21 november 2010

Vasten - Mk II:18-20

In Beleving van het evangelie bespreekt Kaiser deze passage diepgaand, en in termen die voor lezers van ECIW zeer aansprekend zouden kunnen zijn. Het blijft vaak verrassend om te zien hoezeer Kaiser's werk inhoudelijk in de zelfde lijn ligt als de Cursus, een lijn die direct teruggaat tot de leer van Jezus, zoals Jezus die zelf leefde en leerde voordat die ergens tussen de dertig en driehonderd jaar na zijn kruisiging werd omgetoverd in de leerstelligheden die wij als Christendom leerden kennen, en die hem dan beginnende met Paulus ook nog eens in de schoenen worden geschoven. Het hele verhaal is een voorbeeld van hoe de verdedigingsmechanismen van het ego werken.

Met name is Kaiser's systematische behandeling van de tradities op inhoudelijke wijze zeer verwant aan de Cursus, en de oorspronkelijke leer van Jezus, immers tot allen die buiten de relatie met Jezus staan komt het alles in parabelen, wat dus in het Christendom de vorm aan neemt van het letterlijk nemen van de Bijbel, en het niet luisteren naar de inhoud, en dus ook eindeloos tot theologische verminkingen heeft geleid in het vertaal proces. Hoe vaak Jezus ook zei dat hij niet van broden sprak, wij blijven hem hardnekkig op letterlijke wijze misverstaan, zolang wij onszelf nog letterlijk nemen als individuen. Het vergevings proces van de cursus, en de ervaring van ons met Jezus boven het slagveld te verheffen en er met zijn vergeving nieuw naar leren kijken, is de toegang tot het verstaan van zijn parabelen en dus van alles wat er in ons leven passeert. Zo gaan wij dus de wereld van de dualiteit meer en meer appreciëren als metafoor.

Met Kaiser's behandeling wordt het duidelijk dat in de vertellingen van de traditie rond Jezus bepaalde stereotypen dienen als characterisaties van fundamentele verdedigingsmechanismen van het ego, en niet als beschuldigingen aan het adres van bepaalde groepen. Dat werd er wel van gemaakt, naar gelang men contact verloor met de inhoud, en de letterlijke lezing de overhand kreeg. Het gaat hier ook niet om moralistische fabeltjes of psychoanalyse, maar alleen om de innerlijke ervaring en herkenning hoe wij eigenlijk alle karakters in het verhaal uit eigen ervaring kennen, en naarmate wij er eerlijk naar kunnen kijken met Jezus, zal het ons helderder worden waar hij het over had. Beleving, niet interpretatie is waar het om gaat, zoals de Cursus ook steeds duidelijk maakt dat het gaat om in de practijk te brengen wat hij zegt, niet om te argumenteren over wat hij bedoelt, laat staan het uit je hoofd te leren. De innerlijke verwerkelijking is het enige. Vandaar ook de titel van Kaiser's boek. En vandaar ook dat er in de Cursus uiteindelijk staat:
Vergeet deze wereld, vergeet de cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God. (ECIW:WdI.189.7:5)

Afscheiding is de grond gedachte van het ego, wat dan hand in hand gaat met projectie, want als ik mij van jou afscheid, omdat ik gelijk heb en jij ongelijk, omdat jij schuldig bent, en ik mijn handen was in onschuld, dan is dat het meest fundamentele ego-verdedigingsmechanisme. In de Bijbelse verhalen staan de Phariseeërs daarvoor symbool, en zoals Kaiser ook uitlegt de naam zelf betekent dus etymologisch ook "apart," dwz. afgescheiden, enz. We kunnen allemaal in onszelf zien hoe dat mechanisme werkt, en alleen vergeving kan het ooit oplossen.


De Pharisaeërs (het ego) vasten om op die manier de schuld en de zonde te vereffenen, door het vanzich af te schuiven. Vasten is dan offeren om iets terug te krijgen, wat verloren of afgepakt is (onze onschuld). Dat is dus het ego mechanisme, om onze onschuld te bewaren door de schuld buiten ons te projecteren, en onszelf zo een schijn van onschuld aan te meten, waarlijke schijnheiligheid.
Zodra er echter Ware communicatie is hoeft er niet meer gevast te worden, want dan is geven en ontvangen gelijk. Jezus als symbool voor ware communicatie was het levende voorbeeld en in zijn aanwezigheid had een ritueel zoals vasten geen betekenis meer.

Echter, nadat Jezus als aanwezig symbool, geprojecteerd in de vorm, verdwenen was, moesten (en moeten nog steeds) de volgelingen leren dat het niet om de vorm gaat, maar dat Jezus altijd symbool staat voor de Geest en dat dat niet staat of valt met de aanwezigheid van een lichaam (projectie).
Zo krijgt 'vasten' een omgekeerde, ándere betekenis.... niet meer als gemis en/of opoffering van de vorm, maar als symbool dat alleen Geest voor de ware verbinding zorgt, omdat er alleen Geest is. Dan "vasten" wij dus van de waarden der wereld, omdat wij leren dat vasten niet om opoffering en verlies gaat, zoals de ego denkgeest het gebruikt, maar om loslaten en vergeven, en dat er dan geen sprake kan zijn van verlies, maar alleen van pure winst voor de hele denkgeest. Wij eindelijk gaan inzien dat wij "niets" opgeven voor "alles," en dus elk gevoel van opoffering verdwenen is. Het ego ziet dat als "vasten" en "opoffering," in een laatste hopeloze poging om ons te overtuigen dat het ons nog iets te bieden heeft. Zo worden dan alle vormen, de projecties alleen nog maar betekenisvol in de handen van de Heilige Geest, en dus als vergevingsmateriaal. Zo staat er in de Cursus nog:

Waarom zou je de ontdekking dat jij vrij bent niet als een bevrijding van lijden zien? Waarom zou je de waarheid niet toejuichen, in plaats van haar als vijand te beschouwen? Waarom is een gemakkelijk pad, zo duidelijk gemarkeerd dat het onmogelijk is te verdwalen, ogenschijnlijk doornig, oneffen en veel te moeilijk voor jou om te volgen? Komt dit niet doordat je het ziet as een weg naar de hel, in plaats van het te bezien als een eenvoudige manier, om, zonder enig offer of verlies, jezelf te vinden in de hemel en in God? Zolang je niet inziet dat jij niets opgeeft, en zolang je niet begrijpt dat verlies niet bestaat, zul je de weg die je gekozen hebt op enige manier betreuren. En je zult de vele voordelen die jouw keuze jou heeft opgeleverd niet zien. Maar ook al zie je die niet, ze zijn er wel. Hun oorzaak werd in werking gezet, en waar hun oorzaak haar indrede deed, moeten ze zelf ook aanwezig zijn. (ECIW:T29.II) 
Als leerlingen van de Cursus zal deze ervaring ons meer en meer geworden, en naarmate het mechanisme ons door vergeving volledig duidelijk wordt, daadwerkelijk blootgelegd wordt door vergeving en waardeloos bevonden, zal dus alle gevoel van opoffering verdwijnen, en zullen wij alleen nog de waarde van alle situaties als vergevingskans zien, waarin geven en ontvangen volkomen gelijk zijn, en wij ons ware erfgoed weer leren aanvaarden, in het aanvaarden van de verzoening.
Wij zullen ook maar al te vaak ervaren hoe wij in een moment van inkeer volkomen in de vergeving van Jezus kunnen verkeren, en alles anders zien in zijn aanwezigheid, en in het volgende moment treden wij weer in de wereld, en worden weer meegesleept door alle verleidingen van het ego. Echter, wij kunnen het dan nooit meer helemáál serieus nemen, omdat de waarden van het ego geleidelijk aan glans inboeten, naar mate een ander denksysteem ons geleidelijk aan meer en meer eigen wordt, en wij al doende leren dat wij in de wereld maar niet van de wereld zijn.


Dit artikel werd in samenwerking tussen Annelies en mijzelf geschreven in de context van ons intensieve werken met de Cursus, en het gezamelijk lezen van Kaiser's Beleving van het Evangelie. Onze dank gaat dus uit naar die beide bronnen, en onze innerlijke bron waaraan wij ons steeds weer en steeds meer kunnen laven, en door laten leiden.

Annelies Ekeler & Rogier F. van Vlissingen

17 augustus 2010

Een nietig dwaas idee

Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan buiten spel kan zetten, die juist betekent dat er geen tijdbestaat. (ECIW T27.VIII.6, vertaal correctie -circumvent- van mijn hand)
 Toen ik in 1991 met de Cursus bekend raakte, vroeg ik vooraleerst om duidelijkheid aan Jezus, om mij te laten weten dat dit zijn materiaal was, en niet zo maar een instrument tot verdere begripsverwarring van een of andere gesjeesde psychiater uit Californië of zo. Het antwoord kwam in de vorm van een droom, die mij onomwonden duidelijk maakte dat de Cursus inderdaad mijn trein verbinding terug naar huis was, en impliciet dus de werkelijk leer van Jezus vervatte. En de connectie met het werk van Kaiser, en Mej. Hofmans was daarbij voor mij vanzelf, want uit die achtergrond was het mij al duidelijk dat het Christelijke model (van Paulus dus eigenlijk), dat Jezus voor onze zonden zou zijn gestorven, niet in de haak was, en eigenlijk alleen maar een laffe smoes om niet zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor onze relatie met God.

Kaiser was in zijn werk heel duidelijk over dat soort zaken, en met mijn eigen kennis van het Grieks was het voor mij ook makkelijk om de linguistische sporen die hij volgde na te trekken. Al met al was ik in 1991 misschien duidelijker over wie Jezus niet was, dan wie hij wel was, echter mijn droom ervaring die kwam als antwoord op mijn vragen, maakte het voor mij overduidelijk dat de Cursus een zuiver kanaal was.

Bij het recentelijk herlezen van met name de twee essays over Exodus in Kaiser's De mysteriën van Jezus in ons leven, werd ik er weer even aan herinnerd hoezeer Kaiser voor mij duidelijk de inleider was die mij al vroeg op het spoor zette tot een besef van een relatie met Jezus, ook al was het mij nog lange tijd niet duidelijk hoe dat er in de practijk uit moest zien, en daarvoor gaf de Cursus mij dus het concrete materiaal, om die relatie met mijn Innerlijke Leraar meer bewust aan te gaan. De manier waarop Kaiser het thema van de slavernij aan het ego (Egypte) doorlicht, en Mozes laat zien als het kind dat geboren wordt uit het besef dat er een andere wijze van leven moet zijn dan de slavernij van tijd en ruimte, maakt ook duidelijk dat zijn werk volkomen aansluit bij de metaphysica van de Cursus. Het is dus ook niet verbazingwekkend, dat ik via de bekendheid met het werk van Kaiser en Mej. Hofmans, een duidelijke voorbereiding had gehad voor die latere "ontdekking" van de Cursus.

Het is duidelijk in Kaiser's behandeling van Exodus, dat wij alle karakters in het verhaal zijn. In zijn bundel  Levensopgang verwijst hij in het essay van die titel ook naar hetzelfde t.a.v. het evangelie verhaal, al die karakters leven in de ene denkgeest, in de ene mensenziel. Hij zegt daar (op pag. 69 van Levensopgang): "Er ís geen mensen-meervoud in het Evangelie, maar er is het enkelvoud der éne menselijke ziel, wier sterfelijke structuur het meervoud ondergaat van alle krachten die worden aangetast en opgeheven in dat ondoorgrondelijke Proces, dat wij Verlossing noemen. Het zijn die krachten, zieleroerselen of dynamieken, die het 'uitgeworpen' wordende, zich voordoen als 'personen' van Het Drama, dat is de oergestalte die het Hemelse Voltrekken aanneemt in het bewustzijn van de onverloste mens." Het totale verhaal is een parabel voor onze ervaring, en alle karakters zijn apecten van onze ziel. Kortom, vóór en na de zondeval is er maar één Zoon, het Zoonschap als eenheid, die zichzelf als veelheid ervaart, zolang een nietig dwaas idee ernstig wordt genomen.

In de jaren dat ik pas met de Cursus bezig was, werkte ik ook de publicatie van een boekje van Kaiser af, met een inleiding op zijn werk. Ik sprak in die tijd ook wel met enkele lui die Kaiser nog gekend hadden, en zijn werk bestudeerd hadden. Vaak verbaasde ik me er echter over hoevaak men niet erkende wat Kaiser in zijn geheel zei - want de lijn van de projectie in zjin werk gaat terug tot zijn eersteling, Introduction to the Study and Interpretation of Drama. Maar al te vaak konden mensen deze dimensie van Kaiser's werk niet echt horen, dat dit leven werkelijk een droom is en een projectie. Ook het evangelie verhaal is dus een "drama" dat verteld van het helen van de afscheiding, geheel in beelden taal. In hetzelfde essay, Levensopgang, legt Kaiser nog even die verbinding naar zijn boek over drama, middels een opmerking over de rol van Johannes: "Ook 'Johannes' is niet een mens, maar een persona dramatis, een hoedanigheid die tot afzonderlijke gestalte wordt door de dramatiserende uitwaaiering van het samengestelde mensen-innerlijk tot schouwspel van schijnpersonen. Dat is immers het wezen der dramaturgie?" (p. 82)

Ik vroeg mijzelf soms af hoe Kaiser met de Cursus overweg zou hebben gekund, want ik voelde wel dat het in zekere opzichten een radicale stap verder was, echter het was mij ook duidelijk dat het uit dezelfde bron kwam, vanwege de diepgaande innerlijke consistentie. Op een goede dag gewerd mij een beeld waarin ik met Kaiser koffie zat te drinken in het Hotel Américain te Amsterdam. Ik vertelde hem van mijn avonturen met de Cursus, en Jezus' behandeling van het nietig dwaas idee... en toen dat even bij hem bezonken was, sloeg hij zich op de knieën van het lachen, en riep een ober aan om twee glaasjes rode wijn te bestellen om hier even een toast op uit te brengen. Kortom, opeens brak de ernst, die in zijn werk soms aan zwaarmoedigheid leek te grenzen, en sloeg over in pure pret en vermaak over zo'n eenvoudige oplossing.

Van dat moment af aan heb ik dus ook steeds meer de continuiteit tussen Kaiser's werk en de Cursus ervaren en steeds diepgaander beleefd. En in dat besef valt dus ook voor mij die soms wel ietwat zwaar op de hand zijnde presentatie van Kaiser weg in het besef dat er inderdaad niets meer aan de hand is dan een domme vergissing, die wij kunnen corrigeren, en achter ons laten. Het vergevingsproces van de Cursus is daarbij het praktische middel, dat ons dagelijks iedere volgende stap mogelijk zal maken. Zoals Jezus zegt in de boven aangehaalde passage, we kunnen het samen met hem weg lachen. En dan zie ik mezelf weer in dat beeld met de schaterlachende Kaiser bij het Hotel Américain. Kortom mijn werk met de Cursus heeft ook tot een verdergaande verdieping van mijn relatie met Kaiser's werk geleid. En in vele opzichten is en blijft de Cursus voor mij vaak makkelijker te begrijpen dan Kaiser's benadering, maar vaak leidt Kaiser's werk mij ook weer tot een verdieping van mijn werk met de Cursus.

Rogier F. van Vlissingen

14 augustus 2010

De uitreis

Want dat betekent Exodus precies. Het is de uitreis uit de tijd, naar het leven in de eeuwigheid, en het begint altijd met een moment van kentering in ons leven, het moment van verwerping van de wegen van de wereld, niet als veroordeling van anderen of onszelf, maar als een innerlijk oppakken van onze eigen verantwoordelijkheid voor ons leven, en te besluiten dat er een andere weg moet wezen, want ergens in de diepte weten wij dat. Kaiser bespreekt dit thema diepgaand in twee essays in zijn bundel De mysteriën van Jezus in ons leven, hoofdstukken 6 en 7, Exodus der ziel, en Woestijngangers.

Kaiser zegt:
Want dìt betekent exodus of uittocht: dat wij als de Engel Gods voorbijgaat in de duisternis, aan onze zielewoning dragen het bewijs van inzicht in de eigen schuld en van de wil het offer der bevrijding te volbrengen. (JWK, MJL, 6. Exodus der ziel, p. 43)
Vandaag zou ik met kennis van Een cursus in wonderen, dus liever zeggen met inzicht in eigen verantwoordelijkheid, liever dan "schuld," en bedoeld in de zin van:
   Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van de vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve als jij naliet in te zien dat het jouw droom is. (ECIW:T27.10) 
Oplettende lezertjes zullen dus direct zien dat het Exodus verhaal, zeker in Kaiser's behandeling ervan, ons hier hetzelfde aanzegt als deze passage in de Cursus, want de engel des doods zal ons inderdaad voorbijgaan als wij ons bekennen tot de weg uit de droom, en niet terugkeren naar Egypte (de ego-wereld, de droom). Kaiser's "wil om het offer der bevrijding te volbrengen" is dus wat de Cursus  "een klein beetje bereidwilligheid," noemt.

Verder verschuift het beeld in de verwoordingen in de Cursus nog wel iets verder, omdat er meer nadruk wordt gelegd op het feit dat wij "niets" offeren voor alles, en dat er dus in werkelijkheid geen offer is, behalve dan dat ons ego dit pijnlijk doet voorkomen, omdat het ego nog steeds gebaseerd is op de noodzaak dat wij "niets" kiezen ipv alles. Het is dus niet zo dat de Cursus het offer of ons lijden bagatelliseert, maar dat hij het van de andere kant, vanuit zijn "het is volbracht" bekijkt, en ziet dat er geen offer was, omdat de werkelijkheid nooit veranderd was door onze illusies, net zoals alles wat wij droomden nooit gebeurde. In die zin legt de cursus er dus de nadruk op dat wij ons letterlijk druk maken om niets. En meer dan ooit is bij onze uittocht uit de wereld van de tijd naar het Koninkrijk dat niet van deze wereld is het oude gezegde van toepassing:  "Daarom lijdt de mens het meest door het lijden dat hij vreest."

Of, om er nog eens een ander beeld aan te verbinden, in de klassieke afbeeldingen van de Buddha in zijn meditatie onder de Bodhi-boom, zien wij dus zijn lege zetel, die door de demonen aangevallen wordt, want Buddha is inmiddels onkwetsbaar en ziet die aanval niet. Zo wordt het Oud Testamentische beeld van de engel des doods die ons voorbijgaat dus steeds zinvoller, en de keuze voor een andere weg, anders dan de wereld en het ego, maakt ons dus onkwetsbaar in die zin, omdat met het aanvaarden van de verzoening, wij ons bekenen tot de onschuld van weten dat wij nog steeds zijn zoals God ons geschapen heeft, in tegenstelling tot het ego wat ons maar wil doen geloven dat wij doodschuldige zondaars zijn, die niet zijn zoals God ons geschapen heeft, maar zoals de keuze voor het ego ons gemaakt heeft.

In het 6e essay in deze bundel maakt Kaiser volledig duidelijk dat de belevingswereld van het ego, waarin ons individuele zelf de hoofdrol speelt, een droomwereld is, die alleen rust op het schijnbare feit dat wij "de hoge wake" van te zijn zoals God ons schiep niet verdroegen, en vervielen in een diepe slaap waarin wij ons in de droom-beleving vonden die wij voor "ons leven" verslijten. Dit is het Genesis verhaal van Adam die in slaap valt, waaraan de Cursus ook refereert op geheel vergelijkbare wijze, wanneer hij in T2.I.3-4 er op wijst dat Adam in het Bijbel verhaal wel in slaap viel, maar dat er nergens aan zijn ontwaken gerefereerd wordt. Hier ligt dus de basis van wat de Cursus het nietig klein idee noemt dat wij onafhankelijk, buiten God zouden kunnen bestaan. Ergens weten wij dat het verhaal niet klopt, en Kaiser beschrijft dit besef heel aangrijpend als volgt:
Zoals een schrander kind in slaap somtijds beseft: "dit alles is een droom; het is de waarheid van het waken niet". En dan niet meer kan lijden door die droomgestalten die benauwden en bedrukten, zo kàn een mens, die tot het inzicht komt, dat ook ons waakbewustzijn nièt bewustheid van de goddelijke waarheid is, maar de dramatisering onzer argeloos verkochte en geslaafde zielen, niet meer ten volle lijden door het treurspel dat hij hier beleeft. (JWK:MJL, H6, p. 42)
Ook dit heeft een perfecte parallel in de Cursus, in T10.1:
Je ben thuis in God en droomt van ballingschap, maar je bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid. Is het jouw beslissing dat te doen? Je weet uit eigen ervaring dat je tijdens je slaap denkt dat wat je in je dromen ziet werkelijkheid is. Maar op het moment dat je ontwaakt besef je dat alles wat in de droom leek te gebeuren, helemaal niet is gebeurd. Je vindt dat niet vreemd, ook al werden terwijl je sliep alle wetten van datgene waartoe je ontwaakt geschonden. Kan het niet zo zijn dat je slechts van de ene in de andere droom bent overgegaan, zonder werkelijk te ontwaken? 
En om het nog eens even wat verder aan te dikken, nu over het ontwaken van de Zoon van God:
Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. (ECIW:T27.VIII.6:1)
Kortom Adam (of zoals Kaiser het spelt, om het Hebreeuws beter weer te geven, Adaam), kan dus alsnog de keuze maken om uit zijn slaap en de droomwereld die ermee gepaard gaat te ontwaken. Met het ontwaken wordt het dus duidelijk dat de hele droom en al ons vermeende lijden letterlijk niets is, de stromen bloed waren slechts rode verf, als in een slechte film.

Deze inzichten zijn zeer helder, echter ze intellectueel te begrijpen, is slechts een begin, en geen einde - zoals dat ook gezegd wordt aan het einde van de Cursus. Het verschil van acht en dertig jaren lijden onder onze eigen weerstand, ons gevecht met onszelf, dat pas goed begint nadat wij ons bekennen tot de uittocht uit Egypte, is wat Kaiser noemt de 38 "extra" jaren in de woestijn, waarin al onze weerstanden naar boven komen en genezen moeten worden, tot wij uiteindelijk geheel vernieuwd het beloofde land binnengaan, à la Deuteronomium 2:14, zoals Kaiser dat aanhaalt aan het einde van zijn essay Woestijngangers, waarbij hij dan ook de achtendertig jaar aanhaalt van de zieke te Bethesda in Joh. 5:5. Als wij het dus gewoon intellectueel konden begrijpen, en gewoon op de kaart kijken en door de woestijn marcheren dan zou het ons maar een jaar of twee kosten, maar onze eigen koppigheid moet dus geheel overwonnen worden en achtergelaten, en dat kost ons symbolisch veertig jaar.

Dit inzicht sluit geheel aan op het idee in de Cursus dat het bekend raken met het gedachtegoed slechts het begin is van het ervaringsgewijs leren, waaraan wij de rest van ons leven zullen wijden. Want het zal ons de rest van ons "ego"- leven kosten, dat is immers het afsterven van die krijgslieden in de woestijn. De langste weg, is de weg van het hoofd naar het hart. En dat is de essentie van het proces van de verlossing, of je dat nu bespreekt in de context van Exodus, of het leven van Jezus, of het leren van de Cursus. De korte weg om de Cursus te doen, is om hem werkelijk in de praktijk te brengen, en het onder ogen zien van onze eigen weerstand (en onszelf daarvoor vergeven), is een deel van het proces. Dat deze kennis altijd onder de mensen is en blijft, maakt Kaiser's lezing van Exodus ook ten enen male duidelijk. Het ego wurmt er altijd weer onderuit, door alles letterlijk te nemen dat symbolisch bedoelt werd, want de Meester aller Meesters onderwijst alléén in parabelen, maar aan wie tot hem komen verklaart hij alles. Zo was het toen, en zo is het nog.

Rogier F. van Vlissingen

01 augustus 2010

De Cursus in het Nederlands

Deze laatste jaren volg ik de avonturen van ECIW in het Nederlands, hoewel voor mij het Engels de dagelijkse voertaal is. Van tijd tot tijd doet het lezen van het Nederlands mij echter terugkijken naar het Engels als de vertaling mij toch wat gewrongen lijkt. Het is niet dat ik geloof dat er ooit één vertaling mogelijk zou zijn, daar is het boek te veelzijdig voor, maar toch is het soms de moeite waard om het origineel te raadplegen, ook al lees je het merendeel in het Nederlands, al is het alleen maar als een reflectie en een verdieping van je verstaan. Daarbij wordt het dan van minder belang om de vertaling te verbeteren in de illusie dat er één juiste vertaling zou zijn maar verrijking door de overweging van alternatieven.

In eerste instantie hoort dit niet op een blog over Jan Willem Kaiser, echter in de context van eenvoudig weg het verstaan van de leer van Jezus, wat ook voor Kaiser het hoogste doel was, geloof ik dat het wel past, en practisch gesproken is dit voor mij mijn meest voor de hand liggende publicatie in het Nederlands.

Hieronder zal ik wat notities bij houden over passages, en die ook van tijd tot tijd aanvullen. Voor de goede orde zij hier nog bij vermeld dat ik in het Nederlands de vijfde herziene druk van januari 2004 hanteer.

Les 184 - De Naam van God is mijn erfgoed. (Eng: The Name of God is my inheritance)
L184.3:1 - "Wat zijn toch deze namen waardoor de wereld een reeks wordt van onsamenhangende gebeurtenissen, van onverenigde dingen, van lichamen die apart worden gehouden en die elk een stuje denkgeest als een afzonderlijk bewustzijn bevatten?"
(Eng: What are these names by which the world becomes a series of discrete events, of things ununified, of bodies kept apart and holding bits of mind as separate awarenesses? )

Alternatieve suggestie: Wat zijn toch deze namen waardoor de wereld tot een reeks wordt van onderscheiden gebeurtenissen, van losstaande dingen, van lichamen die apart worden gehouden en die elk een stukje denkgeest als een afzonderlijk bewustzijn bevatten?
Commentaar: Denk zeker ook aan discrete wiskunde, met hele getallen 1, 2, 3, enz., een reeks van punten, die dus door een ruimte gescheiden zijn, integenstelling tot breuken die oneindig verdeelbaar zijn en dus een vloeiende lijn vormen. Verder losstaand of zelfs misschien alleen staand, als tegen stelling tot verenigd, of aaneengesloten, vloeit misschien wat beter in het Nederlands. "Onsamenhangend" betekent het woord "discrete"althans zeker niet.

L184.10:1 - "Wat je dus nodig hebt, zijn elke dag tussenpozen waarin het leren-in-de-wereld een voorbijgaande faze wordt, een gevangenis vanwaaruit je het zonlicht ingaat en de duisternis vergeet." (Eng.     Thus what you need are intervals each day in which the learning of the world becomes a transitory phase; a prison house from which you go into the sunlight and forget the darkness.)

Alternatieve suggestie: Wat je daarom nodig hebt zijn dagelijkse intervallen waarin het leergoed van de wereld een overgangsfaze wordt, een gevangenis van waaruit je het zonlicht ingaat en de duisternis vergeet.
Commentaar: "leergoed" is duidelijker als zelfstandig naamwoord, omdat er vervolgens aan gerefereed wordt als een "gevangenis". "Transitory" beschrijft overgang en niet zozeer voorbijgaan, passeren. Voor de rest is het natuurlijk een referte aan de grot van Plato.

Tijd en eeuwigheid.
Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan buiten spel kan zetten, die juist betekent dat er geen tijdbestaat. (ECIW T27.VIII.6, vertaal correctie - circumvent is buiten spel zetten)
 Het is niet, zoals in mijn 5e editie van de Nederlandse vertaling dat de tijd geen "inbreuk kan maken op de eeuwigheid," de tijd kan de eeuwigheid niet buitenspel zetten. Het idee van de verlossing is dat er niets gebeurd is. In zakelijke overeenkomsten heeft men ook "non-circumvention" voorzieningen, die moeten verhinderen dat een tussenpersoon niet uit een transactie uitgesloten kan worden, en dus niet door de partijen buiten spel kan worden gezet.

Rogier F. van Vlissingen

13 juli 2010

Onbevlekte ontvangenis

In de inleiding op Beleving van het Evangelie schrijft Kaiser het volgende:

Dat LAM (of Kind) is JEZUS, namelijk JEHOSHUA, Gods Redder of Gods Redding, of God Redt, en die daarom voor elk van ons De Redder wordt.
Die in de mensenziel verwekt wordt, als zij tegen de methode dezer aarde revolteert (Maria-Miriam-opstandig) en daardoor 'waardig' wordt bevonden om te worden 'overschaduwd' door de Kracht van God (Gabriel).
Die opgroeit en te goeder ure de behoedzaamheid der 'maagd' ontstijgt. Die zich laat 'dopen' door den Doop die God door 'Zijn Genadige Geschenk' verricht.
Die door de werking van den Geest niet slechts het duistere Egypte, als den Kudde-slaap verlaat, maar die ook heengaat uit de ideaal-opdwinging van den Massa-droom, die het eindeloze dolen naar een Ideaal, dat nooit bereikt kan worden, daar het zich verandert door het 'anders'-worden van den zoeker die het projecteert.
En de Cursus belicht de symboliek van dit verhaal ook op haar eigen wijze:

Welk gevaar kan de volkomen onschuldigen belagen? Wat kan de schuldelozen aanvallen? Welke angst kan de vrede van de zondeloosheid binnendringen en verstoren? Wat jou is gegeven, zelfs in een pril stadium, staat ten volle in communicatie met God en met jou. In volmaakte veiligheid houdt het in zijn kleine handjes ieder wonder naar jou uitgestrekt dat jij verrichten zult. Het wonder van het leven is leeftijdloos, in de tijd geboren, maar gevoed in de eeuwigheid. Kijk naar dit kindje, aan wie jij een rustplaats gaf door je broeder te vergeven, en zie in hem de Wil van God. Hier is het kind van Bethlehem herboren. En ieder die hem onderdak verleent zal hem volgen, niet naar het kruis, maar naar de opstanding en het leven. (ECIW:T19.c.i.10) 
Het horen en verstaan van de parabelen waarin Jezus tot ons spreekt omvat dus zijn hele aardse bestaan, want die onbevlekte ontvangenis symboliseert dus iets wat in de wereld als vorm verschijnt, en toch duidelijk niet van deze wereld is. "In de tijd geboren, maar gevoed in de eeuwigheid." Er is maar een denkgeest, en er is maar een Zoon van God. In ons leven in de ballingschap in Egypte, de wereld van tijd en ruimte, en slavernij aan het Ego (Pharao), ervaren wij alles in veelvoud omdat veelvoud nou eenmaal de aard is van onze ervaringswereld die wij onderhouden dankzij het nietig dwaas idee. De terugweg is dus de weg naar het beloofde land (OT:Exodus), of wel de weg van Jezus te volgen naar zijn Koninkrijk dat niet van deze wereld is (NT), dan wel (Cursus) het aanvaarden van de verzoening voor onszelf: de reis zonder afstand naar een doel dat nooit veranderd is (ECIW:T8.6.9:7). Het is de terugweg uit de veelheid naar de eenheid.

Zo is het Heilig Ogenblik dat ons geboren wordt, indien en wanneer wij werkelijk kiezen voor de Heilige Geest, en wat ons alsdan gewordt is dus niet belast met het moeizame werk voor het beetje brood dat wij ons in deze wereld bij het zweet onzes aanschijns trachten te verwerven, en is een reflectie van die keuze voor eenheid in de schijnbare meervoudigheid van 'persoonlijke', 'individuele' ervaringen. De Cursus maakt daarbij duidelijk dat elk zo'n moment door de Heilige Geest veel verder wordt uitgebreid dan wij ooit ook maar kunnen vermoeden. En zo is het geinspireerde idee, dat ons geboren wordt als wij werkelijk naar de Heilige Geest luisteren, dus ook een onbevlekte ontvangenis. Het wordt geboren zonder het gewone aardse 'gedoe' dat met de ontwikkeling van een idee gepaard pleegt te gaan binnen de context van wat ons ego voor ons 'denken' verslijt. Zo maakt echte inspiratie dus ook niet moe, het zij dan dat er nog ego weerstand in ons is, die het ons dan zeer moeilijk zal maken maken, en moeheid is zeker vaak een ego weerstand.

Deze ervaringen geworden ons naarmate wij die andere keuze leren maken, want beslissingen met de Heilige Geest, komen niet met een belasting uit een verleden in deze wereld, die uiteindelijk altijd alleen maar schuld en zonde inhoudt, als wij met het ego beslissingen nemen, want in alle ego beslissingen zit de hele onzaligheid van de afscheidingsgedachte weer ingebakken. Zij worden spontaan gewekt schijnbaar uit het niets, en zo is dus de 'onbevlekte ontvangenis' van het Heilig Ogenblik zo'n smetteloos geboortemoment dat wij geleidelijk aan meer en meer leren te herkenen, tot het het enige wordt dat wij nog willen, in het aanvaarden van de verzoening voor onszelf.

Rogier F. van Vlissingen

09 juli 2010

Ontwaken in Liefde, door Margot Krikhaar

Zomaar ineens een nieuw boek, een nieuwe auteur, en een nieuwe uitgever op het Nederlandse toneel... InnerPeace Publications, met het boek Ontwaken in liefde, de veelbelovende eersteling van Margot Krikhaar. Het kan niet op. En dat is natuurlijk ook de boodschap van het boek. God's liefde kan niet op, wij zijn alleen soms wat langzaam met het ontvangen ervan, omdat onze orientatie in deze wereld van God afgewend is, maar gelukkig is er een leraar die ons de weg terug wil wijzen.

Leren luisteren is nog wat anders, en het beste wat wij voor onszelf kunnen doen is niet onze weerstand te onderschatten, en in tegendeel steeds beter en dieper te gaan begrijpen hoe waanzinnig diep die weerstand zit, en waarom, namelijk omdat onze vermeende identiteit - het valse ik van onze sterfelijke persoonlijkheid - ervan afhankelijk is. Een fenomeen als de Cursus (Een cursus in wonderen), is er om ons te helpen die eerlijkheid te herwinnen, en tegelijk om te leren in onszelf en anderen die afkeer van God te gaan vergeven, als wij eenmaal eerlijk kunnen zien waarom wij God niet liefhebben. Dus de enige manier om ons tot God te keren is om ons af te keren van de afkeer die ons eigen lijkt, en dat gaat gepaard met een vaak moeizame weg, omdat het ego eenmaal op zelf-bevestiging, zelf-handhaving, en verdediging is gericht, en de alomvattende liefde van God alweer niet gelegen komt.

We kunnen dus ook niet ver komen in spirituele groei zolang we onszelf wijs blijven maken hoe vreselijk spiritueel we eigenlijk wel zijn. Dat blijken allemaal nog meer geraffineerde deklagen en verdedigings mechanismen van het ego te zijn. De enige weg uit dit doolhof der zinnen, waarvan wij denken dat het ons leven zin geeft, is het licht te volgen dat in de Westerse traditie als Jezus wordt benoemd. Maar wat betekent het om hem te volgen? En hoe kunnen wij hem kennen buiten de diverse verhalen, en vaak hopeloos verminkte tradities?

Margot Krikhaar beschrijft heel duidelijk haar eigen relatie tot Jezus, van heel vroeg af aan, en hoe die zich op een goed moment werkelijk begon te ontwikkelen nadat zij Een cursus in wonderen als handleiding had ontdekt. In dit uiterst indringende en persoonlijke boek deelt zij met ons haar ervaringen met het daadwerkelijk leren volgen van die Innerlijke Leraar die in de Cursus vertegenwoordigd is, maar die wij kunnen herkennen omdat wij hem eigenlijk altijd al kenden. Al met al heeft dat niets met theologie, maar alles met innerlijke eerlijkheid te maken, een eerlijkheid die geboren wordt uit eigen ervaring, met bereidheid om onze eigen oordelen in te ruilen voor de zijne. En zijn oordeel is nooit een veroordeling maar altijd vergeving, mildheid, en zachtheid, waardoor wij uiteindelijk het vertrouwen gewinnen om ons meer en meer aan die leiding toe te vertrouwen terwijl ons egootje maar blijft schreeuwen dat er zo niets van ons terecht zal komen.

Steeds schriller wordt die stem van die boze stiefmoeder die haar macht moet verliezen, omdat haar alle legitimiteit ontbreekt. Voor Margot lost het zich uiteindelijk op in een zwerm van mestvliegen die nergens meer terecht kunnen, en nog als flarden van gedachten een poosje rondzoemen terwijl innerlijk de keuze al gemaakt is. Haar verhaal is een pad tot ons Zelf, een pad naar huis, dat een ieder anders zal beleven, en hoewel ons individuele verhaal dus anders zal lopen in de vorm is het uiterst behulpzaam als iemand dit soort directe ervaringen met ons deelt.

In de context van de wederwaardigheden van de Cursus betekent dit boek ook eigenlijk dat de Cursus eindelijk in Nederland is aangekomen. Interessant genoeg gebeurt dit juist in het jaar van het overlijden van de oorspronkelijke uitgeefster van de Cursus in het Nederlands, Nicole de Haas. Ook daar zat weer een heel verhaal aan vast, want de Cursus veroorzaakte bij Ankh-Hermes ook wel enige deining, al was het alleen maar omdat hij binnen de korste keren na zijn verschijnen een omzet van een miljoen haalde, terwijl het tijdens de lange en moeizame voorbereiding nog wel eens een hachelijke zaak had geleken. Nu er dus een werkelijke inhoudelijke introductie tot de Cursus van Nederlandse bodem is, signaleert dat toch wel een nieuwe faze waarin de daadwerkelijke practijk waarop de Cursus gericht is meer aan de orde gaat komen.

Rogier F. van Vlissingen

05 juli 2010

De Leer van Jezus

Voor mijzelf is het altijd het duidelijkst geweest om bijvoorbeeld Kaiser's werk te zien als een wegwijzer naar de leer van Jezus. Het kan je meer of minder aanspreken, hij was een product van plaats en tijd, en in zekere zin ook nog een van die negentiende eeuwse zielen die in de twintigste eeuw verdwaald leek te zijn, want zelfs tijdens zijn leven en schrijven was zijn taalgebruik voor velen té moeilijk en té archaisch. Echter voor wie leert naar de inhoud te luisteren, en de poëtische kracht van het oeuvre kan waarderen is het een zeer heldere inleiding in de leer van Jezus.

Steeds weer ontwaakt toch dit verlangen naar het terugkeren tot de oorspronkelijke leer van Jezus. Het was de inspiratie voor Erasmus, en zijn nieuwe (latijnse) Bijbel vertaling, waarin hij zocht de oorspronkelijke text meer eer aan te doen dan de dogmatisch gekleurde Vulgaat van Hieronymus. Het was de inspiratie van Luther in zijn poging om de Bijbel in het Duits te vertalen. Het was de inspiratie van Thomas Jefferson, die het met het Christendom helemaal niet op had, en zijn The Life and Morals of Jesus of Nasareth, (ofwel The Jefferson Bible) organizeerde door terug te gaan tot de oorspronkelijke uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament, en de verpakking in de verhaal trant van de synoptici naast zich neer legde. De resterende collectie uitspraken had ongeveer een 75% overeenkomst met de uitspraken van Jezus die later in het Thomas Evangelie weer opdoken. In de twintigste eeuw was er dus de herontdekking van het Thomas Evangelie, en via het werk van Gary Renard kwam er een zeer verhelderende aansluiting tussen het Thomas materiaal en Een Cursus in Wonderen tot stand, wat in verband gezien weer een verdere verdieping gaf van het verstaan van de leer van Jezus, in tegenstelling tot wat de wereld van hem maakte door hem te her-interpreteren.

Via Een Cursus in Wonderen komt verder de nadruk te liggen op het feit dat de leer van Jezus niet in een boek te vangen is, maar dat een boek ons wel op weg kan helpen. Het echte werk ligt echter in het aangaan van onze eigen relatie met deze innerlijke leraar, die in de Westerse traditie Jezus heet. In de context van Kaiser's werk was het vooral via zijn samenwerking met Mej. Hofmans dat deze noodzaak ook werd overgedragen, in die zin dat zij altijd mensen duidelijk maakten dat wij allen te allen tijde om Hulp konden vragen, indien wij maar ónze condities wilden laten varen, en Jezus niet tot Sinterklaas reduceren.

Rogier F. van Vlissingen

31 januari 2010

De Poorten van het Hemelse Jerusalem

Een van de grote merites van Kaiser's werk is zijn glasheldere commentaar over de astrologische symboliek, dat voortdurend in zijn werk verweven is, van tijd tot tijd expliciet benoemd, maar vaak ook impliciet in zijn besprekeningen verwoven. Hij schijnt aan te nemen dat we dat dan allemaal direct vatten. Dat zal velen van ons wel even bezig houden. Zelf ben ik wel lange tijd een student van de astrologie geweest, hoewel nooit een praktizerend astroloog. Mijn aandacht bleef altijd beperkt tot de symboliek, en de diepe religieuze oergrond waarop die berust, en dat is nou juist het aspect dat bij Kaiser zo duidelijk uit de verf komt. Zijn inzichten zouden juist voor een astrologisch georiënteerde lezer zeer verdiepend kunnen zijn, met name indien wij de astrologie kunnen gebruiken als spiegel voor onszelf, die ons kan helpen duidelijkheid te winnen over wat er zo in ons leven omgaat en onze relatie daartoe, en met name dus om een helder licht te laten schijnen op wat er in onze ziel rondspookt. Astrologie is een taal, een symbolen taal, die diep in de Bijbelse traditie verankerd ligt.

In de monografie Kruiswerking en Kruisgang bespreekt Kaiser een aantal belangrijke astrologische concepten, en met name bevat het boekje een wonderschone beschrijving van de grote astrologische tijdperken, de 'maanden' van het Platonische jaar, dat aan de precessie van het Lentepunt ontleend is. Kaiser laat ons zien dat onze ontwikkelingsmogelijkheid in het ervaringsgebied van deze ondermaanse wereld inhoudelijk altijd hetzelfde is en blijft, maar naar de vorm zich in de loop der eeuwen steeds anders aan ons presenteert. Zijn besprekingen van het Stier-, Ram-, en vervolgens Vissen-tijdperk zijn in dat opzicht uiterst verhelderend. Ook komt er een bespreking van de twaalf tekens (oerbeelden) van de Zodiak aan de orde, die uiterst behulpzaam kan zijn, met name door Kaiser's inleiding over de notie van Kruiswerking en Kruisgang, als de twee fundamentele keuzen die wij in dit leven kunnen maken, eigenlijke één keuze dus, want de aanvang van onze ervaring in deze wereld is geworteld in de keuze voor het ego, en staat dus in het teken van Kruisgang. Wij zijn dan kinderen van onze ouders, en de wereld overkomt ons, wij staan in de slachtoffer rol die het ego zo lief is.

De keuze waar onze ervaring ons onvermijdelijk toe leiden zal, wanneer wij eindelijk ontdekken dat de wereld ons niets te bieden heeft,  is de keuze van Kruisgang, die Jezus ons voorleefde, namelijk de bewuste aanvaarding van de totale verantwoordelijkheid voor onze ervaring in dit leven, waardoor wij ons dan uiteindelijk beseffen dat er ook een andere keuze mogelijk is, een andere weg, onder leiding van de Heilige Geest, dat is de weg der verlossing. Díe keuze begint met aanvaarding van het feit dat het onze keuze voor het ego is die ons dit leven, en onze bestaande ervaring van deze wereld doet geworden, en dat er derhalve een andere keuze aan ons open staat, de keuze voor een andere weg, de keuze voor het leven naar de Heilige Geest.  Dat is wat het betekent Jezus te volgen naar een Koninkrijk dat niet van deze wereld is, maar vooreerst komt het er op aan met Jezus in Galilea, de tijdenronde, rond te gaan en zo in de symbolische drie en een half jaar van het verlossings verhaal in de Bijbel, de wereld te kunnen vergeven, en ons bij Jezus aan te sluiten. Van Jezus zegt Kaiser in Levensheiliging het volgende:

Jezus, Gods Redding, de onstoffelijke brug van schepsel naar Schepper. Jezus, die geen stervend tijdsmens is, noch een eenmalige verschijning, maar die als Goddelijk Proces gestalte aanneemt in iedere mens die, getrokken door de hunkering naar de Nameloze, die deze Onweerstaanbare zelf wekt - Gods werk aan zich voltrekken laat in overgave. (Levensheiliging, blz. 40)
en ook:

Jezus, die wij niet zijn, noch zullen wórden, maar Die verschijnt in onze plaats al naar 'wij' niet-meer zijn, ons laten afbreken en transformeren in wat dan nog alleen maar Jezus heten kan. (Levensheiliging, blz. 41)
Kaiser's inzicht is dat de Maan zowel de aardsatelliet in ons is, die altijd een inferieure schijnwerkelijkheid projecteert middels haar gereflecteerde licht dat ontleend is aan de Zon, die staat voor onze bron, het directe licht, en ons ware wezen. De Maan is echter ook in omgekeerde zin, indien wij luisteren naar de Heilige Geest, de Engel die ons vóór gaat, om onze paden in dit ondermaanse recht te maken. En de Zon staat voor de Bron, maar manifesteert zich dus in de wereld als het valse ikje dat wij zijn in onze individualiteit, waarmee wij onszelf tot het middelpunt van 'onze wereld' en 'ons leven' maken, en zo God van de troon denken te stoten, in onze wensdroom die dit leven is.

De klassieke planeten zijn dan de faculteiten van onze ondermaanse apparatuur, op abstract niveau uitgebeeld, en worden merendeels in hun werking geactiveerd door de Maan. De zogeheten mysterie planeten, die in de 19e en 20e eeuw ontdekt begonnen te worden, gaan de beperkingen van die sterfelijke apparatuur te boven, en nodigen ons uit daaraan te ontstijgen, en zij worden in hun werking voornamelijk door de Zon geactiveerd. Zij zijn dus in principe meer spiritueel van aard, hoewel ook hun gaven natuurlijk door het ego op alle mogelijke manieren misbruikt kunnen worden, en op zelfzuchtige wijze geexploiteerd, zoals in de eindeloze pseudo-spiritualiteit, en paranormale gaven die in de kermis tent van de wereld hoogtij vieren.


Naast het cultuurgoed van de Bijbel is natuurlijk ook via de Griekse mythologie veel tot ons gekomen, met name ook het inzicht van de tweeledige natuur van de Zodiak zelf, op basis van het verhaal dat zielen via de melkweg in Kreeft (het huis van de Maan) in dit ondermaanse indalen en vanuit de Steenbok weer naar de Hemel opstijgen. Deze tweedeling van de Zodiak, tussen Kreeft en Leeuw, en tussen Steenbok en Waterman, is direct gerelateerd aan de huizen van de klassieke planeten en de mysterie planeten (zie ook hieronder). Zodat in deze traditionele voorstelling van de kosmos ook de weg erin en eruit besloten lag, en de Zodiak als geheel impliceert dus ook eigenlijk deze tweeledigheid van enerzijds de vluchtweg naar het ego, en de wereld, alsook de terugweg, de thuiskeer als Odysseus in de Griekse wereld, en de Verloren Zoon in de Bijbel.


Alle tekens van de dierenriem hebben individueel ook deze tweeledigheid van aard, zodat zij zowel de kleuring geven aan onze ervaringen in het ondermaanse, waarin alle individuen uniek (willen) zijn, en de illusie van afgescheidenheid doorleven, terwijl juist diezelfde eigenschappen de toegangspoorten worden voor het Hemelse Jerusalem. Zulks kan plaatsvinden, naar gelang wij Jezus of de Heilige Geest om Leiding vragen juist in onze ervaringen in deze wereld, waardoor alles wat ons Ik zich juist aanmeet als unieke eigenschappen om zich letterlijk van anderen te onderscheiden, en ons van God afgescheiden te houden, verkeert in het perfecte leermiddel voor de Heilige Geest om ons de toegang te tonen tot het universele ware zelf, dat voor ons door Jezus vóórgeleefd wordt en gesymboliseerd. Astrologen hebben traditioneel die tweeledigheid wel herkend, maar zelden met de diepte van Kaiser het waarlijk doorzien. Dat universele ware zelf is het Hemelse Jerusalem.

Het vergevings proces zoals Jezus dat in détail presenteert in Een Cursus in Wonderen, is de meest practische demonstratie van hoe dit leer proces werkt, waarin Jezus ons alles verklaart, indien wij ons persoonlijk tot hem wenden. De stappen van vergeving zijn als volgt:
  1. Het terugnemen van de projectie, beginnende met de vraag: "Wil ik mijzelf hiervan beschuldigen?"
  2. Het bezien van de dynamiek samen met Jezus, waarin ware vergeving kan plaats vinden. Vergeving die niets doet, maar alleen waarneemt, en met liefde onder ogen ziet wat er gebeurt zodat de onderhavige zieledynamiek niet langer in het donker van het ego kan schuilen, maar onder het licht van de Heilige Geest doorzien kan worden, en genezen.
  3. In dit proces verliest dus een verdegigings mechanisme van het ego zijn kracht, en kunnen wij ons dan alsnog tot de Heilige Geest wenden en om Hulp vragen.
En vervolgens zullen wij dan bemerken dat alle dingen éérst vergeven moet worden, vóórdat wij ze werkelijk kunnen doorzien (ECIW:T-30.V.1:6), en begrijpen. Echter in dit proces zal het ons onomwonden duidelijk worden wat bedoeld wordt met het Bijbelse woord dat: 
In veel van dergelijke beelden sprak Hij het Woord tot hen, naarmate zij het konden horen; en zonder gelijkenissen sprak Hij tot hen niet. Maar afzonderlijk aan zijn eigen discipelen verklaarde Hij alles. (Mk IV.33-34)
En zo worden dus onze specifieke hoedanigheden, en eigenschappen, die door het ego steeds gebruikt worden om onze individuele uniekheid in de wereld te bevestigen en te exploiteren, door de Heilige Geest omgekeerd tot poorten die ons terug kunnen leiden van het specifieke zelf dat wij menen te zijn in dit leven, tot het Universele Zelf van het Hemelse Jerusalem, het Ware Hart dat onze ware identiteit behelst.

De astrologische symboliek, benaderd op het niveau van abstractie dat wij in het werk van Kaiser ontmoeten, biedt ons dus een cosmologisch model, en een symbolen taal voor onze ervaring in dit leven, en tegelijkertijd houdt het ook de mogelijkheid in van de terugweg, uit de wereld van de tienduizend dingen, naar de eenheid van onze ware identiteit als in het zoonschap.

Rogier F. van Vlissingen

03 januari 2010

Beleving van het Evangelie


Beleving van het Evangelie
 is zonder enige twijfel Kaiser's hoofdwerk, en ik zie uit naar een tijd dat ik in de gelegenheid hoop te zijn om het in het Engels te vertalen. Ondertussen werk ik echter op een informeel commentaar on-line, via de site die nu www.greattreasures.org heet, alwaar ik sinds zo'n twee jaar geleidelijk aan een kommentaar op het Evangelie naar Marcus aan het opschrijven ben. Voor wie geïnteresseerd is om dit te volgen, kan ik je inzage geven in die notities door op www.greattreasures.org in te schrijven, en vervolgens mij je email adres op te geven, waarna ik je dan permissie kan geven om die commentaren te lezen.

Aangezien deze site ook een Griekse tekst van het Nieuwe Testament biedt, ben ik bezig ook de commentaren op de specifieke Griekse woorden in te voeren, merendeels op basis van Kaiser's behandeling van de betreffende woorden, maar soms ook omdat de inzichten die mij vandaag de dag via de Cursus geworden. Je zult dus op de site behalve de parallel teksten (KJV, Grieks, NIV), ook mijn notities vinden, en commentaren zowel onder "Book Notes," alsook onder "Chapter Notes" en onder "Word Notes."

Hoewel ik vooralsnog dit deel van mijn werk over Kaiser dus in het Engels zal doen, heeft het mogelijkerwijze ook voor de Nederlandse lezer, indien hij het Engels enigszins machtig is, wel belang, omdat het toch een uitbreiding is van de inzichten van Kaiser. Indien men althans met het Grieks kan meelezen zal de waarde mogelijkerwijze nog groter zijn. Ik merk daarbij ook op dat sommige van de beste commentaren ook inderdaad opmerken dat de taal van het Marcus-evangelie sterk mythologisch is en niet concreet, en dat het zich daarin van de andere synoptici onderscheidt. Dit is ook een fundamenteel gegeven in de benadering van J. W. Kaiser.

Op de lange termijn verwacht ik ook dat er een verder gaande integratie van www.greattreasure.org met Facebook zal komen.

Rogier F. van Vlissingen