28 april 2011

De Bron van Jakob

JWK spreekt op diverse plaatsen over de bron van Jakob, o.a. aan het einde van zijn artikel over de geest van Jakob in de bundel De Mysteriën van Jezus in ons leven. Jakob is natuurlijk de perfecte uitbeelding van de psychologie van het ego, en als zodanig is zijn bron dan ook de ego bron. Kaiser beschrijft dit als volgt:
Wij die ons leven staag vergallen door de twintig-jaren-lange dienst aan "Laban" (onze "rijke Oom", die toch niets geeft) om dàt te krijgen wat God geven zou, indien wij zouden trachten eerst Zijn Rijk te vinden... Wij zijn die Jakob... en wij willen het niet zien!
Maar wie als een Profetenzoon zich wijdt aan Hem "die in vrijheid voert", die zal DE NAAM VAN "ISRAEL" doorzien als TIJDSGEBEUREN, dat zijn Kinderen (de "Stammen" Israëls) laat drinken uit de Bron, welks water steeds weer dorsten doet. Want die ontmoet te zijner tijd aan deze Jakobs Bron de onbekende die het Levenswater biedt. (MJL, p. 34)
Kaiser schrijft over Jakob nog (MJL p. 150):
Ja'aqob betekent "hielelichter." Hij is het beeld van de "verdringer" van zijn "broeder" uit diens eerstgeboorterecht. Als zodanig is hij oerprincipe, aartsvader, van alle in tijd gevangenen.
Toch is het God, die de coïncidentie "honger van Ezau"en "linzensoep van Jakob" bepaalde. En wij deden goed dit indachtig te zijn bij de hedendaagse "coïncidenties."  
Maar Jakob is méér. Hij is ook de dienende om zijn geluk. Hij is ook de worstelende met de Engel. Hij wordt Israël, het Tijdsgebeuren, dat al zijn kinderen laat drinken uit zijn Bron, Hij is de Ring waarin het leven in de tijd gebeeld moet worden in de Twaalf Stammen, die zijn Zonen zijn, de Dierenriem of Zodiak, die het vergankelijke bestaan der aarde en haar schepselen beperkt to varianten van projectie, van haar stand ten opzichte van de Zon.
Als de Verlosser komt, dan zal Hij door die Stammen wandelen en ze een voor een bevrijden. (Ommegang op Aarde).
De oude Israël, die voortleeft in zijn Stammen, herleeft getransmuteerd tot "volgelingen" van de Christus als de Twaalve.
Het verhaal waaraan Kaiser hier refereert is natuurlijk het verhaal in het Johannes Evangelie, van de Samaritaanse die Jezus ontmoet bij die Bron van Jakob:
Bij de bron
Jezus verliet Judea en ging terug naar Galilea. Hij moest door Samaria en kwam in de stad Sichar in Samaria. Deze stad lag vlakbij het stuk land dat Jakob aan Jozef had gegeven en daar was ook de bron van Jakob.
Jezus was moe van het lopen en rustte uit bij de bron; dat was omstreeks twaalf uur 's middags. Er kwam een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus vroeg of zij Hem wat te drinken wilde geven. Hij was op dat moment alleen omdat Zijn discipelen naar de stad waren om eten te kopen.
'Dat begrijp ik niet', zei de vrouw verbaasd. 'Ik ben een Samaritaanse en U bent een Jood. Welke Jood vraagt een Samaritaanse nu iets te drinken?' Want Joden gaan niet met Samaritanen om. 'Als u wist wat God geeft en Wie Ik ben Die u om water heeft gevraagd', antwoordde Jezus, 'dan zou u Mij om water hebben gevraagd en Ik zou u levend water hebben gegeven.'
'Maar Here', zei zij. 'U hebt geen kruik en de put is diep. Waar haalt U dat levende water dan vandaan? Bent U dan meer dan onze stamvader Jakob? Hij heeft deze put gegraven. En zijn zoons, zijn vee en hijzelf hebben er water uit gedronken'. Jezus antwoordde: 'Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt.' (Johannes 4:3-14)
Jakob is dus het prototype van de tijdsbevangen mens die wij zijn, immer ons lot ontvluchtende, omdat het geloof in de afscheiding en een onafhankelijk bestaan als individu ons behept met een vrees voor God, wiens vermeende wraak wij nu ontlopen moeten. Echter, eens zullen wij ontwaren dat wij ons moede hoofd te rusten leggen in het Huis van God (Bethel), en de droom van de Jakob's ladder zal ons doen geworden dat onze kortste weg naar huis juist hier is waar wij zijn, in de wereld, in al onze relaties, mits wij ons wenden tot de Heilige Geest om Leiding, in plaats van het zelf te blijven doen - en dan zullen de engelen ons dienen.

Over de Samaritaanse bij de Bron zegt Kaiser het volgende:
Doch de episode met de Samaritaanse (Hoodstuk 4) bevat diepere verwijzing naar het eigenlijke Israël. Niet naar de Tien Stammen, die het Koninkrijkje Israël vormden en voortdurend overhoop lagen met het koninkrijk Judea (inclusief Benjamin). Niet naar de British Israël Movement, met hun kunstige gedachtebouwsels, waarin zovele "idealisten" verstrikt geraken. Maar naar Israël als: door de Tijd bevangen Mens. Israël "gevallen" in het onderscheid van de tegenstellingen, Israël als Mens die voor het lokken van de Ruimte is gezwicht, Israël als Mens, die zich wel Wachter (Semer!) waant, doch nog alleen maar tijdsgebeuren als werkelijkheid kent, en dus zijn kinderen voortdurend uit die Bron laat drinken, welker water steeds weer dorsten doet. Israël het Tijdsgebeuren, dat voortleeft in zijn Twaalf soorten Kinderen als de oergestalten van de zogenaamde Dierenriem, diapositief der aardse relativiteit. Dit Israël verlossen is de Twaalf "stammen" wedervoeren naar het Huis des Vaders, naar de Eeuwigheid.
Dit thema kwam voor mijzelf recentelijk weer tot leven in een serie gebeurtenissen die mij nog eens de patronen van het ego onder ogen deden zien met name in de afgelopen 6/7 jaar van mijn leven. Daarbij werd het steeds duidelijker hoe het ego steeds maar in het zelfde kringetje rond blijft draaien, en dus in zijn herhalingsdrang steeds maar weer dezelfde patronen gebruikt - tot in het belachelijke toe - als verdediging tegen God's Liefde waar wij zo doodsbang voor zijn zolang wij in het ego geloven. Tegelijkertijd bracht mijn dierbare mede student en leraar in de Cursus het een en ander weer op haar eigen wijze onder woorden, waarin ik direct de situatie van de Samaritaanse aan de bron herkende:

(via Skype) Annelies Ekeler: Het ego bestaat uit geheugen materiaal  en wel het valse geheugen dat gebaseerd is op louter afscheidingsgedachtes. Dat is de gesloten cirkel poel, de bron waaruit het ego zijn gedachtes put en zijn gedachtes verder uitspreid over de akkers van de egodenkgeest, waar het zich vermenigvuldigt en vastlegt in tijd en ruimte en een gesloten cirkel vormt, met als enig doel de ware herinnering te doen vergeten.
Laten we aldus de onware herinnering vergeten door het te vergeven zodat de ware herinnering, het Weten, weer tevoorschijn komt.
Kortom dit is de dynamiek van de ervaring van de Samaritaanse: uit de bron van het ego kunnen wij niet anders dan oude patronen opdreggen, waarvan van te voren al vast staat dat zij ons steeds weer en steeds meer zullen doen dorsten, en de keuze van de vergeving is dus om in plaats van de herhaling en dus projectie van steeds dezelfde gedachten te blijven kiezen, ze aan Jezus te geven, en om zijn Hulp te vragen om er met zijn ogen naar te leren kijken, zodat hij ons het Water kan geven dat ons niet meer doet dorsten, en wij dus in plaats van doorgaan met projecteren van de ego patronen, de Heilige Geest mogen accepteren en als kanaal zijn Liefde uitbreiden, met achterlating van alle zelfzucht van het ego, die ons altijd weer opgebroken is. Dit is de praktijk van "There must be another way." Het is het keuze moment, wanneer wij die "andere" leraar, die als een onbekende verschijnt, vragen om het Levende Water.