09 augustus 2009

Nog even over 'doorgeven'

Enige tijd geleden schreef ik over Juffrouw Hofmans, en haar rol als 'doorgeefster.' Vandaag herinnert een oude vriend mij aan een artikeltje dat J. W. Kaiser daar ooit aan gewijd had, getiteld: 'Verantwoordelijkheid en verantwoording.' Hier volgt de tekst:

Verantwoordelijkheid en verantwoording


Zeven jaar geleden zette ik uiteen, dat de ware verantwoordelijkheid van Juffr.Hofmans niet ligt in wát zij ‘doorgeeft’ maar in haar bereidheid tot doorgeven. Omtrent dit bereid-zijn bestaat echter slechts verantwoordelijk­heid tegenover GOD.
Anderzijds is de mens aan wie iets ‘doorgegeven’ wordt, slechts verant­woordelijk voor zijn ‘gehoorge­ven’, resp. in-ontvangst-nemen indien het daarbij blijft, aan GOD.
Aan zijn medemensen is men verantwoordelijk voor wat men zelf produceert. Voor zijn gehoorgeving en gehoorzaamheid aan GOD kan, behoeft en moet een mens zich waarlijk niet aan zijn medemensen te verantwoorden. Dat dit toch steeds weer gebeurt in responsie op een tenlastelegging of uitdaging van menselijke zijde, komt alleen omdat men niet de moeite neemt bewust het een van het ander te onderscheiden, en dat men zijn gehoorgeving zèlf op een lijn stelt met opvolgen van raad die door een mens gegeven wordt.
Het gevolg is dat Juffr.H. telkens weer betrokken wordt in andermans conflicten met mensen. Uit lafheid en/of naïviteit ‘verantwoordt’ men zich dan met: ‘Juffr.H. heeft ge­zegd.......’
Daardoor hebben de zo ontstane conflicten nooit de hoge waardigheid die steeds daar is, wanneer een mens ‘alleen’ staat met GOD in de beschuldigin­gen van de zijde der mensen. Een waardigheid die onmiskenbaar de kwaliteit heeft van menig Evangelie-tafereel. Maar de bekende verwikkelingen ontstaan altijd door onwaardige houding en hebben als vertoning iets onwaardigs, beschamends.
Dat GOD álles ten goede keert ontheft de mens niet van zijn verantwoorde­lijkheid jegens GOD en jegens mensen.

Het past niemand zich te motiveren met Juffr.H. heeft het gezegd (of: het is doorgegeven). Niet alleen omdat niet zij het heeft gezegd, maar omdat deze doorgevingen altijd uitsluitend betreffen de verhouding tussen GOD en de toegesprokene.
Men vraagt en men krijgt antwoord. En van de verantwoordelijkheid die dit antwoord aan de ontvanger oplegt kan men zich nooit meer ontdoen; ook niet door haar naam als gezag en schild te hanteren.
Dat het überhaupt gebeurt, bewijst dat men de Doorgeving op zichzelf niet vertrouwt in z’n gezag en werking.

Wie een Doorgeving ontvangt, wordt (is) daardoor opgenomen in GODS Bemoeie­nis en dit betekent, dat men mede te ‘dragen’ krijgt door de stille verplichting tot gehoorgeving. Dat wil zeggen, dat men min of meer bewust daarmede intreedt in een sfeer die principieel het goddelijke verwerpt. Dan is er geen verstoring van evenwicht. Anders ware men profiteur, die door zijn vragen zichzelf ten dele ontdoet van de menswaardige zwaarheid van het leven, de verhoudingen, ook in het beroep.

Van het ogenblik waarop men het waagt het volstrekt Onplooibare te ontvan­gen als Inmenging in z’n levensgang, ontdoet men zich niet van hetgeen hem opgelegd is, maar men laat met die Inmenging in zichzelf toe een verhoogde spanning tussen de gang der aarde en de gang des hemels. De Heiliging (verlossende Werking) ontstaat niet door de Doorgeving, maar door de Gehoorgeving (trouw) daaraan.
Door die Spanning te ontwijken of af te wentelen op het onbewijsbaar gezag van de Doorgeving of op de persoon die doorgaf, pareert men een deel van het onontkoombaar odium, betrekt men de Doorgeef­ster in het eigen deel der verantwoording en verstrikt men zichzelf in halfslachtigheid. Dat geeft verdrietige verwarring in alle verhoudingen en kan alleen geklaard worden door alsnog te staan waarvoor men staan moet.



30 november 1957
J.W. Kaiser
-------------

En, dat sluit dan weer geheel aan bij wat ik eerder over haar werk schreef, en de gebrekkigheid van het routinematige etiket in de pers van 'gebedsgenezeres'. Dus dat was nog even een kleine bevestiging in de woorden van haar naaste samenwerker. Het sluit ook geheel aan bij de kwestie die we vandaag de dag nog vaak zien o.a. onder studenten van de Cursus, namelijk te trachten zich te verantwoorden met "ik voelde me geleid", etc. Ken Wapnick geeft daarop het enige toepasselijke antwoord: we worden altijd geleid: ofwel door het ego, ofwel door de Heilige Geest, dus wat wij metterdaad 'doorgeven' is ofwel door het ego, wel door de Heilige Geest ingegeven. Je doet gewoon je best, en je doet wat je voelt dat juist is, en aan de vruchten kent men de boom, daar hoeft verder niet over gepraat te worden. Het leven is juist het leren naar de juiste Leiding te luisteren.

02 augustus 2009

Dankbaar ondanks of dankzij alles

Het Loflied zit in de lucht, de wonderschone vertelling van Aart van der Leeuw in zijn bundel De gezegenden, die in elk geval antiquarisch nog wel te vinden valt. Inmiddels hebben we het verhaal dus ook via het internet weer beschikbaar gemaakt (je krijgt die link als je op de titel "Het Loflied" klikt).

Het was voor mij JWK die mij op het spoor van Aart van der Leeuw zette, nu al gauw bijna zo'n vijftig jaar geleden. Inmiddels was er dus een leven van verdere integratie voor nodig om het nu opnieuw tot bloei te laten komen. Ik heb de bundel nog wel, maar door verhuizingen staat hij vooralsnog in een doos in de kelder van een vriend in Brooklyn (Breukelen dus eigenlijk). Maar Annelies kocht een exemplaar van het boek in Nederland, en
ECIW speelde daarin voor mij de laatste twintig jaar weer een voorname rol, want geleidelijk aan kon ik nu zowel JWK alsook vele andere materialen op een nieuwe wijze leren te verstaan, zodat een rudimentaire herkenning kon gaan doorgroeien tot een steeds dieper verstaan.

01 augustus 2009

Engelen zonder flauwe kul

In zijn boek De Mysteriën van Jezus in ons leven bespreekt Kaiser in hoofdstuk 20 de engelen ervaring, en de volgende drie hoofdstukken wijdt hij dan aan drie specifieke voorbeelden daarvan. Dat zijn respectievelijk Gabriël (Van de Overschaduwing), Raphael (Van de Genezing), en Michael (De overwinning van het licht).

Kaiser's beschrijving verraad weer duidelijk dat hij doorziet hoe de menselijke waarneming op zijn kop staat, en dat dus een engel niet een figuur is die buiten aan ons verschijnt (er is geen wereld), maar de gestalte is die onze eigen waarneming aanneemt, en die soms fysiek kan worden waargenomen, naarmate onze wending zich voltrekt. In die zin zijn engelen dan dus verschillende aspecten van het Goddelijke die zo op verschillende wijze uit onze ervaring bespreekbaar worden, en dan in de vorm van verhalen over engelen overgedragen kunnen worden. Wanneer wij dan vervolgens vorm en inhoud weer verwarren, dan onstaat de veridolizering van engelen, die dan juist weer een afleiding wordt, en een nieuw schijnbaar spiritueel schimmenspel dat echter niets dan afleiding betekent.

Kaiser's verwerking van het onderwerp richt zich echter direct op de inhoud, en dit kleine artikeltje (Hoofdstuk 20 van Mysterien), en de drie die dan nog volgen over Gabriël, Raphael, en Michaël, zijn waarschijnlijk het beste wat er in het Nederlands, of überhaupt in een moderne taal over engelen geschreven werd. Zij zijn de begeleiders die wij ervaren al of niet in een waarneembare gestalte, naar gelang wij ons wenden op de weg waarop Jezus ons voorging, en als wij weer dreigen verward te raken in de details die er niet toe doen. Zij vertegenwoordigen de ervaringen van overmachtig ingrijpen, zoals Gary Renard vertelt in De verdwijning van het universum (VU), waar hij een fysieke ervaring had van een hand die hem de hals van zijn gitaar uit de handen wrong, waaruit hij opmaakte dat hij niet moest terugvallen op zijn oude muzikale vaardigheden, maar iet anders moest doen, dat voor hem alle grenzen zou doorbreken.

Dat Kaiser's werk niet bekender is geworden is waarschijnlijk het beste bewijs dat hij het bij het rechte eind had. Ken Wapnick zei ook zo vaak dat hij altijd voelde dat als de hele zaal in slaap viel, dat hij waarschijnlijk een goede workshop had gegeven, want we willen het niet horen. De boodschap van Jezus is de wereld niet welkom. Evenzogoed zegt Ken zo vaak dat de Cursus niet zo populair zou wezen als de mensen begrepen waar het over ging. Logion 13 van het Thomas evangelie getuigd van hetzelfde. En zo kunnen we doorgaan.

Kaiser's werk was voor Nederland zeker een begin van ontwaken na de tweede wereld oorlog, want er was toen natuurlijk toch een basis van besef dat het zó niet verder kon. Bij het grote publiek sloeg het niet aan, en het is ten naaste bij geheel in de vergetelheid geraakt. Echter met de groeiende interesse voor de Cursus, en natuurlijk een toch toenemend aantal mensen die werkelijk de Cursus beoefenen, zal ook het aantal potentiele lezers van Kaiser's werk toenemen. De tijd is nu rijp.