21 november 2010

Vasten - Mk II:18-20

In Beleving van het evangelie bespreekt Kaiser deze passage diepgaand, en in termen die voor lezers van ECIW zeer aansprekend zouden kunnen zijn. Het blijft vaak verrassend om te zien hoezeer Kaiser's werk inhoudelijk in de zelfde lijn ligt als de Cursus, een lijn die direct teruggaat tot de leer van Jezus, zoals Jezus die zelf leefde en leerde voordat die ergens tussen de dertig en driehonderd jaar na zijn kruisiging werd omgetoverd in de leerstelligheden die wij als Christendom leerden kennen, en die hem dan beginnende met Paulus ook nog eens in de schoenen worden geschoven. Het hele verhaal is een voorbeeld van hoe de verdedigingsmechanismen van het ego werken.

Met name is Kaiser's systematische behandeling van de tradities op inhoudelijke wijze zeer verwant aan de Cursus, en de oorspronkelijke leer van Jezus, immers tot allen die buiten de relatie met Jezus staan komt het alles in parabelen, wat dus in het Christendom de vorm aan neemt van het letterlijk nemen van de Bijbel, en het niet luisteren naar de inhoud, en dus ook eindeloos tot theologische verminkingen heeft geleid in het vertaal proces. Hoe vaak Jezus ook zei dat hij niet van broden sprak, wij blijven hem hardnekkig op letterlijke wijze misverstaan, zolang wij onszelf nog letterlijk nemen als individuen. Het vergevings proces van de cursus, en de ervaring van ons met Jezus boven het slagveld te verheffen en er met zijn vergeving nieuw naar leren kijken, is de toegang tot het verstaan van zijn parabelen en dus van alles wat er in ons leven passeert. Zo gaan wij dus de wereld van de dualiteit meer en meer appreciëren als metafoor.

Met Kaiser's behandeling wordt het duidelijk dat in de vertellingen van de traditie rond Jezus bepaalde stereotypen dienen als characterisaties van fundamentele verdedigingsmechanismen van het ego, en niet als beschuldigingen aan het adres van bepaalde groepen. Dat werd er wel van gemaakt, naar gelang men contact verloor met de inhoud, en de letterlijke lezing de overhand kreeg. Het gaat hier ook niet om moralistische fabeltjes of psychoanalyse, maar alleen om de innerlijke ervaring en herkenning hoe wij eigenlijk alle karakters in het verhaal uit eigen ervaring kennen, en naarmate wij er eerlijk naar kunnen kijken met Jezus, zal het ons helderder worden waar hij het over had. Beleving, niet interpretatie is waar het om gaat, zoals de Cursus ook steeds duidelijk maakt dat het gaat om in de practijk te brengen wat hij zegt, niet om te argumenteren over wat hij bedoelt, laat staan het uit je hoofd te leren. De innerlijke verwerkelijking is het enige. Vandaar ook de titel van Kaiser's boek. En vandaar ook dat er in de Cursus uiteindelijk staat:
Vergeet deze wereld, vergeet de cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God. (ECIW:WdI.189.7:5)

Afscheiding is de grond gedachte van het ego, wat dan hand in hand gaat met projectie, want als ik mij van jou afscheid, omdat ik gelijk heb en jij ongelijk, omdat jij schuldig bent, en ik mijn handen was in onschuld, dan is dat het meest fundamentele ego-verdedigingsmechanisme. In de Bijbelse verhalen staan de Phariseeërs daarvoor symbool, en zoals Kaiser ook uitlegt de naam zelf betekent dus etymologisch ook "apart," dwz. afgescheiden, enz. We kunnen allemaal in onszelf zien hoe dat mechanisme werkt, en alleen vergeving kan het ooit oplossen.


De Pharisaeërs (het ego) vasten om op die manier de schuld en de zonde te vereffenen, door het vanzich af te schuiven. Vasten is dan offeren om iets terug te krijgen, wat verloren of afgepakt is (onze onschuld). Dat is dus het ego mechanisme, om onze onschuld te bewaren door de schuld buiten ons te projecteren, en onszelf zo een schijn van onschuld aan te meten, waarlijke schijnheiligheid.
Zodra er echter Ware communicatie is hoeft er niet meer gevast te worden, want dan is geven en ontvangen gelijk. Jezus als symbool voor ware communicatie was het levende voorbeeld en in zijn aanwezigheid had een ritueel zoals vasten geen betekenis meer.

Echter, nadat Jezus als aanwezig symbool, geprojecteerd in de vorm, verdwenen was, moesten (en moeten nog steeds) de volgelingen leren dat het niet om de vorm gaat, maar dat Jezus altijd symbool staat voor de Geest en dat dat niet staat of valt met de aanwezigheid van een lichaam (projectie).
Zo krijgt 'vasten' een omgekeerde, ándere betekenis.... niet meer als gemis en/of opoffering van de vorm, maar als symbool dat alleen Geest voor de ware verbinding zorgt, omdat er alleen Geest is. Dan "vasten" wij dus van de waarden der wereld, omdat wij leren dat vasten niet om opoffering en verlies gaat, zoals de ego denkgeest het gebruikt, maar om loslaten en vergeven, en dat er dan geen sprake kan zijn van verlies, maar alleen van pure winst voor de hele denkgeest. Wij eindelijk gaan inzien dat wij "niets" opgeven voor "alles," en dus elk gevoel van opoffering verdwenen is. Het ego ziet dat als "vasten" en "opoffering," in een laatste hopeloze poging om ons te overtuigen dat het ons nog iets te bieden heeft. Zo worden dan alle vormen, de projecties alleen nog maar betekenisvol in de handen van de Heilige Geest, en dus als vergevingsmateriaal. Zo staat er in de Cursus nog:

Waarom zou je de ontdekking dat jij vrij bent niet als een bevrijding van lijden zien? Waarom zou je de waarheid niet toejuichen, in plaats van haar als vijand te beschouwen? Waarom is een gemakkelijk pad, zo duidelijk gemarkeerd dat het onmogelijk is te verdwalen, ogenschijnlijk doornig, oneffen en veel te moeilijk voor jou om te volgen? Komt dit niet doordat je het ziet as een weg naar de hel, in plaats van het te bezien als een eenvoudige manier, om, zonder enig offer of verlies, jezelf te vinden in de hemel en in God? Zolang je niet inziet dat jij niets opgeeft, en zolang je niet begrijpt dat verlies niet bestaat, zul je de weg die je gekozen hebt op enige manier betreuren. En je zult de vele voordelen die jouw keuze jou heeft opgeleverd niet zien. Maar ook al zie je die niet, ze zijn er wel. Hun oorzaak werd in werking gezet, en waar hun oorzaak haar indrede deed, moeten ze zelf ook aanwezig zijn. (ECIW:T29.II) 
Als leerlingen van de Cursus zal deze ervaring ons meer en meer geworden, en naarmate het mechanisme ons door vergeving volledig duidelijk wordt, daadwerkelijk blootgelegd wordt door vergeving en waardeloos bevonden, zal dus alle gevoel van opoffering verdwijnen, en zullen wij alleen nog de waarde van alle situaties als vergevingskans zien, waarin geven en ontvangen volkomen gelijk zijn, en wij ons ware erfgoed weer leren aanvaarden, in het aanvaarden van de verzoening.
Wij zullen ook maar al te vaak ervaren hoe wij in een moment van inkeer volkomen in de vergeving van Jezus kunnen verkeren, en alles anders zien in zijn aanwezigheid, en in het volgende moment treden wij weer in de wereld, en worden weer meegesleept door alle verleidingen van het ego. Echter, wij kunnen het dan nooit meer helemáál serieus nemen, omdat de waarden van het ego geleidelijk aan glans inboeten, naar mate een ander denksysteem ons geleidelijk aan meer en meer eigen wordt, en wij al doende leren dat wij in de wereld maar niet van de wereld zijn.


Dit artikel werd in samenwerking tussen Annelies en mijzelf geschreven in de context van ons intensieve werken met de Cursus, en het gezamelijk lezen van Kaiser's Beleving van het Evangelie. Onze dank gaat dus uit naar die beide bronnen, en onze innerlijke bron waaraan wij ons steeds weer en steeds meer kunnen laven, en door laten leiden.

Annelies Ekeler & Rogier F. van Vlissingen