus in Wonderen het zegt, alle waarden, alle zekerheden in twijfel zullen moeten trekken, en ons toewijden aan het verwijderen van die innerlijke obstakels tegen de liefe van God. Onze waarden zijn het die tot nog toe in ons leven het bewustzijn van God als onze Vader en bron hebben buiten gesloten, omdat zij ons gevangen houden in de valse persoonlijkheid die de ontkenning daarvan inhoudt, en die onze hele pseudo-werkelijkheid als onzalig substituut voor de schepping in stand gehouden.

Kaiser schrijft vaak ook over de schijnbaar meer alledaagse symbolen waarin wij ons thuisvoelen, en waarin de wereld als onze ervaringswerkelijkheid erkend wordt, maar toch wel altijd zo, dat hij tot inzicht en doorzicht uitnodigt. Dit doet mij soms denken aan de episode van Helen Schucman die Jezus vaak gebruikte als haar Higher Shopping Service - dat was een manier waarop zij bij het winkelen aan Jezus hulp kon vragen, en dan vaak sneller vond wat ze nodig had. Dat ging jaren zo door, tot hij haar op een goede dag zei, van we hebben tot nog toe het heel aardig gedaan, maar we kunnen nu beter, enz.

Bij Kaiser is het zijn enorme reikwijdte, en het feit dat hij met de symboliek van vele tradities vertrouwd is, wat maakt dat hij tot velen kan spreken. Tegelijk is echter de ondergrond van wat hij zegt en waar hij steeds op terug komt, een ongelofelijk gevariëerde, maar toch consistente uitdrukking van de leer van Jezus, verpakt in zijn soms ietwat archaïsche en gedragen taal,  die ook in het midden van de twintigste eeuw al niet makkelijk was, maar hij behoort dus gewoon tot de klassieken van de spiritualiteit. Hij is en blijft een Nederlandse spirituele leraar van wereldformaat, wiens werk helaas in de vergetelheid raakte, maar veel van wat hij zei en schreef is nu meer toegankelijk dan vijftig jaar geleden toen het voor het eerst gepubliceerd werd.

Rogier F. van Vlissingen

06 september 2009

Daadwerkelijk Jezus "volgen"

Onder andere in Beleving van het Evangelie, legt J.W. Kaiser er vaak de nadruk op dat het gaat om het daadwerkelijk (na)volgen van Jezus. Hij brengt dat onder andere te berde bij zijn bespreking van het vertalen, dat de kwalificatie van de vertaler natuurlijk niet alleen linguistisch is maar juist ook inhoudelijk gegrondvest moet zijn op het daadwerkelijk zelf volgen van Jezus.

Thomas Jefferson voelde op zijn klompen aan dat Paulus de leer van Jezus op zijn kop gezet had. In zijn boekje The Life and Morals of Jesus of Nazareth, dat vandaag de dag bekend staat als de "Jefferson Bijbel", trachtte hij terug te vallen op louter en alleen de werkelijke uitspraken van Jezus, met weglating van alle interpolaties, interpretaties, enz., die er later aan toegevoegd werden in een poging om posthuum van Jezus een Christen te maken, in de Paulinistische zin. Desalniettemin kwam bij hem het punt van daadwerkelijk volgen niet uit de verf, omdat zijn eigen, wat hij zelf noemde "materialistische", standpunt er toe leidde dat hij uit Jezus toch weer een moreel leraar destilleerde.

Het draait er dus om dat Jezus niet een districtskantoor van de ANWB is, en ook geen dominee, of een ander soort moreel leraar, die ons vraagt dat wij hem om richtingsaanwijzingen vragen, met uitschakeling van ons eigen geweten. Het wijzen van de weg aan anderen is niet zijn benadering. De kracht van zijn leer is juist gelegen in het feit dat hij het ons heeft voorgeleefd, dat hij ons voorging, en hij ons vraagt hem in die zin te volgen. En daarmee bedoelt hij dan ook niet na-apen, zoals de imitatie van Christus maar al te vaak werd misverstaan, en het in het vroege Christendom het dus een tijd lang mode werd om je te laten kruisigen om der wille van je geloof. Hij verheldert dit punt op humoristische wijze in de Cursus, bij zijn bespreking van de betekenis van de kruisiging, als volgt:
De kruisiging is een extreem voorbeeld, meer niet. Haar waarde ligt, zoals de waarde van elk leermiddel, uitsluitend in het soort leerproces dat ze vergemakkelijkt. Ze kan verkeerd worden begrepen, en dat is ook gebeurd. Dat komt alleen doordat wie angstig is, geneigd is angstig waar te nemen. Ik heb je al gezegd dat jij steeds weer een beroep op mij kunt doen om mijn beslissing te delen en die aldus te versterken. Ik heb je ook gezegd dat de kruisiging de laatste zinloze reis was die het Zoonschap moest maken, en dat ze voor ieder die haar begrijpt bevrijding van angst betekent. Terwijl ik eerder alleen op de opstanding ben ingegaan, werd de bedoeling van de kruisiging, en hoe die in wezen tot de opstanding leidde, niet duidelijk gemaakt. Niettemin heeft ze aan je eigen leven een uitgesproken bijdrage te leveren, en als je daarover zonder angst wilt nadenken, zal dat jou helpen je eigen rol als leraar te begrijpen.
...
Een gewelddaad kan per slot alleen tegen het lichaam worden gericht. Het lijdt weinig twijfel dat het ene lichaam het andere kan aanvallen, en zelfs vernietigen. Maar als vernietiging op zichzef onmogelijk is, kan iets wat vernietigbaar is niet werkelijk zijn. De vernietiging ervan rechtvaardigt dus geen woede. ...
Ik heb volkomen duidelijk gemaakt dat ik ben zoals jij en dat jij bent zoals ik, maar onze fundamentele gelijkheid kan alleen via een gezamelijke beslissing worden gedemonstreerd. Het staat jou vrij, zo je wilt, jezelf waar te nemen alsof je wordt vervolgd. Maar wanneer jij ervoor kiest op die manier te reageren, wil je misschien bedenken dat ik naar het oordeel van de wereld werd vervolgd, en deze beoordeling zelf niet deelde. En omdat ik die niet deelde, heb ik die niet versterkt. ...
Zoals ik al eerder heb gezegd: 'Zoals je onderwijst, zo zul je leren.' Als je reageert alsof je vervolgd wordt, onderwijs je vervolging. Zo'n les moet een Zoon van God niet wensen te onderwijzen, wil hij zijn eigen verlossing verwezenlijken. Onderwijs liever je eigen volmaakte onschendbaarheid, wat de waarheid in jou is, en besef dat die niet belaagd kan worden. Probeer die niet zelf te beschermen, of anders geloof jij dat ze wel kan worden belaagd. Van jou wordt niet gevraagd je te laten kruisigen; dat was een deel van míjn bijdrage aan het onderricht. Van jou wordt alleen gevraagd mijn voorbeeld te volgen wanneer je geconfronteerd wordt met veel minder extreme verleidingen om verkeerd waar te neman, en ze niet te accepteren als valse rechtvaardiging voor woede. (ECIW:T6.I.2; 4:1-4; 5:1-4; 6:1-7)
Kaiser maakt zo vaak duidelijk dat ons probleem steeds is het valse houvast zoeken in de vorm, wat typisch is voor het ego. De geboorte van het vertrouwen in het Leven, en de Leiding van de Heilige Geest is dus gelegen in het opgeven van dat valse vertrouwen, en in plaats daarvan ons voorbeeld te nemen in het restloze vertrouwen dat Jezus ons toonde in de kruisiging. Het extreme voorbeeld van Jezus was dus dat zelfs als zijn lichaam vernietigd werd, het er toch niet toe deed, want dat is niet wie hij is, en daarom zegt hij ook zelfs in de teksten die in de Bijbel bewaard zijn gebleven, dat hij te allen tijde bij ons zal zijn als wij hem daarom vragen. En natuurlijk ervaren wij het altijd als verlies en leed in onze emotionele gehechtheid, echter de opstanding is gelegen in de realisatie dat het in werkelijkheid een verlossing, een bevrijding was, waardoor wij kunnen beginnen te ontwaken tot enig geestelijk leven. Dat is het daadwerkelijke volgen van Jezus: ons vertrouwen te stellen in het voorbeeld dat hij ons voorleefde, niet in de vorm, maar in de geest. Zo kan hij ons leiden naar zijn Koninkrijk dat niet van deze wereld is.
In de Nederlandse editie van de Cursus is een betrekkelijk belangrijk woord in dit verband helaas soms onduidelijk vertaald.  Het is het engelse "lead the way" wat "voorgaan" betekent. Jezus, of de Heilige Geest gaat ons voor, en wij volgen. Dat is het programma. Hij is dus niet een wegwijzer die anderen vertelt wat te doen, zonder het zelf te doen. Zijn ware autoriteit is gelegen in het feit dat hij gedemonstreerd heeft dat die overgang naar het leven van de geest daadwerkelijk een practische mogelijkheid is, indien wij hem "volgen." "Voorgaan" en "volgen" zijn dus de ideeën waar het om gaat. Hier volgen de plaatsen waar het in het Nederlands helaas verminkt is:

W73.10:6 voorgaan (correct)
W74.10:6 voorgaan (correct)
W155:passim (inclusief titel) er staat "de weg wijzen," en dat zou moeten zijn "voorgaan" dus de titel zou moeten zijn: "Ik doe een stap terug en laat Hem voorgaan."  Alweer, het is essentieel dit te begrijpen in de zin van "voorgaan" en "volgen" en dat ligt ook aan de ontwikkeling van het vertrouwen ten grondslag.
W173 idem
H23.7:2 "de weg te wijzen", m.i. moet dit zijn "... om hen die een andere taal spreken voor te gaan en een beroep te doen op andere symbolen."
W288:1 "de gedachte die mij naar u leidt..." (correct)
W.hV.2:6 .. omdat zijn vader hem voorgaat.
T24.... en toch loopt hij naast je en voor je uit, en gaat je voor op de weg die Hij moet gaan om Zijn compleetheid te vinden. (er staat nu "wijst de weg")
VvT5.3:2 Hij ging jou voor (correct)
H23.5:1 Moet zijn: "Jezus is ons voorgegaan." (En niet: "heeft de weg gewezen.")
Zo is dus Kaiser's "daadwerkelijk volgen" geheel in dezelfde geest bedoeld als de aanmaning in de Cursus dat "dit een hele praktische cursus is." (T8.IX.8:1) alsook: "laat theologie je niet ophouden " (VvT.in.4:4)

Rogier F. van Vlissingen

05 september 2009

De enige keuze

De Cursus herinnert mij er steeds aan dat er maar één keuze te maken valt, namelijk de keuze tussen het ego (de afscheidings gedachte, of de Heilige Geest (Jezus). Hebben wij eenmaal de keuze gemaakt voor de gedachte van de afscheiding, en het ego-systeem, dan staan wij op het slagveld, en is alles moord en doodslag, we zijn dan volledig in slaap en blindelings verwikkeld in overmachtige gebeurtenissen, want de wereld (buiten ons) en 'ons leven' zijn nu iets willekeurigs en bedreigends dat ons overkomt.

Dit is de keuze voor de kruisiging, of zoals Kaiser het noemt Kruiswerking. Dat wil zeggen, het is die vorm van leven waarin wij denken dat het leven ons overkomt, als overrompelend gebeuren, waarin wij dan als individu trachten coûte que coûte stand te houden, in ontkenning van het feit dat de uitkomst onherroepelijk de dood is. Want wij maakten dus op die manier de keuze voor de moord van Christus, voor de dood, want immers het idee van een individueel bestaan - Kaiser spreek van drijvende eilanden - is an und für sich de ontkenning van de eenheid van de schepping van het zoonschap, en heeft nooit een andere afloop dan de dood in één of andere vorm. En onze identificatie als individu, verschillend van alle anderen, brengt dus terstond het knagende gevoel met zich mee dat God het niet veel goeds met ons voorheeft, omdat wij zijn Zoon vermoord hebben (en eigenlijk Hem dus), en zo raken wij in de ego-cyclus van zonde, schuld en angst, waarvan de angst voor God de grootste is. En daar het ego-systeem die keuze voor de afscheiding continue moet bevestigen om zichzelf in stand te houden, geraken wij dus in die schijnbaar machteloze positie van kennelijk niets anders te kunnen dan steeds maar in het belang van dat vermeende zelfbehoud, en dus de afscheiding te handelen.
Jij die gelooft dat God angst is, hebt slechts één enkele substitutie gepleegd. Die heeft vele vormen aangenomen, want het was de vervanging van waarheid door illusie, van heelheid door fragmentatie. Ze is zo versplinterd geraakt en onderverdeeld, dat het nu vrijwel onmogelijk is te zien dat ze ooit één was, en nog steeds is wat ze was. Die ene dwaling, die waarheid aan illusie, oneindigheid aan tijd, en leven aan dood heeft verleend, was het enige wat je ooit hebt gedaan. Heel je wereld rust hierop. Alles wat je ziet is er een weerspiegeling van, en elke speciale relatie die je ooit hebt gevormd maakt er deel van uit. (ECIW:T18.I.4, met kleine wijzigingen van mijn hand.)
  en ook:
Het is alleszins redelijk te vragen hoe de denkgeest ooit het ego heeft kunnen maken. Het is in feite de beste vraag die je stellen kunt. Het heeft echter geen zin om een antwoord te geven aan de hand van het verleden, omdat het verleden er niet toe doet, en de geschiedenis niet zou bestaan als deze zelfde fouten niet in het heden werden heraald. Absract denken is van toepassing op kennis, omdat kennis volkomen onpersoonlijk is en voorbeelden onbelangrijk zijn om haar te begrijpen. Waarneming is echter altijd specifiek en daarom heel concreet.
Iedereen maakt voor zichzelf een ego of zelf, dat vanwege zijn instabiliteit aan enorme wisselingen onderhevig is. Ieder maakt bovendien voor ieder ander die hij ziet een ego dat al even wisselvallig is. De interactie daarvan is een proces dat beide verandert, omdat ze niet door of met de Onveranderlijke werden gemaakt. Het is van belang te beseffen dat deze verandering even gemakkelijk kan en zal optreden wanneer de interactie in de denkgeest plaats vindt als wanneer ze gepaard gaat met fysieke nabijheid. Over een ander ego denken heeft evenveel effect op het veranderen van relatieve waarneming als fysieke interactie. Een beter voorbeeld dat het ego slechts een denkbeeld is en geen feit, kan er niet bestaan. (ECIW:T4.II.1-2)
Kortom letterlijk alles in 'ons leven' vloeit voort uit de keuze om een ego te zijn, en dus 'een leven' te hebben, in plaats van het leven dat God ons geschonken heeft. Als gevolg van die keuze staan wij onmiddelijk op het slagveld, en in een staat van oorlog met alle andere ego's, en wij worden overrompeld door de gebeurtenissen, zonder enig bewustzijn dat die alleen maar het logisch voortvloeisel zijn uit de keuze om ons met een ego te identificeren. Hier is hoe Kaiser het verwoordt op pagina 6 van Geboorteweeën van de nieuwe mens, waar hij spreekt over wereldse deskundigen die altijd veel dingen weten, (maar nooit het geheel), als volgt:
Vandaar dan ook, dat de deskundigen altijd frappant "koning" zijn van een begrensd gebied, zich in hun koningschap altijd bedreigd moeten voelen door het koningschap van anderen, en dus vroeg of laat slaags raken met die andere "koningen". Daarbij doen dan hele horden van vazallen (would-be koningen) mee aan een min of meer georganiseerde strijd. Het kenmerkende van deze (als van alle andere) strijd is: dat geen der partijen boven die strijd staat; dat geen der partijen in waarheid de strijd als middel gebruikt, maar dat de strijd hun overkomt. Noch begin, noch verloop, noch resultaat van de strijd zijn in de hand der strijdenden. Dit werpt en passant een eigenaardig licht op oorlog en oorlogsvoorbereiding, op diplomatie en politiek. (J.W. Kaiser, De geboorteweeën van de nieuwe mens, pag., 6).
Kortom, wat deze passage overduidelijk weergeeft, is het feit dat als we geheel in onze rol opgaan dat we dus vergeten dat we nog een denkgeest zijn, en het leven overkomt ons nu. Dat plaatst ons dan in een versie van de meest geliefde rol van het ego, de slachtoffer rol, en de enige uitweg is en blijft om ons boven het slagveld te verheffen, en bij Jezus of de Heilige Geest te rade gaan om het alles ànders te gaan zien, en dan dus te leren handelen vanuit die leiding. Door zo, met Jezus, te leren toeschouwer te worden van ons eigen drama, worden wij dus vrijer van de identificatie met onze ego rol, en bevrijden wij onszelf en onze broeders van de anders onvermijdelijke gevolgen van de keuze voor het ego.

Deze andere keuze betekent dus ook meteen dat wij ons van onze zelfgekozen "rol" losmaken, en ons niet hoeven te verdedigen, zoals Kaiser zo levendig beschrijft in bovenstaande passage. Want de waarheid behoeft geen verdediging, zoals Jezus ons ook voorleefde. De waarheid is wat hij is, onafhankelijk van wat voor menselijke "deskundigheid" die altijd van beperkte aard is. En als wij dus ophouden, aan de hand van Jezus, die eigen rol centraal te stellen, dan kunnen wij ook leren leven in dienst van die waarheid. Dat is het wakker worden uit de droom, wat wij maar moeizaam doen en eigenlijk niet willen, omdat het ons zekerheid lijkt te ontnemen. Totdat het ons eigenlijk daagt dat juist die beperkte zekerheden onze eigen gevangenis zijn, en de tyrannie van het ego bestendigen, en dan zijn wij misschien bereid om de toegestoken hand te grijpen en hem te volgen naar waarheid en vrijheid.

Kiezen wij weer voor de ego-rol, dan zijn wij terstond weer diep in slaap en opgenomen in de verwikkelingen op het slagveld, en slachtoffer van de ontwikkelingen aldaar, die ons 'overkomen' en die wij op geen enkele wijze in de hand hebben.

Rogier F. van Vlissingen

01 september 2009

Goed Kaiseriaans: duo-zelfbehoudsworsteling

Een van de dingen die je op zullen vallen bij het lezen van Kaiser, is dat zijn taalgebruik fenomenaal is, het is vaak geschreven poëzie, bij tijden wonderschoon, bij tijden bijna onverteerbaar. Als je het echter lang genoeg volhoudt, dan komt er een tijd dat zijn onimiteerbare stijl je bij blijft, als iets geheel unieks, een zeer doordringende uitdrukkingswijze, die je steeds dwingt om na te denken over veel dat je al lang voor vanzelfsprekend versleet. En het ogenblik zal komen dat je er dankbaar voor bent dat het je gewoon niet meer loslaat.
Op pagina 75 van De geboorteweeën van de nieuwe mens, staat er weer zo'n uitdrukking: duo-zelfbehoudsworsteling. Hier is de alinea:
Herstel van het innerlijk weten, dat een mens niet een van het moederlijf losgeknipte verlatene is, een wegdrijvend eilandje van leven op een harteloze, zinloze zee van dode en levende krachten, waarin hij hoogstens wat troost vindt door aansluiting bij een soortgelijk gedupeerd wezentje, waarmee hij dan een duo-zelfbehouds worsteling aanvangt, gezin geheten.
Dit is een ongehoord diep stukje tekst. Je zou er een boek over kunnen schrijven, want het behelst in één klap het besef dat de werkelijkheid van wie wij zijn niet de afscheiding van God is, maar de total éénheid, die voor ons onvoorstelbaar en onbegrijpelijk lijkt zolang wij ons met de tijd-ruimtelijke wereld identificeren. Tegelijk toont het ook aan hoezeer datgene wat de cursus speciale relaties noemt, geheel tot doel hebben de zelfbevestiging van het ego, als afgescheiden zelf, zodat de ander dus alleen dient om onze zogeheten zelfstandigheid te bevestigen. Als wij eenmaal tot ons door laten dringen dat dat zo is, dan hoeven wij ons ook niet meer te verbazen dat communicatie op dat vlak in feite juist altijd onmogelijk is en blijft. De Cursus zegt hierover o.a. het volgende:
De Heilige Geest kan niet door middel van angst onderwijzen. En hoe kan Hij met jou communiceren zolang jij gelooft dat communiceren betekent jezelf eenzaam te maken? Het is ongetwijfeld krankzinnig te geloven dat je door te communiceren in de steek zult worden gelaten. En toch geloven velen dat. Zij denken immers dat hun denkgeest privé moet blijven, of dat ze die anders zullen verliezen, maar dat als hun lichamen samen zijn, ze hun geest voor zichzelf houden. De vereniging van lichamen wordt zo de manier waarop ze de scheiding der denkgeesten in stand willen houden. Want lichamen kunnen niet vergeven. Ze kunnen slechts doen waartoe de geest opdracht geeft. (ECIW:T15.VII.11)
Deze aanhaling bevat dus een perfecte parallel-definitie van Kaiser's "duo-zelfbehoudsworsteling". Het is gebaseerd op het illusoire zelfbehoud, en is dus het behoud van die eigen identiteit, die gegrondvest is in de "afscheiding der denkgeesten". En deze relatie van lichamen, de speciale relatie, zoals dat in de Cursus heet, is dus juist vanuit het tijdruimtelijke "ik" bewustzijn van het ego, dat zich geheel en al met het lichaam identificeert als de ideale uitdrukking van de afscheidingsgedachte, een middel om die illusie van "onafhankelijkheid" en "zelfstandigheid" zeker te stellen, zij het met de innerlijke contradictie dat wij onszelf dus van een ander buiten onszelf afhankelijk maken in een contradictoire poging om die zelfstandigheid hard te maken. Zo vervangen wij bijvoorbeeld de afhankelijkheid van onze ouders, die altijd (net als alle afhankelijkheid), bewust of onbewust, tot haat leidt, tzt. met de afhankelijkheid van een levensparter, totdat die dan ook weer tot een zekere haat leidt, en dan kunnen wij gaan scheiden, en opnieuw een relatie aangaan met hetzelfde contradictoire doel, en vaak met een parter met wie wij dezelde patronen blijven herhalen, tot het op goede dag misschien vagelijk tot ons doordringt dat niet onze partner het probleem is, maar onze eigen partner-keuze, en dus de ego-doelstelling van zelfbehoud, die het verhaal van ons leven "echt" wil maken, zonder er verantwoordelijkheid voor te willen nemen.
Uiteindelijk zullen wij dus misschien ooit het voldoende zat zijn dat wij ons gaan afvragen of er geen andere mogelijkheid is om met onze naasten (en dus met onszelf) om te gaan. Zo komen wij dan tot de kentering, waarin wij mogelijkerwijs eindelijk de Hulp van Jezus of de Heilige Geest konden vragen, om zo, vanuit die Ware of Heilige Relatie anders in de relaties tot onze naasten te komen te staan, namelijk vanuit het dan groeiend besef dat er maar één ware afhankelijkheid is, en dat is die van God, als een kind (zoon) van zijn Vader. In de handen van de Leiding van de Heilige Geest kunnen dan al onze relaties dienen tot de genezing van die heelheid die alles te boven gaat. Hier is wat de Cursus daarover te zeggen heeft:
De Heilige Geest, in Zijn wijsheid altijd even praktisch, aanvaardt jouw dromen en gebruikt die als middel tot ontwaken. Jij zou ze hebben gebruikt om te blijven slapen. Ik heb al eerder gezegd dat de eerste verandering voordat je dromen verdwijnen, erin bestaat dat jouw angstdromen in gelukkige dromen worden omgezet. Dat is het werk van de Heilige Geest in de speciale relatie. Hij maakt ze niet kapot, en rukt ze evenmin van je weg. Maar Hij maakt er wel op een andere manier gebruik van, als hulpmiddel om Zijn bedoeling tot werkelijkheid te maken voor jou. De speciale relatie zal blijven, niet als bron van pijn en schuld, maar als bron van vreugde en vrijheid. Ze zal er niet voor jou alleen zijn, want daarin lag juist haar ellende. Zoals haar onheiligheid haar afgezonderd hield, zo zal haar heiligheid een aanbod worden aan iedereen. (ECIW:T18.II.6)

09 augustus 2009

Nog even over 'doorgeven'

Enige tijd geleden schreef ik over Juffrouw Hofmans, en haar rol als 'doorgeefster.' Vandaag herinnert een oude vriend mij aan een artikeltje dat J. W. Kaiser daar ooit aan gewijd had, getiteld: 'Verantwoordelijkheid en verantwoording.' Hier volgt de tekst:

Verantwoordelijkheid en verantwoording


Zeven jaar geleden zette ik uiteen, dat de ware verantwoordelijkheid van Juffr.Hofmans niet ligt in wát zij ‘doorgeeft’ maar in haar bereidheid tot doorgeven. Omtrent dit bereid-zijn bestaat echter slechts verantwoordelijk­heid tegenover GOD.
Anderzijds is de mens aan wie iets ‘doorgegeven’ wordt, slechts verant­woordelijk voor zijn ‘gehoorge­ven’, resp. in-ontvangst-nemen indien het daarbij blijft, aan GOD.
Aan zijn medemensen is men verantwoordelijk voor wat men zelf produceert. Voor zijn gehoorgeving en gehoorzaamheid aan GOD kan, behoeft en moet een mens zich waarlijk niet aan zijn medemensen te verantwoorden. Dat dit toch steeds weer gebeurt in responsie op een tenlastelegging of uitdaging van menselijke zijde, komt alleen omdat men niet de moeite neemt bewust het een van het ander te onderscheiden, en dat men zijn gehoorgeving zèlf op een lijn stelt met opvolgen van raad die door een mens gegeven wordt.
Het gevolg is dat Juffr.H. telkens weer betrokken wordt in andermans conflicten met mensen. Uit lafheid en/of naïviteit ‘verantwoordt’ men zich dan met: ‘Juffr.H. heeft ge­zegd.......’
Daardoor hebben de zo ontstane conflicten nooit de hoge waardigheid die steeds daar is, wanneer een mens ‘alleen’ staat met GOD in de beschuldigin­gen van de zijde der mensen. Een waardigheid die onmiskenbaar de kwaliteit heeft van menig Evangelie-tafereel. Maar de bekende verwikkelingen ontstaan altijd door onwaardige houding en hebben als vertoning iets onwaardigs, beschamends.
Dat GOD álles ten goede keert ontheft de mens niet van zijn verantwoorde­lijkheid jegens GOD en jegens mensen.

Het past niemand zich te motiveren met Juffr.H. heeft het gezegd (of: het is doorgegeven). Niet alleen omdat niet zij het heeft gezegd, maar omdat deze doorgevingen altijd uitsluitend betreffen de verhouding tussen GOD en de toegesprokene.
Men vraagt en men krijgt antwoord. En van de verantwoordelijkheid die dit antwoord aan de ontvanger oplegt kan men zich nooit meer ontdoen; ook niet door haar naam als gezag en schild te hanteren.
Dat het überhaupt gebeurt, bewijst dat men de Doorgeving op zichzelf niet vertrouwt in z’n gezag en werking.

Wie een Doorgeving ontvangt, wordt (is) daardoor opgenomen in GODS Bemoeie­nis en dit betekent, dat men mede te ‘dragen’ krijgt door de stille verplichting tot gehoorgeving. Dat wil zeggen, dat men min of meer bewust daarmede intreedt in een sfeer die principieel het goddelijke verwerpt. Dan is er geen verstoring van evenwicht. Anders ware men profiteur, die door zijn vragen zichzelf ten dele ontdoet van de menswaardige zwaarheid van het leven, de verhoudingen, ook in het beroep.

Van het ogenblik waarop men het waagt het volstrekt Onplooibare te ontvan­gen als Inmenging in z’n levensgang, ontdoet men zich niet van hetgeen hem opgelegd is, maar men laat met die Inmenging in zichzelf toe een verhoogde spanning tussen de gang der aarde en de gang des hemels. De Heiliging (verlossende Werking) ontstaat niet door de Doorgeving, maar door de Gehoorgeving (trouw) daaraan.
Door die Spanning te ontwijken of af te wentelen op het onbewijsbaar gezag van de Doorgeving of op de persoon die doorgaf, pareert men een deel van het onontkoombaar odium, betrekt men de Doorgeef­ster in het eigen deel der verantwoording en verstrikt men zichzelf in halfslachtigheid. Dat geeft verdrietige verwarring in alle verhoudingen en kan alleen geklaard worden door alsnog te staan waarvoor men staan moet.



30 november 1957
J.W. Kaiser
-------------

En, dat sluit dan weer geheel aan bij wat ik eerder over haar werk schreef, en de gebrekkigheid van het routinematige etiket in de pers van 'gebedsgenezeres'. Dus dat was nog even een kleine bevestiging in de woorden van haar naaste samenwerker. Het sluit ook geheel aan bij de kwestie die we vandaag de dag nog vaak zien o.a. onder studenten van de Cursus, namelijk te trachten zich te verantwoorden met "ik voelde me geleid", etc. Ken Wapnick geeft daarop het enige toepasselijke antwoord: we worden altijd geleid: ofwel door het ego, ofwel door de Heilige Geest, dus wat wij metterdaad 'doorgeven' is ofwel door het ego, wel door de Heilige Geest ingegeven. Je doet gewoon je best, en je doet wat je voelt dat juist is, en aan de vruchten kent men de boom, daar hoeft verder niet over gepraat te worden. Het leven is juist het leren naar de juiste Leiding te luisteren.

02 augustus 2009

Dankbaar ondanks of dankzij alles

Het Loflied zit in de lucht, de wonderschone vertelling van Aart van der Leeuw in zijn bundel De gezegenden, die in elk geval antiquarisch nog wel te vinden valt. Inmiddels hebben we het verhaal dus ook via het internet weer beschikbaar gemaakt (je krijgt die link als je op de titel "Het Loflied" klikt).

Het was voor mij JWK die mij op het spoor van Aart van der Leeuw zette, nu al gauw bijna zo'n vijftig jaar geleden. Inmiddels was er dus een leven van verdere integratie voor nodig om het nu opnieuw tot bloei te laten komen. Ik heb de bundel nog wel, maar door verhuizingen staat hij vooralsnog in een doos in de kelder van een vriend in Brooklyn (Breukelen dus eigenlijk). Maar Annelies kocht een exemplaar van het boek in Nederland, en
ECIW speelde daarin voor mij de laatste twintig jaar weer een voorname rol, want geleidelijk aan kon ik nu zowel JWK alsook vele andere materialen op een nieuwe wijze leren te verstaan, zodat een rudimentaire herkenning kon gaan doorgroeien tot een steeds dieper verstaan.

01 augustus 2009

Engelen zonder flauwe kul

In zijn boek De Mysteriën van Jezus in ons leven bespreekt Kaiser in hoofdstuk 20 de engelen ervaring, en de volgende drie hoofdstukken wijdt hij dan aan drie specifieke voorbeelden daarvan. Dat zijn respectievelijk Gabriël (Van de Overschaduwing), Raphael (Van de Genezing), en Michael (De overwinning van het licht).

Kaiser's beschrijving verraad weer duidelijk dat hij doorziet hoe de menselijke waarneming op zijn kop staat, en dat dus een engel niet een figuur is die buiten aan ons verschijnt (er is geen wereld), maar de gestalte is die onze eigen waarneming aanneemt, en die soms fysiek kan worden waargenomen, naarmate onze wending zich voltrekt. In die zin zijn engelen dan dus verschillende aspecten van het Goddelijke die zo op verschillende wijze uit onze ervaring bespreekbaar worden, en dan in de vorm van verhalen over engelen overgedragen kunnen worden. Wanneer wij dan vervolgens vorm en inhoud weer verwarren, dan onstaat de veridolizering van engelen, die dan juist weer een afleiding wordt, en een nieuw schijnbaar spiritueel schimmenspel dat echter niets dan afleiding betekent.

Kaiser's verwerking van het onderwerp richt zich echter direct op de inhoud, en dit kleine artikeltje (Hoofdstuk 20 van Mysterien), en de drie die dan nog volgen over Gabriël, Raphael, en Michaël, zijn waarschijnlijk het beste wat er in het Nederlands, of überhaupt in een moderne taal over engelen geschreven werd. Zij zijn de begeleiders die wij ervaren al of niet in een waarneembare gestalte, naar gelang wij ons wenden op de weg waarop Jezus ons voorging, en als wij weer dreigen verward te raken in de details die er niet toe doen. Zij vertegenwoordigen de ervaringen van overmachtig ingrijpen, zoals Gary Renard vertelt in De verdwijning van het universum (VU), waar hij een fysieke ervaring had van een hand die hem de hals van zijn gitaar uit de handen wrong, waaruit hij opmaakte dat hij niet moest terugvallen op zijn oude muzikale vaardigheden, maar iet anders moest doen, dat voor hem alle grenzen zou doorbreken.

Dat Kaiser's werk niet bekender is geworden is waarschijnlijk het beste bewijs dat hij het bij het rechte eind had. Ken Wapnick zei ook zo vaak dat hij altijd voelde dat als de hele zaal in slaap viel, dat hij waarschijnlijk een goede workshop had gegeven, want we willen het niet horen. De boodschap van Jezus is de wereld niet welkom. Evenzogoed zegt Ken zo vaak dat de Cursus niet zo populair zou wezen als de mensen begrepen waar het over ging. Logion 13 van het Thomas evangelie getuigd van hetzelfde. En zo kunnen we doorgaan.

Kaiser's werk was voor Nederland zeker een begin van ontwaken na de tweede wereld oorlog, want er was toen natuurlijk toch een basis van besef dat het zó niet verder kon. Bij het grote publiek sloeg het niet aan, en het is ten naaste bij geheel in de vergetelheid geraakt. Echter met de groeiende interesse voor de Cursus, en natuurlijk een toch toenemend aantal mensen die werkelijk de Cursus beoefenen, zal ook het aantal potentiele lezers van Kaiser's werk toenemen. De tijd is nu rijp.

29 juli 2009

Waar gebed

In de bijlagen bij de Cursus zit de wonderschone monografie Het lied van het gebed: gebed, vergeving, genezing, dat in vele opzichten een van mijn favorieten is in de hele verzameling van Cursus materiaal.

Het draait eigenlijk om de innerlijke evolutie van het bidden, dat altijd aanvangt met God als een soort van Sinterklaas te behandelen en Hem te vragen om dingen die wij willen, wat soms wel en soms niet lijkt te werken. Zolang wij God buiten ons houden (onszelf buiten God houden, dus eigenlijk), komen we dan misschien geleidelijk aan tot de conclusie dat er bepaalde dingen zijn die meer het vragen waardig zijn dan andere dingen, en dat een vreemde wil zich op die manier dus mengt in de onze. Andere variëteiten zijn de notie van het bidden voor onze "vijanden," (denk aan de zusters ten Boom, en hun concentratie kamp ervaringen), wat zich dan weer dóór kan ontwikkelen, middels vergeving, tot een besef dat er helemaal niemand mijn vijand is, maar dat het alleen mijn eigen conflicten zijn die ik buiten mij zie. En dat vergeving dus mijn eigen bevrijding behelst, en niet het schoorvoetend en hoogmoedig vergeven van een ander die het eigenlijk niet verdient; het is het opgeven van ons oordeel voor het oordeel van de Heilige Geest.

Naarmate wij uitgroeien boven de notie van God's wil als een vreemde macht die wat wij wel willen in de weg staat, komt het dus tot een harmonie, het loflied dat de Zoon aan de Vader zingt, waarin uiteindelijk onze stem in de Zijne opgaat, naarmate het van een tweezang tot één lied wordt. De behandeling van dit thema in het Cursus materiaal doet mij altijd weer denken aan Het Loflied, uit de bundel De Gezegenden, van Aart van der Leew. Het was lang niet beschikbaar, maar we hebben zojuist het hele verhaal on-line beschikbaar gemaakt - zie de link onder de titel van de vertelling, hierboven. Het is een aanrader.

J.W. Kaiser refereert ook aan dit wonderschone verhaal, dat ik mijn leven lang niet anders dan met tranen in mijn ogen heb kunnen lezen, in zijn bundel De Mysteriën van Jezus in ons Leven. In Hoofdstuk 20 over engelen, relateert hij het duidelijk aan de Michael ervaring, "Wie als God?", de ervaring van de Enige Wil die werkelijk die naam waardig is, want ons zelf-gerichte willen blijft altijd steken in wensvervulling. Hoofdstuk 23 spreekt dan specifiek over de ervaring van de Engel Michael. Engelen in die zin zijn natuurlijk niet anders dan vormen waarin wij het Goddelijke soms kunnen ervaren, soms abstract, maar soms ook concreet, net zo goed als Arten en Pursah aan Gary Renard konden verschijnen, hebben mensen soms zeer concrete engelen ervaringen. Het komt altijd in een vorm die wij aan kunnen, en die op dat moment het meest behulpzaam is.

26 juli 2009

Kringetje rond, de andere keuze

Ik neem aan dat een uiteindelijke Nederlandse editie van mijn boek Closing the Circle in het Nederlands Kringetje rond zal moeten heten. Ik vind dat een lekkere uitdrukking, want het reflecteert een proces dat in vele vormen steeds terugkomt. Op abstract niveau is dit het centrale thema van de leer van Jezus, namelijk dat wij dienen terug te keren tot het punt van de oorspronkelijke beslissing vóór het ego in onze denkgeest. Een radikale verandering van gedachten, van ons denken - metanoia in het Nieuw Testamentische Grieks - is alleen mogelijk door in de denkgeest tot dat punt van origine terug te keren, en dan de andere weg te kiezen. Kringetje rond dus. Dat is de uitweg uit het doolhoof, en niet een ander kringetje en juist geen kringetje meer, maar juist de uitweg uit het doolhof, door het volgen van de draad van Ariadne, die dan de weg naar huis wordt.

Ondertussen zijn er nog zoveel andere kringetjes die rondkomen, met name in wat ik graag het recycling programma van de Heilige Geest noem. Dat wil zeggen, keuze momenten presenteren zich opnieuw, en in een flits realiseer je je dat je al honderd keer op deze kruising hebt gestaan en steeds de verkeerde afslag hebt genomen, en nu heb je dus een nieuwe kans om wel de goede afslag te nemen. Wat je dus in dat flits moment - een déjà vu -ook ziet is dat het met je vorige keuzen nooit goed is afgelopen, en dat het dus geen zin heeft om weer bij het ego te rade te gaan, want dat heeft je iedere keer appelen voor citroenen verkocht. Zo ontstaat dus de innerlijke mogelijkheid om daadwerkelijk de andere keuze te maken.

Wat mij hierbij ook door de geest gaat is het verhaal van Kaiser die aanvankelijk medicus had willen worden (geneesheer). Het liep echter mis, want zijn vader stierf, en in plaats van naar de universiteit te gaan, moest hij de kost gaan verdienen voor zijn familie, en kwam in de scheepvaart terecht. Later studeerde hij dan toch weer psychologie. Maar het bleef bij de studie, ergens maakte hij natuurlijk de andere keuze, om werkelijk heler te worden door naar de Heilige Geest te luisteren, wat dan zijn beslag kreeg in de samenwerking met Juffrouw Hofmans vanaf 1946, en zijn oeuvre dat in de laatste veertien jaar van zijn leven tot stand kwam.
Ik ben mij van meer van zulke verhalen bewust. Mijn eigen vader had ook dat verlangen. Hij werd weliswaar psychiater, maar daar onder en daar achter leefde een diep verlangen om werkelijk heler te zijn, in diepere zin. Hij bleef daar zijn hele leven kennelijk mee worstelen, en in de vorm weet ik niet hoever hij daar mee kwam, maar inhoudelijk is het me later wel duidelijk geworden in mijn vergevings proces met hem, jaren na zijn overlijden, en ten tijde van mijn boekje over Kaiser vertelde een helderziende vriendin mij dus ook dat mijn vader erg sterk aanwezig was, en zeer geïnteresseerd in wat ik deed. En ik begreep toen ineens zijn diepe verlangen om heler te zijn.

Recentelijk kwam dit ook naar voren bij een kennis, een hersenchirurg die wegens gezondheids problemen zijn beroep niet meer kan beoefenen, en die ECIW ging beoefenen, en die nu dus werkelijk een rol kan spelen als heler voor zijn zuster, die een hersentumor heeft, en die hij in haar laatste jaar steeds bij heeft kunnen staan, waar zowel zijn medische kennis in de vorm van waarde is, en zijn innerlijke "andere" keuze hem inhoudelijk instaat stelt om op diepzinnige wijze behulpzaam te zijn.
Het Kringetje komt ook rond in de kruisiging, en hier is wat Jezus daar in de Cursus over te zeggen heeft:
De reis naar het kruis dient de laatste 'zinloze reis' te zijn. Blijf er niet bij stilstaan, maar laat die achter je als volbracht. As jij die kunt aanvaarden als jouw eigen laatste zinloze reis, ben je ook vrij je bij mijn opstanding aan te sluiten. Zolang je dat niet doet is je leven beslist verspild. Het is dan niet meer dan een heropvoering van de afscheiding, het verlies van macht, de vergeefse herstelpogingen van het ego en uiteindelijk de kruisiging van het lichaam, of de dood. Zulke herhalingen zijn eindeloos tot ze vrijwillig worden opgegeven. Bega niet de jammerlijke fout je '[vast] te klampen aan het oude, ruwe kruis.' De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt. Tot dat moment staat het jou vrij jezelf te kruisigen zo vaak je maar wilt. Dit is niet het evangelie dat ik jou bedoelde te geven. Wij hebben een andere reis te ondernemen, en als je deze lessen zorgvuldig leest, zullen ze jou helpen en voorbereiden die te ondernemen. (ECIW:T4.Inleiding.3 - woord in [ ] door schrijver dezes toegevoegd)
En elders zegt hij ook nog:
De kruisiging is een extreem voorbeeld, meer niet. Haar waarde ligt, zoals de waarde van elk leermiddel, uitsluitend in het soort leerproces dat ze vergemakkelijkt. Ze kan verkeerd worden begrepen, en is dat ook. Dat komt alleen doordat wie angstig is, geneigd is angstig waar te nemen. Ik heb je al gezegd dat jij steeds een beroep op mij kunt doen om mijn beslissing te delen en die aldus te versterken. Ik heb je ook gezegd dat de kruisiging de laatste zinloze reis was die het Zoonschap moest maken, en dat ze voor ieder die haar begrijpt bevrijding van angsten betekent. Terwijl ik eerder alleen op de opstanding ben ingegaan, werd de bedoeling van de kruisiging, en hoe die in wezen tot de opstanding leidde, niet duidelijk gemaakt. Niettemin heeft ze aan je eigen leven een uitgesproken bijdrage te leveren, en als je daarover zonder angst wilt nadenken, zal het jou helpen je eigen rol als leraar te begrijpen. (ECIW:T6.I.2)
Het beeld van het kruis is in de leer van Jezus tweeledig, namelijk het staat natuurlijk voor de tijdruimtelijke dimensies, die op zich alleen uitdrukking zijn van de keuze vóór het ego, de afscheiding van God, en het leven ondergaan als slachtoffer - Kaiser noemt dat kruiswerking. Je kruis opnemen in de positieve zin is echter verantwoordelijkheid nemen voor je leven, en je niet langer slachtoffer te voelen - Kaiser noemt dat kruisgang. Je voelt je alleen maar slachtoffer zolang je weigert onder ogen te zien dat het je eigen keus voor de afscheiding was, waardoor je je in je huidige situatie bevindt. En de enige die van gedachten kan veranderen ben jij, door eens en voor altijd de keuze te maken voor de Leiding van Jezus of de Heilige Geest, in plaats van het gemodder van het ego. En het ego drukt zich altijd uit in de zin van een vaste vorm. Daarin stellen wij altijd ons vertrouwen in deze wereld, en ons lichaam is daarvan het grootste, meest persoonlijke voorbeeld, vandaar dus ook dat Jezus de kruisiging de laatste zinloze reis noemt, en een extreem voorbeeld.

Dat wil zeggen het is de meest extreme vorm van het opgeven van het vertrouwen in de vorm, dat in de ogen van het ego altijd de enige zekerheid is. Het eens en vooral loslaten van het primair stellen van de vorm is dus de doorvoering in de uitdrukking in de stof van onze keuze om ons voorgoed te bekennen tot de werkelijkheid van de geest.

Het hele ego komt daartegen in opstand in vele vormen van angst en bedreiging van hoe slecht het ons zal vergaan als wij in deze waanzin volharden om naar de Heilige Geest te blijven luisteren, en het ego te onttronen - en het is een keuze die wij alleen zullen kunnen maken als het ego voor ons alle aantrekkingskracht verloren heeft, want alleen dan kunnen wij zien dat al die angsten slechts belachelijk zijn. En dan is de weg naar het kruis, de weg naar het opgeven van alle vertrouwen in de stof, in het lichaam, en in de wereld, de laatste zinloze reis, omdat alle reizen in deze schijnwereld zinloos zijn, en één moet er de laatste zijn. En zo komt dan die cirkel ook weer rond, want slechts als wij terugkomen op het punt van de beslissing, door eindelijk verantwoordelijkheid te nemen voor onze keuze van het ego, door ons kruis dus zo op ons te nemen, kunnen wij ons werkelijk bekennen tot de werkelijkheid van de geest, door eens en voor altijd de Leiding van de Heilige Geest te kiezen boven het wanbeleid van het ego. Dat is de weg om Jezus te volgen naar zijn Koninkrijk dat niet van deze wereld is. Het enige wat in die krusiging werkelijk verloren gaat, en "pijn" lijkt te doen is ons misplaatste vertrouwen in de stof.
Ten laatste zegt Jezus in de Cursus ook nog het volgende:
Jij wordt niet vervolgd, net zomin als ik dat werd. Er wordt jou niet gevraagd mijn ervaringen te herhalen, omdat de Heilige Geest, die we met elkaar delen, dit overbodig maakt. Om mijn ervaringen constructief te kunnen gebruiken, moet je echter nog steeds de manier waarop ik ze heb waargenomen tot voorbeeld nemen. Mijn en jouw broeders zijn constant bezig met het rechtvaardigen van wat niet te rechtvaardigen valt. Mijn enige les, die ik moest onderwijzen zoals ik die heb geleerd, is dat geen enkele waarneming die niet met het oordeel van de Heilige Geest overeenstemt gerechtvaardigd kan worden. Ik heb op me genomen te laten zien dat dit in een extreem geval waar was, alleen opdat het als een goed leermiddel zou dienen voor hen voor wie de verleiding om toe te geven aan woede en geweld niet zo extreem zou zijn. Ik wil met God dat geen van Zijn Zonen lijden zal.
De kruisiging kan niet met anderen worden gedeeld, omdat ze het symbool is van projectie, maar de opstanding is het symbool van met elkaar delen, omdat het herontwaken van iedere Zoon van God noodzakelijk is om het Zoonschap in staat te stellen zijn Heelheid te kennen. Alleen dit is kennis.
De boodschap van de kruisiging is volmaakt duidelijk:
Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.
(ECIW:T6.I.11-13)
Zo is dus de kruisiging, het idee dat ik beperkt ben tot een omschreven vorm, gevangen in een tijdelijk hulsje, een projectie van de afscheidings gedachte, die mij altijd afscheidt van de schepping en van mijn broeders, en dus per definitie iets wat ons van elkaar isoleert, terwijl het loslaten van die keuze, van dat misplaatste vertrouwen in de beperkingen van de vorm, en de wereld van tijd en ruimte, door voor mijn ware identiteit als geest te kiezen, ons juist van die beperkingen bevrijdt. Het is een keuze die wij alleen voor onszelf kunnen maken, maar die juist weer de Verbinding in ons herstelt, die gesymboliseerd is in het Zoon/Vaderschap, welke ons  met de hele schepping verbindt.
Impliciet maakt de lezing van J. W. Kaiser's werk ook duidelijk dat het juist in die verbinding ligt, die alleen daadwerkelijk hersteld kan worden door Jezus te volgen op de weg waarin hij ons is voorgegaan, dat wij hem kunnen leren verstaan. Bijvoorbeeld zijn inleiding tot het boek Beleving van het evangelie, maakt hartstochtelijk duidelijk dat de betekenis van de leer van Jezus ons alleen openbaar wordt door hem daadwerkelijk te volgen, want alleen de ervaring openbaart ons wat niet met louter intellectueel begrijpen verstaan kan worden. Dat hele boek is erop gericht om ons de weg te wijzen naar die innerlijke ervaring, zodat de leer van Jezus in ons levende gestalte kan aannemen, die voor ons voor altijd verborgen zal blijven als wij onze relatie met hem willen beperken tot intellectueel doorvorsen. En in zijn inleiding brengt hij dit ook in verband met de jammerlijke theologische vervormingen die traditionele vertalingen van de evangeliën gekenmerkt hebben, omdat zij het handwerk waren van lieden die zich beperkten tot het vertalen naar de vorm, zonder zelf in der daad Jezus te volgen, en tot innerlijk verstaan van zijn Leer te zijn gekomen. Met andere woorden, leerstelligheid omtrent Jezus (Paulus/Christendom), kan nooit en nimmer de plaats in nemen van ervaring van Jezus door hem daadwerkelijk te volgen. Kaiser zegt: "Vertalen eist meer dan kennis van beide talen. Vertalen eist verstaan." (Beleving van het evangelie, p. 7)


P.S. Ondertussen denkt Annelies dat een betere titel (of ondertitel) voor mijn boek misschien zou wezen, Hoe Jezus het Christendom overleefde. Dat zou ook kunnen.

18 juli 2009

Kan ik u effe doorverbinden, dan?

Met de wonderen van het internet bij de hand, heb ik zojuist een verbinding tot stand gebracht met wat eerder werk t.a.v. JWK en ECIW. Zie hier: JWK & ECIW
Ook staat er een link in het vakje met links op de voorpagina van dit blog.
Het voordeel van de presentatie op Proboards is dat het makkelijker is om de onderwerpen bij elkaar te houden, dus voorlopig neem ik aan dat dat een rol zal blijven spelen in parallel aan de besprekingen alhier. Mettertijd zal het wel duidelijk worden of, en hoe, er misschien een nauwere integratie komt.

27 juni 2009

Storm in de ziel

De taal van beelden is soms moeilijk toegankelijk voor ons, omdat wij er zo op ingesteld zijn alles letterlijk te nemen. Dat is waar het ego ons steeds toe verleiden wil - te denken dat er werkelijk een wereld is, en dat wij werkelijk een lichaam zijn en dat er grote, belangrijke, problemen zijn die wij zo nodig moeten oplossen. Het liefst verbeelden wij ons allemaal dat wij de wereld moeten redden, enz. En door ons letterlijke zien, zien wij de strekking, de inhoud, niet. Het letterlijk nemen van de beeldentaal van Jezus leidt tot eindeloze verwarringen, en maakt het evenzo makkelijk om die leer te denigreren. Het gaat er niet om of je moest geloven dat Jezus als fysiek persoon, als lichaam wandelde op de golven, van welke fysieke zee of meer dan ook.
Onze emoties zijn de golven van de levenszee, en in onze afgescheieden staat, wanen wij ons steeds als een nietig scheepje, drijvende op de golven van die zee, en in constant gevaar van ondergang. Immers alles wat wij niet als "ik" en als bekend identificeren, is deel van de wereld van het onderbewuste die zo expressief als een mysterieuze zee kan worden gezien in beeldentaal en dromen.
Annelies plaatste zojuist een heerlijk stukje blog:
http://liesje56knegt.xanga.com/705694740/surfen-met-quotjquot/
Waarin zij ingaat op het beeld van Jezus die op het water wandelt temidden van de storm op zee. Dat is de storm op de zee des levens waar wij maar al te vaak bijna door de golven van emoties overmachtigd worden en dreigen te verzuipen, of althans zo voelen wij dat.
Toch kunnen wij te allen tijden bij onszelf terugkeren en Jezus vinden, zoals de Cursus het zegt:
Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. En je zult je meer bewust worden van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende actviteit. Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven temidden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. Het is dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, waar het in je bewustzijn als zodanig behouden zal worden. (ECIW:T18.VII.8) [NB. Ik wijk hierbij af van de bestaande Nederlandse vertaling, die helaas de lading niet dekt. RFvV]
In het Marcus evangelie staat de beroemde passage over de storm op zee in Marcus. IV:35-41, en JWK geeft die passage op pagina's 62 en 63 van zijn Beleving van het Evangelie. Hier is de passage in de NBG vertaling van '51:
35 En Hij zeide tot hen op die dag, toen het laat geworden was: Laten wij oversteken naar de overkant.
36 En zij lieten de schare achter en namen Hem, zoals Hij was, in het schip mede, en er waren andere schepen bij Hem.
37 En er stak een zware stormwind op en de golven sloegen in het schip, zodat het schip reeds vol liep.
38 Maar Hij zelf lag op het achterschip tegen het kussen te slapen. En zij maakten Hem wakker en zeiden tot Hem: Meester, trekt Gij er U niets van aan, dat wij vergaan?
39 En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en het werd volkomen stil.
40 En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof?
41 En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
Ter vergelijking zet ik daar Kaiser's vertaling even naast:
35 Toen het op dien dag laat geworden was, zeide Hij tot hen: 'Laten wij oversteken naar de overzijde.'
36 Zij lieten de schare achteren namen Hem mede daar Hij in het schip was; en er waren andere boten bij Hem.
37 Er stak een zware storm op en de golven sloegen in het schip, zodat het reeds volliep.
38 Maar Hij lag te slapen op een kussen in het achterschip. Zij maakten Hem wakker en zeiden tot Hem: 'Meester, trekt gij er u niets van aan, dat wij vergaan?'
39 Wakker geworden, bestrafte Hij den wind, en zeide tot de zee: 'Zwijge en wees stil!' Toen ging de wind liggen en er ontstond een grote stilte.
40 Dan zeide Hij tot hen: "'Waaròm zijt ge zó bang? Hoe komt het dat ge geen geloof hebt?'
41 Door grote angst bevangen vroegen zij elkaar: 'Wie is doch Deze, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?'
In zijn boek parafraseert hij de inhoud van enkele sleutel passages als volgt:
"De Geest wordt dan zeer krachtig vaardig, en beweegt de zielewateren zó hevig, dat het voor de stofvertrouwden schijnt alsof de Godgeboden mogelijkheid toch niet bestand is tegen de ontzettende beroering." (Marcus IV:37)
"Maar als Hij hun benauwdheid ziet, brengt Hij de stilte in den geest en den ziel, die Hij alleen gebiedt." (Marcus. IV:39)
Dat is Kaiser's weergave van de ervaring van de apostelen van de angst op zee, en het contrast met de kalmte van Jezus, die dus ook de storm doet liggen. Die rust is in ons, en te allen tijde toegankelijk, we moeten alleen wel de moeite nemen om inderdaad onszelf onze paniek te vergeven, en zo in te keren tot die rust. Alle golven van angstige emoties zijn dus niets anders dan dat kleine ik van ons dat aan de noodrem trekt, opdat wij Jezus vooral maar niet vertrouwen. En steeds is aan ons de keuze of wij willen luisteren naar die stille stem van binnen, of naar het razen van de storm.

19 juni 2009

Levensheiliging

Deze kleine monografie dateert van 1955, en is weer een pareltje uit de pen van Kaiser, dat oorspronkelijk debuteerde als een toespraak op een Oude Loo bijeenkomst. Je kunt het hier vinden: http://www.stichtingopenveldwerk.nl/pdf/levensheiliging_searchable.pdf
De titel alleen al is weer een geweldig Kaiser woord. En het treft ons in het hart omdat wij onszelf als alles behalve heilig beschouwen, omdat wij immers met de keuze voor het ego onze ware werkelijkheid als God's Zoon weggegooid hebben, en de kleinheid van het ego, die wij overcompenseren met grootheidswaan, verkozen boven de heelheid en grootsheid van God's zoon. De Cursus zegt het als volgt:
Het is makkelijk om grootheid van grootheidswaan te onderscheiden, want liefde wordt beantwoord, maar hoogmoed niet. Hoogmoed zal geen wonderen teweegbrengen, en zal jou daarom beroven van de ware getuigen van jou werkelijkheid. De waarheid is niet duister of verborgen, maar dat ze voor jou onmiskenbaar is, blijkt uit de vreugde die jij breng aan haar getuigen die haar aan jou tonen. Zij getuigen van jouw groodheid, maar ze kunnen niet getuigen van hoogmoed, omdat hoogmoed niet met anderen kan worden gedeeld. God wil dat jij aanschouwt wat hij geschapen heeft, want daarin schept hij vreugde.
Kan jouw grootheid arrogant zijn, als God zelf daarvan getuigt? En wat kan werkelijk zijn dat geen getuigen heeft? Wat voor goeds kan daaruit voortkomen? En als er niets goeds uit voortkomen kan, kan de Heilige Geest het niet gebruiken. Wat hij niet tot de Wil van God kan transformeren, bestaat in het geheel niet. Grootheidswaan is een waanidee, omdat het gebruikt wordt om de plaats van jouw grootheid in te nemen. Maar niets kan de plaats innemen van wat God geschapen heeft. God is incompleet zonder jou, want Zijn grootheid is totaal, en jij kunt daar niet aan ontbreken. (ECIW:T9.VIII.9-10)
Kortom het is onze kleinheid die eigenlijk arrogantie is, die zegt tegen God dat zijn Zoon NIET is zoals hij geschapen werd, en levensvervulling kan alleen maar zijn juist het achterlaten van de plaatsvervangende schijnwereld van het ego, in verwerkelijking van de ware werkelijkheid van het Zoonschap. Kaiser begint met het spreken over het idee dat 'heilig' natuurlijk niet een kwalificatie is die vanuit wat voor werelds oogmerk dan ook zinnig is, en niets maar dan ook niets van doen heeft met het martelaarschap omderwille van geloofsovertuigingen dat maar al te vaak als kwalificatie voor een heiligverklaring werd aangezien. Om die reden zegt Jezus in de Cursus dat hij leraren zoekt (die zijn leer levend verwerkelijken), en geen martelaars. (cf. ECIW:T6:I.16:3)
Oppervlakkig kan Kaiser soms misverstaan worden, door zijn strenge toon, als hij dingen schrijft zoals: "Heilig-zijn ligt in de handen van de Vader, die dit op Zijn tijd zal laten ondergáán aan diegenen die Hij de Zijnen noemt." (LH p.10) Zulke opmerking dienen echter geheel gezien te worden in hetzelfde soort verband als het beroemde dictum van Jezus in de Cursus, in T3.IV.7:12, dat allen uitverkoren zijn maar slechts weinigen verkiezen om te luisteren. In die zin zijn 'de Zijnen' dus eenvoudigweg diegenen die verkiezen om aan de Roep gehoor te geven. Elders zegt hij in de Cursus ook dat alle kinderen van God speciaal zijn. (cf. ECIW:T1.V.3:6 - "All mijn broeders zijn speciaal.")
Vervolgens ontmantelt Kaiser de notie van het verwerkelijken van idealen, dat hij geheel doorziet in de zin van de idolen die wij aanbidden in plaats van God, wat in de Cursus ook vaak zo overduidelijk ter sprake komt. "... want dat (het najagen van een ideaal) is het zich consolideren in een levenslange droom, waar God op ons ontwaken wacht." (LH, p.10) Idealen in die zin zijn dus voortzettingen van de droom in een andere vorm, een alternatief, waarin het ego steeds aan de macht blijft, de ene ware keuze is tussen onze wil of Gods Wil, en die dienen wij van moment tot moment leren te maken. Hij bespreekt dan ook uit en te na waarom verlossing dus niet iets is dat door een mens aan een ander mens voltrokken kan worden, maar eerst een aanvang neemt door het aanvaarden van de geboden leerschool onder de Leiding van God, of de Heilige Geest, en zo dus in te treden in wat de Cursus de heilige relatie noemt.
In expliciete termen laat hij ook zien dat de herhalingsdrang van het ego in feite de keuze voor de dood, of voor de kruisiging (in Cursus termen) is. En hoezeer wij in het ego bevangen blijven zolang wij ons tot de dualiteit bekennen. Weer haalt hij er ook bij hoezeer godsdiensten in het algemeen juist tot doel hebben de wereldse orde, en dus het denksytsteem van het ego, te bestendigen en te rechtvaardigen, net zoals het Cursus materiaal (in het Psychotherapie-pamflet) ook stelt dat formele religie geen rol heeft in psychotherapie, maar eigenlijk ook niet in werkelijke religie (in de zin van Gods Dienst, zoals Kaiser dat aanduidt in zijn monografie God's Dienst, en godsdiensten, alsook op diverse plaatsten in het huidige boekje).
Ons leven hier noemt hij een verloochening van het wezen van Leven (LH p. 13), een terminologie alweer die ten nauwste aansluit op de notie in de Cursus dat wij in ontkenning van de waarheid en werkelijkheid leven als wij het ego kiezen. Ook is zijn terminologie uiterst rijk in de zin van het beschrijven van de ego samenzwering waar wij allemaal natuurlijk deel van uitmaken, want dat is wat de tijdruimtelijke wereld in stand houdt. Het idee dat metanoia betrekking heeft op een algehele verandering van gedachten, de keuze tussen het denksysteem van de Heilige Geest (bij Kaiser het 'verticale') en het denksysteem van het ego (bij Kaiser het 'horizontale') is ook met grote helderheid en vele uiterst behulpzame inzichten in dit boekje verweven. Het is een keuze van 100%, en het is onze enige echte keuze. Kaiser maakt dat o.a. als volgt duidelijk: "Die ons bevrijdt, verlost, wordt niet gekend, begrepen, of geleid, door dàt waarvàn Hij ons verlost." (p.15) Dat sluit aan bij vele themas in de Cursus, o.a T30.V.1:6, in het idee dat we dingen eerst moeten vergeven voor ze begrepen kunnen worden, dwz, voordat wij onze interpretatie terzijde leren te laten, en ons overgeven aan het inzicht van de Heilige Geest, kan er bij ons geen inzicht dagen, alleen maar een interpretatie.
Waar Jezus in de Cursus dus ook zo duidelijk maakt dat hij niets heeft dat wij niet ook hebben, maar dat hij alleen niets ànders heeft, zodat zijn zijnwijze bij ons vooralsnog alleen maar potentieel is en niet actueel (ECIW:T1.II.3:10-13), daar maakt Kaiser dus ook duidelijk dat de diverse "verlossers" idolen die de godsdiensten zich gemaakt hebben niet tussen de Vader en de Zoon kunnen staan, zodat dus ook would be leraren in die zin ons alleen maar tot nodeloos oponthoud intigeren. En alweer draait het er dus juist om dat verlossing een ervaring is van een totaal andere orde, en dat wij niet van twee walletjes kunnen eten, waartoe het ego ons altijd weer tracht aan te zetten. Kaiser maakt daar korte metten mee. Ondertussen bespreekt hij tussen neus en lippen door de symboliek van de ballingschaps verhalen in de Bijbel, van het Gilgamesj epos, van Noah, en van het leven van Gautama Boeddha.
Even verder (p. 21) bespreekt hij dat God geen 'Normen", overtuigingen of belijdenissen verlost, en dan wordt het woord van Jezus in de Cursus mij weer indachtig, als hij zegt: "Houd vast aan niets. Breng geen enkele gedachte met je mee die je vroeger ooit aan wat dan ook hebt ontleent. Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God." (ECIW:W189.7:3-5)  Vervolgens maakt hij duidelijk dat het proces dat hij "levensheiliging" noemt een aanvang neemt in het verleggen van onze aandacht naar God's aandacht voor ons. M.a.w. in het aanvaarden van ons leven als de beste leerschool om te leren ons oordeel (in goed en kwaad voor onszelf) los te leren laten en daarentegen onder de leiding van de Heilige Geest, de thuisweg te aanvaarden. Indachtig aan het Thomas Evangelie komen ook thema's zoals Logion 3 weer in gedachten. Verlossing begint altijd hier, waar je bent, door het opschorten van ons oordeel, en het luisteren naar de Stem van de Heilige Geest, en het zien met de bril van Jezus, wat alleen mogelijk wordt door onze eigen kijk en interpretatie geheel achterwege te laten.
Als voorbeeld van de nooit eindigende neiging om toch weer onszelf te willen verlossen, haalt hij nog Goethe's Faust aan, als een duidelijk voorbeeld van de eindeloze alternatieven die het ego ons te bieden heeft, en die altijd weer nieuwe vormen van slavernij zijn. Het is de hang naar de magie, om hoe dan ook het ego maar aan de macht te houden, maar die altijd weer neer komt op het verplaatsten van het meubilair in een brandend huis. Dus het thema van wat de Cursus het authoriteitsprobleem noemt loopt hier ook door Kaiser's bespreking, Hij onderscheidt duidelijk de keuze van de ziel ('keuzemaker'), van de beslissingen die wij maken in ons dagelijks doen en laten (p.24). In termen van de Cursus brengt deze behandeling thema's zoals Les 328 uit het Werkboek van de Cursus in gedachten: "Ik kies de tweede plaats om de eerste te verwerven." M.a.w. wij moeten ons volmondig tot de tweede plaats (het Zoonschap) bekennen om weer tot de Vader te komen. Dàt is de ware betekenigs van Jezus als "de Weg, de Waarheid, en het Leven." Met andere woorden, de weg naar de hereniging met God, als de Vader, de Bron, is alleen maar mogelijk door aanvaarding en doorleving van totale aanhankelijkheid en afhankelijkheid van Hem, in verwerkelijking van het Zoonschap, waarvoor Jezus het voorbeeld was. Het godsdienst spelen heeft er weinig mee van doen. Dit is ook waarom Jezus in de Cursus duidelijk maakt dat het een zelf-studie "cursus" is onder zijn leiding.
Van groot belang is ook zijn bespreking van de bekende neiging van het ego om de vorm boven de inhoud te stellen, en alweer is het zijn unieke en poetische verwoording van dit gegeven die volkomen aansluit op de dingen die Jezus in de Cursus zegt, maar die tegelijk een unieke invalshoek biedt, en die juist het lezen van Kaiser's werk zo verrijkend maakt. Op subtiele wijze laat hij ook weer zien hoezeer de gezichtspunten van het ego niets anders zijn dat subtiele zelfrechtvaardiging in herhaling van zelfbevestiging, om zo het Alternatief buiten de deur te houden. De Cursus zegt dat de wereld als een aanval op God werd gemaakt, en Kaiser laat hier zien (p. 28) hoezeer wij alles gebruiken om God en Jezus veilig buiten de deur te houden.
"De waarheid wordt alleen bereikt, wanneer de mens omderwille van zijn eigen verhouding tot de Waarheid wil worden geleid. En die Leiding zelf leert zoeken en vinden in de afschaffing van ieder compromis," zo scrhijft JWK op pag. 29 van Levensheiliging.  "De taak van de wonderdoener wordt derhalve het ontkennen van de ontkenning  van de waarheid," zo stelt de Cursus het (ECIW:T12.II.1:5) Het komt beiden op hetzelfde neer. Treffend is ook Kaiser's bespreking van het verhaal van Gautama Boeddha, op pag. 31, vv., dat eigenlijk de omschakeling beschrijft van de speciale relatie tot de heilige relatie. Dit is de verschuiving van het ego motto van "een ander kan gevonden worden," naar het centraal stellen van de enige waarachtige relatie van de Zoon tot de Vader, waardoor àl onze relaties dus in een ander licht komen te staan.
Op pag. 40 beschrijft JWK Jezus als volgt:  "Jezus, Gods Redding, de onstoffelijke brug van schepsel naar Schepper. Jezu, die geen stervend tijdsmens is, noch een eenmalige verschijning, maar die als Goddelijk Proces gestalte aanneemt in iedere mens, die - getrokken door de hunkering naar de Nameloze, die deze Onweerstaanbare zelf wekt - Gods werk aan zich voltrekken laat in overgave." Leg daarnaast Ken Wapnick's uitleg van Jezus, op basis van de Cursus: "Jesus is a what, who looks like a who, because you think you're a who," in het Nederlands: "Jezus is een wat, die op een wie lijkt omdaty jij denkt dat je een wie bent." Kortom, wij zijn ware geest, and Jezus is ware geest die vorm heeft aangenomen omdat wij onszelf zo zien, en daarom noemt de Cursus hem dus ook de manifestatie van de Heilige Geest.
Tenslotte eindigt het boek in een uitnodiging om te midden van alle crises die wij ervaren mochten, altijd de Toegestoken Hand (van God's Hulp) te grijpen, en zo de lang uitgestelde thuisweg alsnog aan te vangen.
Tot slot kan ik alleen maar hopen dat deze kleine ontdekkingsreis de lezer kan helpen dit boekje toegankelijk te maken. Kaiser's wonderschone taalgebruik kan keer op keer verder en dieper genoten worden, en hij kan ons een ware metgezel zijn in onze zwaarste uren. Dat en niets anders is de zin van het werk waaraan zijn leven gewijd was. Ten diepste is hij er steeds van doordrongen dat het pad voor ons allen in vorm altijd anders is, maar inhoudelijk altijd gelijk, en alweer wie de Cursus bestudeerd heeft, ziet daar dezelfde themas. Verder wil ik allerminst Kaiser met de Cursus verwarren of omgekeerd, maar voor mij blijft het een kwestie van doorlopende integratie waarin ik meer en meer waardeer dat zijn uitdrukkingwijze en die van de Cursus weliswaar totaal verschillend zijn, maar dat ze inhoudelijk dezelfde leer vertegenwoordigen, en elkaar dus in die zin van tijd tot tijd kunnen aanvullen en versterken. Beiden zijn een uitdrukking van de leer van Jezus in moderne taal, zij het ook dat beiden soms niet makkelijk toegankelijk zijn wegens een zeker formeel taalgebruik, waarvan de schoonheid zich pas allengs openbaart, naar mate we ervarings gewijs meer met de inhoud van het materiaal vertrouwd raken.