31 mei 2009

Kruiswerking en kruisgang

Omdat ik zojuist aan dit boekje refereerde, dacht ik dat het aardig zou wezen om er nu maar even wat dieper op in te gaan. Dit was een van Kaiser's lezingen op de Open Veld bijeenkomsten, oorspronkelijk in het Engels gegeven, maar tamelijk drastisch bewerkt voor deze boek editie in het Nederlands. Het is alhier te vinden: http://www.stichtingopenveldwerk.nl/deel1-documenten.php of met enig geluk misschien af en toe nog tweedehands.

Het centrale thema van een boek is georganiseerd op basis van Kaiser's uitzonderlijke inzichten in de astrologie. Om hem astroloog te noemen zou hem te kort doen. Hij was die symbolentaal zo diepgaand meester als maar weinig astrologen gegeven is, en hij doorzag geheel en al hoe in deze symboliek geheel en al het inzicht besloten lag van de twee levenshoudingen, namelijk die van het ego, wat hij Kruiswerking noemt, waarin wij dus het leven ervaren als iets dat ons van buitenaf overkomt, dat wij ondergaan, en waarin wij leven in een substituut werkelijkheid, een droom, die het leven in tijd en ruimte kenmerkt. Dat is het bestaan in dualiteit, waarin dus alles als parabelen tot ons komt. Daartegenover staat wat Kaiser in deze monografie "Kruisgang" noemt, waarin wij leren aan de hand van de Heilige Geest juist te ervaren dat ons leven juist de beste leerschool is om de droom te verlaten, en terug te keren tot wat hij benoemd als de boom des Levens.

Wat Kaiser in 1959 aan de hand van astrologische symboliek presenteerde wordt mogelijk nog poignanter, als wij de psychologie van ECIW eenmaal begrijpen, want het gaat hier om de enige werkelijke keuze die wij in dit leven te maken hebben. De eerste keuze is door te gaan in de droom waarin de "held van de droom" dus alternatief slachtoffer is van de omstandigheden, dan wel (soms) triomfantelijk zichzelf bevestigt. De andere keuze is het opnemen van ons "kruis" zoals Jezus het bedoelde, dat wil zeggen, het aangaan van een relatie met de Heilige Geest, De Hulp, of hoe je het maar wil noemen (Jezus, Krishna, Kwan Yin, of wat dan ook), en in dat licht ons dus de thuisweg te laten tonen die altijd begint waar wij zijn, omdat onze omstandigheden van dit moment de preciese reflectie (eigenlijk projectie) zijn van wat er in ons onderbewuste rondspookt, en dus de beste leersituatie zijn van waaruit wij kunnen aanvangen om die andere keus steeds consequenter te maken. Kaiser's uitdrukking hiervoor is het 'opschorten van ons oordeel', dus m.a.w. niet langer te kiezen voor het ego, de stem die volgens ECIW altijd het eerst, en het luidst spreekt, maar te leren luisteren naar de stille, kleine stem van de Heilige Geest, of De Hulp, die ons juist uit het doolhof van ons leven kan loodsen, doordat wij ons vermeende inzicht (ons kromzicht) in de situatie loslaten, en in plaats daarvan leren de Leiding van De Hulp meer en meer te aanvaarden. Dat is de weg van bewustwording, waarin wij leren dat ons "Kruis" dus onze unieke leermogelijkheid is, en zo zullen wij dan Jezus volgen uit het wespennest van ons vermeende leven, naar het Koningkrijk dat niet van deze wereld is.
Niet de Almachtige verdrijft de mens uit het Hart van de Schepping, maar de mens verlaat dit Hart en rechtvaardigt zich voor zichzelf door de kracht en de consequentie der verwijdering te projecteren en te misduiden als een straf of vervloeking door GOD. (K&K, p. 13)
Vergelijk dat met de Cursus:
Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van de vijand of de aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is. (ECIW:T27.VIII.10)
Dat spreekt voor zich, en het zijn dit soort inzichten die voor mijn beleving de studie van Kaiser's gedachtengoed tot een perfecte inleiding en voorbereiding voor het latere (sinds 1991) werken met ECIW. Zo spreekt hij bijvoorbeeld ook heel duidelijk over speciale relaties, die hij ergens benoemt als een "duo-zelfbehoudsworsteling". Hier in K&K zegt hij het als volgt op paginas 12, 13:
... een samengaan van ik-en-jij, dat al het andere en de anderen verlaagt tot "zij", dat will zeggen prooi of middel of achtergrond.
Je kunt het ten naastebij niet duidelijker zeggen. En zo is voor Kaiser dus het tijdruimtelijke bestaan, ons leven in de beelding van de tekens van de dierenriem, dat droomleven waaruit wij dienen te ontwaken, en in zijn behandeling is de kosmische symboliek, en specifiek de zodiak, dus eigenlijk het bovenstoffelijk prisma waarin het witte licht van de eeuwigheid met onze keuze voor de afscheiding verstrooid wordt in een regenboog van kleuren en eindeloze varieteit van vormen van het gemanifesteerde "universum" dat dus alleen een projectie is van die afscheidings gedachte, die de Cursus als "het ego" benoemt.
Wij mogen ook bemerken hoe Kaiser dus veel Bijbelse symboliek als evenzovele parabelen doorziet, en het dus met de Heilige Geest ánders interpreteert dan te doen gebruikelijk is in de wereld van het ego, dat juist steeds niet begrijpt dat alles maar dan ook alles van de dualiteit alleen maar symbolisch begrepen moet worden. In die zin geeft hij dus het voorbeeld van veel van wat Jezus in de Cursus ook over de Bijbel zegt:
Niets wat het ego waarneemt wordt juist geïnterpreteerd. Niet alleen citeert het ego de Heilige Schrift voor zijn eigen doeleinden, maar het legt de Schrift zelfs uit als een getuigenis voor zichzelf. De Bijbel is naar het oordeel van het ego iets angstwekkends. Omdat het de Bijbel als angstaanjagend ziet, legt het die angstig uit. Als je bang bent doe je geen beroep op het Hoger Gerechtshof, omdat jij gelooft dat ook zijn vonnis tegen jou gericht zal zijn. (ECIW:T5.VI.4:3-7)
Kaiser's werk is dus op z'n minst één voorbeeld van hoe je veel symboliek in de Bijbel met de juist gerichte denkgeest juist wel op liefdevolle wijze kunt verstaan. Immers aan de apostelen individueel legt Jezus alles uit, en dat betekent niet dat je er tweeduizend jaar geleden bij had moeten wezen, het betekent wel dat de symboliek van alles in het ondermaanse ànders verstaan kan worden du moment dat je bij Jezus te rade gaat in plaats van bij je ego.

Nog een ander belangrijk thema, dat in K&K al op blz. 12 aan de orde komt is dit:
Aandachtschenking en verwachtingsghechting werkt op de hiermee (het spreken van de "slang") geconfronteerde mens als "spreken" en "beloven".
Kortom de weg uit de hel van het ego, is in te zien dat het niet gaat om een oerzonde, waarvoor wij wel kunnen boeten, maar die wij niet zonder interventie van buitenaf kunnen uitwissen (plaatsvervangend lijden van Jezus aan het Kruis), dat is juist de ego interpretatie, historisch gesymboliseerd in het Christendom, c.q. Paulus. Het verlossende inzicht is dat wij steeds in het NU de keuze maken om ofwel opnieuw voor de slang te zwichten, ofwel de stem van de Heilige Geest of De Hulp als onze Leiding kiezen. Zie hier hoe de Cursus dit bespreekt:
Het is alleszins redelijk te vragen hoe de denkgeest ooit het ego heeft kunnen maken. Het is in feite de beste vraag die je stellen kunt. Het heeft echter geen zin om een antwoord te geven aan de hand van het verleden, omdat het verleden er niet toe doet, en de geschiedenis niet zou bestaan als dezelfde fouten niet in het heden werden herhaald. Abstract denken is van toepassing op kennis, omdat kennis volkomen onpersoonlijk is en voorbeelden onbelangrijk zijn om haar te kunnen begrijpen. Waarneming is echter altijd specifiek en daarom heel concreet.
Iedereen maakt een ego of zelf, dat vanwege zijn instabiliteit aan enorme wisselingen onderhevig is. Ieder maakt bovendien voor ieder ander die hij ziet een ego dat al even wisselvallig is. De interactie daarvan is een proces dat beide verandert, omdat ze niet door of met de Onveranderlijke werden gemaakt. Het is van belang te beseffen dat deze verandering even gemakkelijk kan en zal optreden wanneer de interactie in de denkgeest plaatsvindt als wanneer ze gepaard gaat met fysiek nabijheid. Over een ander ego denken heeft evenveel effect op het veranderen van relatieve waarneming als fysieke interactie. Een beter voorbeeld dat het ego slechts een denkbeeld is en geen feit, kan er niet bestaan. (ECIW:T4-II.1-2)
Kortom er is alweer alles aan gelegen dat wij ons "kruis" opnemen, en verantwoordelijkheid nemen voor onze keuze voor het ego, en beseffen dat die niet in een ver verleden ligt, maar in het nu, en dus ook in het nu ongedaan gemaakt kan worden door nu een andere keuze te maken. Dat begint met het terugnemen van de projectie, het opschorten dus van ons oordeel, en dan De Hulp, De Leiding, de Innerlijke Leraar, of de Heilige Geest (doorhalen wat niet gewenst wordt), ons de weg te laten wijzen, waardoor het herhalen van onze ego patronen doorbroken wordt, en wij uiteindelijk zullen ervaren wat de Cursus de Werkelijke Wereld noemt, waarin wij dus middels vergeving alles anders gaan zien.

Verder behandelt Kaiser in het boek dan alle tekens van de Dierenriem op een wijze, die laat zien hoe en waarom in de symboliek daarvan besloten ligt zowel de verledigingen van de slang (het ego dus), als de aanvang van de thuisweg, als wij leren naar de stem van de Heilige Geest te luisteren. Zijn karakterisering van de tekens is ongeëvenaard, en dat zeg ik van een standpunt waar ik ooit een astrologische bibliotheek van zeker duizend titels heb bezeten (het merendeel ooit gedoneerd aan Michael Erlewine's Heart Center), ik heb deze mijn leven lang gelezen en herlezen als de meest beknopte en zinvolle samenvatting van de essentie van de symboliek van die tekens.

Bij zijn verdere behandeling zij nog opgemerkt dat hij het systeem van de mysterie planeten van Th. J. J. Ram (Psychologische Astrologie) volgt, wat ook elders in zijn werk steeds terugkomt. Het werk van Ram is nog steeds een van de beste Nederlandse besprekingen van de astrologie. In aansluiting op zijn bespreking van de tekens en de planeten, behandelt hij ook nog de laatste twee "maanden" van het Platonische jaar, van de precessie van het lente punt, respectievelijk het Ram en Vissen-tijdperk, waardoor de symboliek van het leven van Jezus, wat juist in de overgansperiode tussen die twee plaats vindt, in die context besproken kan worden.

De rest van het boek is gewijd aan de betekenis van "Kruisgang", dat wil zeggen dus het aanvangen van de innerlijke weg tot verlossing, het maken van de andere keuze. Op pagina 55 vat hij dit bondig samen als volgt: "Indien het verlaten van het Ontmoetingscentrum de Val is, dan is de wederkeer daartoe de Opstanding." Hij maakt korte metten met de Christelijke premisse dat Jezus voor onze zonden gestorven zou zijn, en doorziet geheel en al dat dat juist een uitwijkings manoeuvre is van het ego. Het Christendom in die zin is dus inderdaad het verdedigings mechanisme van het ego tégen de leer van Jezus. En alweer doet zijn behandeling-dat het martelaarschap juist niet was wat Jezus bedoelde-denken aan de Cursus, waar Jezus ons eraan herinnert dat hij niet om martelaars vraagt, maar om leraren (ECIW:T6.I.16:3).

Zijn bespreking in de rest van het boek is in vele opzichten dualistisch, in de zin van een uitdrukkingswijze alsof er toch een externe God is, die in de wereld ingrijpt. Ik zou echter willen suggereren dat net als met de Cursus dit symbolisch dient te worden verstaan. Het is niet zozeer God die ingrijpt, maar het zijn wij die stuklopen in de ervaring van afscheiding in een wereld die dus eigenlijk niet werkt, niet werken kàn, omdat de afwending van God er de basis van is, en in de zin van Jezus' leer in de Cursus, is dat dus noodzakelijkerwijze een illusie. Inhoudelijk is bij Kaiser toch wel steeds duidelijk dat hij fundamenteel een non-dualist is, maar hij werkt dat niet zo uit en te na uit. En dat is dan mogelijk een van zijn "tekortkomingen" als schrijver, dat hij het allemaal maar neerzet, en aan schijnt te nemen dat wij het allemaal al lang snappen. Dat zou dus ook wel eens zijn kracht kunnen zijn, omdat hij ons op die wijze aanspoort om zelf op weg te gaan.

Kaiser's bespreking van de zin van het "Oordeelt niet!" op pagina 67 is ook een duidelijk voorbeeld van hoe hij de leer van Jezus inhoudelijk volledig verstaat, in de zin van dat het het juist ons oordeel is dat ons steeds in het heden de Kruisiging doet kiezen, omdat wij de schuldeloosheid niet kunnen aanvaarden zolang wij met het ego heulen. En zijn verdere uitleg maakt het ook duidelijk, zoals Jezus ook in de Cursus doet, dat het juist door het opgeven van ons oordeel zal zijn dat wij leren om de dingen met zijn ogen te zien - een zien dat dus niets met fysieke ogen te maken heeft, maar alles met geestelijk inzicht.

In de laatste pagina's van deze monografie wijdt Kaiser o.a. ook nog eens uit over het feit hoezeer het juist onze arrogantie is dat wij aannemen dat de verlossingsgang gereserveerd is voor Jezus alléén en wij er verder van uitgezonderd zijn. Hij doorziet volledig hoe het model van het plaatsvervangende offer van Jezus, zodat wij vrijaf zouden gaan, niets anders is dan een lage truc van het ego om toch nog buiten schot te blijven.
Kortom, dit boekje is een uiterst beknopte, maar tegelijk zeer volledige bespreking van de zodiakale symboliek, en hoe de verlossings weg daarin gelezen kan worden. Het doorlicht ook de Bijbelse symboliek op een indringende wijze, en het geheel kan ongehoord verhelderend zijn voor vele zoekers. Als een student van Een cursus in wonderen (ECIW) nu, in 2009, sta ik versteld van hoe Kaiser deze verbanden kon zien in de schaarse literatuur die hem ter vergelijking ter beschikking stond. Dàt hij dat kon, toont op zijn minst aan dat hij zijn innerlijke radio wel degelijk op de juiste zender had afgestemd. Terugblikkend van nu tot de tijd dat mijn studie van het werk van Kaiser een aanvang nam, in de zestiger jaren, merk ik meer en meer dat zijn unieke uidrukkingswijze, en de symbolentaal die hij hanteert, een rijk materiaal vormen voor de cursus student die zich er toe aangesproken voelt, en zijn derhalve ook een verrijkende ervaring, omdat inhoudelijk dezelfde kwesties vaak met verrassend andere woorden uitgedrukt worden, en ons alszodanig dus weer uitnodigt om het alles weer op een dieper en meer abstract niveau te gaan verstaan, want de Leer van Jezus blijft dezelfde, ook al zijn de uitdrukkingen ervan in detail vaak aan de tijd gebonden.

29 mei 2009

Genezen, helen en nog meer

Een van de meest opmerkelijke aspecten van Kaiser's werk, en er zijn er vele, is zijn woordgebruik, en zijn diep luisteren en verstaan naar de inzichten die in de taal structuur verborgen liggen, en waar wij meestentijds maar klakkeloos overheen lezen.

Kaiser bespreekt de notie van genezing op vele plaatsen, maar een van de centrale exploraties van dit thema is waarschijnlijk wel het essay "Raphael, (van de genezing)", in de bundel De mysterien van Jezus in ons leven. Impliciet moet ondertussen wel duidelijk zijn, dat Kaiser's notie van Jezus niet is een dode joodse spirituele leraar van 2000 jaar geleden, maar een levende tegenwoordigheid in ons leven, waar het aan ons is om die relatie actief aan te gaan.  "Engelen" ziet Kaiser als vormen voor onze ervaring van God, simpelweg omdat God in zijn volheid nooit ervaarbaar is, vanuit ons beperkte gestel, omdat wij in de volheid van die ervaring er eenvoudigweg in op zouden gaan, en als Job, "niet meer gezien" worden. De Cursus stelt ook duidelijk dat de ervaring van openbaring nooit op lange termijn verdragen kan worden zonder het lichaam op te geven.

Kaiser gebruikt niet de terminologie van keuzemaker, die trouwens als zodanig in de Cursus ook nauwelijks voorkomt (zie H5.II.1:7), maar dit hele artikel gaat over het bewust worden van de keuze die wij hebben te maken tussen wij zijn in eeuwigheid als God's Zoon, en "de draak" in de beeldentaal die hij in dit geval merendeels aan openbaring ontleent, en die natuurlijk de gedachte van de afscheiding, het ego, voorstelt, en ons kleine, tijdruimtelijke ik, die muis die brult tegen het universum, en naar God zijn neus ophaalt, omdat we denken dat we het beter kunnen. Hij is ook zeer duidelijk dat naar gelang wij vorderen, het er om gaat steeds duidelijker te zien wat de keuze voor het ego (de "draak") inhoudt, omdat juist door die helderheid de andere keuze steeds makkelijker wordt.

Waar dus het woord genezen afstamd van het Griekse "nostos" (thuisreis) en het woord helen van the Griekse "holon" heel, of geheel, is het duidelijk dat het hier gaat om het terugkeren tot de oorsprong van wie wij in werkelijkheid zijn. Dat is de essentie van het proces. Zoals Kaiser beschrijft is dit het verschil tussen "Hebben" en "Zijn" waarbij hij observeert dat per definitie het Zijn ten allen tijde het Hebben voorafgaat, en dus primair is. En deze gehele behandeling maakt dus weer expliciet duidelijk waarom ons kleine, sterfelijke valse ik, de held van onze droom (ECIW, T27.VIII) altijd vanuit schaarste opereert omdat het gebaseerd denkt te zijn op de ontkenning van wat wij in werkelijkheid zijn, en dan dus met "Hebben" ons diepgaand schaarste gevoel trachten te compenseren. Dat is het verzamelen van speelgoed, alsof werkelijk de geen met het meeste speelgoed "wint." Het enige antwoord is natuurlijk de terugkeer tot wat wij Zijn, pure geest, en de Zoon van God. Het is in de verwerkelijking van dat Zoonschap dat Jezus ons voorging, en daarom is het ook zo belangrijk om te begrijpen zoals hij in ECIW zo duidelijk zegt:


Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is. (ECIW:T1.II.3:7-13)

Het zal ons dus al gauw duidelijk worden, dat de leer van Jezus steeds dezelfde is en blijft, of je het nu als Kaiser uit de symbolentaal en parabelen van de traditionele literatuur verstaat, of via de Cursus. Het enige waar het om blijft gaan is het zelf aangaan van de relatie met die Innerlijke Leraar, dat vonkje dat wél weet wie wij zijn. En zodra wij dat herkennen, of (in de mythologische taal waar Kaiser aan refereert) dat kindje in ons geboren wordt, wordt het ook beschermd. De rest van zijn artikel heeft verrassende parallellen met de sectie over de ontwikkeling van het vertrouwen in de Cursus.

Gebedsgenezeres of "doorgeefster" ?

Kaiser's medewerkster, Juffrouw M. Hofmans, werd in de pers routinematig beschreven als een "gebedsgenezeres." Een soort Jomanda dus - en daarmee wil ik niets over Jomanda zeggen, alleen dat men dus hetzelfde etiket op haar plakt als op juffrouw Hofmans.




Echter, zij zou zichzelf nooit als zodanig benoemd hebben, maar dat doet er in de pers soms niet toe. Onwillekeurig werd de negatieve karakterisatie van wie of wat zij was, die in feite door Prins Bernhard geïnstigeerd werd, en via Der Spiegel de wereld in geholpen werd in 1956, door het merendeel van de pers nauwelijks of nooit maar in het minst geverifieerd. Merendeels is het maar al te makkelijk om zo'n stereotype/etiket verder maar rond te slingeren in plaats van zelf de feitelijke basis te onderzoeken. Echter een zorgvuldige lezing van het materiaal dat juffrouw Hofmans presenteerde, zoals nu mogelijk is via de web site van de stichting Open Veld Werk, laat weinig twijfel over de uiterst gedegen en serieuze kwaliteit van haar werk, en wat dat aangaat is het dus een goede zaak dat het nu op deze wijze ter beschikking staat.

Het centrale probleem met de notie van "gebedsgenezeres" o.i.d. is altijd weer het principe dat er een externe interventie nodig is voor genezing, en de notie volgt dus hetzelfde patroon als het typische ego-denken over de plaatsvervangende verlossing (Jezus stierf voor mijn zonden, en daardoor werd ik gered). Maar dat was de interpretatie van Paulus, niet de leer van Jezus. Waar het om gaat is het herstel van onze eigen innerlijke relatie met Jezus, wiens naam letterlijk God's Hulp betekent, en juffrouw Hofmans, sprak gewoonlijk over "De Hulp," in de zin van die herstelde relatie. Zij was gewoonlijk zeer duidelijk dat het daarom draaide, wat weer niet wil zeggen dat het maar al te gemakkelijk is om sommige van haar opmerkingen uit hun verband te rukken, en aldus de karakterisatie van "gebedsgenezeres" te trachten te rechtvaardigen.

In mijn ervaring met juffrouw Hofmans (van ca mij 4e tot mijn 17e jaar), was het altijd duidelijk dat zij niet essentieel was voor het proces, dat De Hulp voor eenieder toegankelijk was, je moest er wel om vragen. Daarbij was zij eigenlijk alleen maar de katalysator, die je op weg hielp, en zo diende je ook op te vatten wat zij je van tijd tot tijd in woorden, als "doorgeving" te zeggen had. En die woorden waren voor mij een doorlopende inspiratie. Zij was dus doorgeefster, niet gebedsgenezeres. En in dezelfde zin als we het dus vinden bij Helen Schucman bij ECIW was haar verdienste dus grotendeels dat zij kennelijk in staat was om een merendeels hoogst zuiver kanaal te zijn waardoor een diep bewustzijn van Goddelijke Liefde en verbondenheid zich in de woorden van die tijd kon uitdrukken. En dat betekent ook niet dat zij als mens feilloos was, of zelfs maar gegarandeerd altijd 100% zuiver in wat zij hoorde. Dat bestaat niet. Denk alweer aan het verhaal van Helen Schucman die duidelijk heel zuiver die Cursus kon opnemen, en toch er grote moeite mee had het in haar eigen leven te verwerkelijken. Kortom de typische schizofrenie van het ego (juist-gerichte denkgeest, v.s. het ego), was in haar levend aanwezig tot aan het einde van haar dagen.

In diezelfde zin geloof ik dus dat met de persoonlijke doorgevingen, zoals men van juffrouw Hofmans ervoer, het er op aankwam niet die slaafs te volgen, en dan de doorgeefster, of De Hulp, God, of Jezus te beschuldigen dat ze het bij het verkeerde eind hadden, als het niet "werkte." In tegendeel, de doorgevingen waren er om ons te helpen om te leren om op de goede zender af te stemmen. De verantwoording van het verkeerd gebruik van zulke doorgevingen ligt dus ook bij de hoorder, en niet bij de doorgeefster. De eigen verantwoordelijkheid is centraal in het hele idee van verlossing en genezing. Want als de waarheid van buitenaf komt, dan zijn wij dus het willoos slachtoffer van waarheid en leugen. Zo wil het ego (de "draak" - zie mijn voorgaande artikel over Genezing) het graag zien, en zolang het ons in die overtuiging weet te bestendigen blijft het onverminderd aan de macht. Waar het echter om draait is juist te leren inzien dat wij zelf volledig de verantwoording dragen voor onze genezingsweg, door het van moment tot moment te kiezen tussen liefde of moord, tussen conflict of vrede.

Bij dat proces van het leren maken van die innerlijke keuze kàn dus de ontmoeting met bijv. een juffrouw Hofmans, of Een cursus in wonderen, uiterlijk in ons leven vorm geven aan het innerlijke proces van het leren maken van dat innerlijke onderscheid, de keuze vóór het vertrouwen in het wonder en tégen de chaos. Maar zolang wij dus blijven werken vanuit een gedachte patroon van een discrete waarheid die van buitenaf tot ons komt, zullen wij het nooit vatten, omdat wij dan geen verantwoordelijkheid nemen voor die beslissing, en het ego houdt zo eem slag om de arm om de fout buiten onszelf te leggen als het even niet meezit, en zo blijft het ego, niet de Heilige Geest, de leiding stevig in handen houden. Het centrale punt is dat wij ons kruis leren opnemen, geheel in de zin van Kaiser's boek Kruiswerking en Kruisgang, en die ervaring aangaan, want alleen uit die ervaring kan de genezing, het herstel van onze innerlijke communicatie met onze Innerlijke Leraar, de Heilige Geest, De Hulp, of Jezus juist aangegaan worden.

In het werk van Kaiser is het doorgegeven materiaal aangemerkt als "Logia" in de zin dus van woorden van Jezus. Behalve één uitzondering waren die gewoonlijk via juffrouw Hofmans gehoord.
Ten laatste zou ik nog willen opmerken, dat deze overwegingen dus ook verheldering bevatten over het ogenschijnlijk mislukken van de genezing van de oogziekte van princes Marijke. Het is de menselijke verwachting van een verandering in de vorm, die al of niet mag komen die ons hierbij steeds weer de das omdoet. Het is dezelfde verwarring die het Christendom doet denken dat het om de fysieke wonderen te doen was, en daarop is juist Een cursus in wonderen het antwoord,  want het "wonder" is gelegen in de vergeving, de metanoia zoals dat in het Grieks heet ("verandering van gedachten" dwz. de keuze vóór de HG en tegen het ego), want het ego blijft ons altijd overtuigen dat wij een lichaam zijn, in plaats van geest. Dat is tenslotte de definitie van "verleiding" zoals de Cursus dat ziet. In het ene geval mag er inderdaad een "spontane" genezing van fysieke symptomen plaats vinden, maar in andere gevallen is het misschien dat wij juist moeten leren dat wij ondanks onze "ziekte" in totale innerlijke vrede kunnen zijn, en zoals Sri Ramakrishna leren en dus demonstreren dat het mogelijk is om in complete innerlijke rust aan maagkanker te overleiden, zoals het ook met een van mijn leraren gebeurde. De Cursus is steeds heel duidelijk dat wij hoe dan ook het aan de Heilige Geest over dienen te laten hoe het een en ander zijn beslag krijgt in de vorm, dat is niet ons pakkie an. Onze verantwoordelijkheid is alleen het maken van die innerlijke keuze. In het geval van juffrouw Hofmans legde zij mij dit ooit uit toen ik nog een klein kind was, dat Jezus niet een wensvervuller was, zoals Sinterklaas, maar dat het voor het aanvaarden van De Hulp juist van doorslaggevend belang was om ons eigen oordeel, onze eigen ideeën over hoe het er dan uit moest gaan zien, juist aan Hem over te laten.
Dit alles geeft dus ook weer een verdere verdieping van het beroemde "serenity prayer:"
God grant me the serenity
To accept the things I cannot change;
Courage to change the things I can;
and wisdom to know the difference.
Of zoals de Cursus het stelt:
De enige verantwoordelijkheid van de leraar van God bestaat erin de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden. (ECIW:H18.4:5)
En de Verzoening is de Thuiskeer, de Genezing, door terugkeer tot het punt van oorsprong vanwaaruit de andere keuze permanent gemaakt kan worden, alweer als een innerlijke keuze, waarbij het er niet langer iets toe doet hoe dat er in de vorm uitziet. Nog één punt ter verduidelijking: de Sinterklaas Jezus, de Messias gedachte, Maitreya, dat is allemaal gebaseerd op de ego-gedachte van een externe verlosser, en binnen het Christendom komt dat dus uit de Paulinistische gedachtengang. Langs diezelfde weg komen we dus ook tot de verkeerde conclusies omtrent of onze gebeden al of niet werken. Als bidden is een ervaring van de innerlijke vereniging met God, dan werkt het altijd, en laten wij het aan de Heilige Geest over hoe het zijn beslag krijgt in de vorm. Daarentegen, als bidden is het opgeven van mijn Sinterklaaslijstje aan God of Jezus, en in feite erop gericht om de wereld naar onze zin te maken, dan zal het soms lijken of het lukt, en op andere momenten of het niet lukt, en ligt de schuld weer buiten onszelf. Zo houden wij onszelf dan bevangen binnen de ego gedachte dat het leven iets is dat ons overkomt.

16 mei 2009

Sprokenwijsheid: Sproken

Nu sinds kort het merendeel van Kaiser's werk, voorzover het in boekvorm was uitverkocht, door de Stichting Open Veld Werk via het internet beschikbaar is gemaakt, is nu ook zijn bundel Sprokenwijsheid althans nominaal weer beschikbaar. Men kan van het PDF formaat denken wat men wil, maar in ieder geval staat de informatie weer ter beschikking.

De bibliografie die op die site verschaft wordt is onvolledig. Sprokenwijsheid mag misschien gezien worden als een soort van eersteling, maar strikt gesproken is het dat niet. Wat het wel is, is de eerste van zijn publicaties in boekvorm die dateren van na de aanvang van zijn geïnspireerde en inspirerende samenwerking met Juffrouw Hofmans, die in 1946 begon. Echter in 1929 was er al een uiterst belangrijk werk van zijn hand verschenen, zeker niet een jeugdzonde, waarvan aanvankelijk delen in een Zwitsers psychoanalytisch tijdschrift waren verschenen, maar dat dan in 1929 bij Swets & Zeitlinger in de Engelse taal in boekvorm het licht zag, in de vorm van de monografie Introduction to the Study and Interpretation of Drama. Daarin legt Kaiser de grondslag voor zijn diepgaande inzicht in de verbindingen van inleving en projectie die bestaan tussen het publiek en het toneel in een toneelvoorstelling. Hij doorziet daarin volkomen dat het belang van wat er op het toneel gebeurd gelegen is in het feit dat het gestalte geeft aan iets wat wij innerlijk beleven, en daarbij maakt hij de schitterende observatie dat juist het duister van de zaal er voor zorgt dat wij die allen alleen op onze eigen unieke manier beleven kunnen. In zijn laatste boekje van 1960, Levensopgang, haalt hij deze sleutel tot zijn oeuvre juist dan nog even snel aan voordat hij later in dat jaar overlijden zal. Ik geloof dat zijn werk zonder dit materiaal maar moeilijk te begrijpen valt, en hoop dus ten zeerste dat de Stichting het t.z.t. zal willen publiceren.

Kaiser's studie van het drama is ook van direct belang als voorloper op het boekje Sprokenwijsheid. Terwijl hij in drama de verwerking van diepgaande thema's ziet verbeeld door een specifieke auteur, die zo door een publiek doorleefbaar worden, ziet hij in sproken de verwoording van levenswijsheid die eigenlijk anoniem door een mens ooit aan het cultuurgoed werd bijgedragen, en juist bewaard blijft omdat het een spontane, getrouwe weergave is van eeuwige waarden, zoals die door een mens ergens doorleeft en herkend werden. In het geval van het drama erkent hij ook dat, zoals Freud ook al gezien had, alle dramatis personae fragmenten van de psyche van de auteur zijn, die in de uitvoering door het publiek doorleefd kunnen worden, op ieders afzonderlijke, unieke manier. Impliciet daarin ligt dus ook het inzicht besloten van een holografische werkelijkheid, waarin bepaalde ervaringen gedeeld schijnen en anderen niet. En ook dat in elke enscenering van dit leven steeds de mogelijkheid besloten ligt om te ontwaken tot onze eeuwige werkelijkheid, als geest, indien wij onszelf daartoe bekennen, want zoniet dan blijft het alles voor ons volkomen een gesloten boek, omdat wij ons dan door onze eigen keuze beperken tot de manifeste wereld van de pseudo-werkelijkheid van het ego, de droom, in plaats van de ware strekking ervan te erkennen: het eeuwige in onszelf.

In de taal van ECIW ligt in elke situatie de mogelijkheid van keuze van leraren, ofwel het ego, wat ons tot de manifeste werkelijkheid beperken wil, ofwel Jezus/c.q. de Heilige Geest, waardoor zich de geestelijke strekking aan ons openbaren zal. In ECIW stelt Jezus het als volgt: "En men ziet in dat alle dingen eerst vergeven moeten worden, om daarna te worden begrepen." (ECIWT30.V.1:6) En dit is geheel wat Kaiser ook bedoelt in zijn inleiding over het sprookje, want ondanks zijn uitdrukkingswijze die van tijd tot tijd soms dualistisch overkomt, is er een diepe non-dualistische leidraad in de ondergrond van Kaiser's werk. Hij begrijpt volledig dat alles in de dualiteit alleen maar symbolisch (parabel!) is, en dus niet letterlijk maar figuurlijk genomen dient te worden. En dus is het alleen een ziel die waarlijk door de Geest bewogen is die in bekende beelden van de wereld van tijd en ruimte een innerlijk geestelijk beleven weet te verwoorden op dusdanige wijze dat het mogelijk maakt de eeuwige waarheid van de Geest op een andere manier te herkennen. Zulke verhaaltjes zijn op die manier in Kaiser's verwoording dragers van het Eeuwige in de tijd. Geheel hetzelfde principe ligt ten grondslag aan een vaak herhaald thema in de Cursus dat wij Jezus juist kunnen verstaan, omdat hij in de woorden van Helen's "Jesus poem", "A child, a man, and then a spirit" was, ofwel, waar de Heilige Geest werkelijk alleen Geest is, en de onstoffelijke communicatie brug met God, is Jezus als de manifestatie van de Heilige Geest juist degene die ons op ons eigen niveau kan aanspreken. Op dezelfde wijze zullen alle leraren van God dus instaat zijn om juist hun eigen ervaringen, die zij leren doorzien, naar gelang die volledig vergeven zijn, als voorbeelden te gebruiken om zo hun geestelijk verstaan in beelden met anderen te kunnen delen, waar elke poging om het rechtstreeks te verwoorden het juist zouden vervlakken tot mentale conclusies, en de noodzaak ondermijnen om een en ander vanuit eigen beleven te herkennen.

Zodoende zijn dus sproken in Kaiser's behandeling ook te beschouwen als werkelijke communicatie van het allerhoogste geestelijke niveau waartoe de mens in staat is. En net zoals ECIW stelt, wij onszelf in de wielen rijden in onze spirituele groei zolang wij ons aan het redenerend ego verstand vasthouden: "Je bent er nog steeds van overtuigd dat jouw inzicht een machtige bijdrage vormt aan de waarheid, en haar maakt tot wat ze is." (ECIW:T18.IV.7:5) Zo zullen wij dus voor het verstaan van sproken ons dienen toe te vertrouwen aan hetgeen ons middels onze eigen geestelijke verwerkelijking gewordt, en ze niet met verstandelijke analyse te lijf te gaan, want dat komt alleen maar voort uit angst tot beleving. En alweer, Kaiser begrijpt dus volkomen dat het ego het verstand gebruikt juist om de geest uit ons leven buiten te sluiten, en dus een instrument van de afscheiding is.

De gedragen taal die Kaiser eigen is, neemt ons ook eigenlijk gelijk mee op de vleugels die ons de eeuwigheid willen tonen, en net als met de Cursus is de taal een uitnodiging om ons door de taal te laten leiden tot Kaiser's niveau van verstaan, in plaats van het alles weer naar beneden te halen tot de platitudes van ons dagelijkse geworstel met het leven in de stof.

10 mei 2009

Beleving van het Evangelie

Met het boek Beleving van het Evangelie leverde Kaiser een behandeling van het evangelie verhaal gezien als mythe, gegrondvest zowel in zijn grondige talenkennis, alsook zijn verstaan van mythologische beelding, tegelijkertijd doorspekt met zijn eigen innerlijke beleving. En het is een uitnodiging aan ons allen om Jezus op die wijze innerlijk te volgen, in plaats van na te apen wat er met hem gebeurde, zoals de imitatio Christi gewoonlijk misverstaan werd. Dat laatste is weer een duidelijk geval van niveauverwarring, zoals dat in Een cursus in wonderen bedoeld wordt, waarmee dan bedoeld wordt dat wij op het niveau van het ego vorm trachten te geven aan iets wat wij geestelijk menen te verstaan.

Voorbeelden daarvan komen er op neer dat wij geestelijk beginnen te verstaan dat wij ons alleen in de geest met onze broeders en dus ook met Jezus kunnen verenigen, omdat aansluiting, communicatie alleen in de geest, en niet met lichamen mogelijk is. Het ego springt er dan altijd weerin, om ons dan toch weer te overtuigen dat er in de stof vorm aan gegeven moet en kan worden, en liefst reserveert het dan de glorierol voor onszelf, terwille van de betere motivatie, zo worden er dan clubjes, en kerken opgericht, we worden verliefd, en het stoffelijke huwelijk wordt voor het gemak even gauw heilig verklaard, enz. Het is ook de basis voor het zieltjes winnen dat in het Christendom al gauw zo prominent werd. Met andere woorden, het ego is er dus op uit om de geestelijke impuls, het begin van een ontwaken, direct weer de kop in te drukken en zo snel mogelijk het pasgeboren kindje de nek om te draaien door vormgeving in de stof. Dát is de kindermoord van het ego. De werkelijkheid is echter dat het dan wel een bloedbad mag worden hier op aarde, maar dat de werkelijke geestelijke impuls niet en nooit vermoord kan worden, omdat die juist in het eerste niveau geworteld is, het niveau van de geest, en de destructie van de vorm is dus sowieso zonder betekenis. Kaiser zag dit alles heel precies.

Wat hij ook duidelijk zag is dat op het niveau van de dualiteit, het tweede niveau waar wij met ons bewustzijn vast blijven zitten, tenzij wij leren ons door de geest te laten leiden, alles tot ons komt in parabelen, beelden, symbolen, omdat dat natuurlijk het enige is wat het bewustzijn op dat niveau kan vatten (misschien).  De Cursus drukt dat op vele manieren uit, maar een van de beroemdste plaatsen is wel:  "Laten we niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd."(ECIW:T21.1:9-10) Kaiser hamert er in zijn werk dan ook voortdurend op hoezeer Jezus steeds onze aandacht vestigd op het feit dat tenzij wij ons met hem verbinden (in de geest), à la waar twee of drie in mijn naam tezamen zijn, dat alles maar dan ook alles tot ons komt in parabelen die de beelden van deze wereld gebruiken, maar waarvan de betekenis onherroepelijk teloor gaat indien wij ze letterlijk nemen. Kaiser's commentaar in dat verband met het bekende woord van Jezus: Begrijpt gij dan nog niet, dat ik u niet van broden sprak? ( Mattheus 16:11) is onvolprezen. En om Kaiser even zelf aan te halen op dit punt: "Alles is Alles. Alles wat Jezus zegt en doet is Gelijkenis, dat is niet beeldspraak, als simpele allegorie of paraphrase, maar Parabool, die de niet verstandelijk-afrondbare geestelijke Waarheid presenteert versluierd in de vertrouwde beelden van de menselijke handel en wandel." (Beleving, p.8)

En hoewel Kaiser deze metafysica dus niet uit en te na in woorden uitwerkt is het dus impliciet duidelijk dat hij deze dingen verstaat, speciaal ook in het onderhavige werk. Zo ook verwoordt hij van tijd tot tijd onmiskenbaar de non-dualistische werkelijkheid die Jezus vertegenwoordigt, en hoe wij ook het evangelie dienen te verstaan als een innerlijk proces (vandaar de term "Beleving" in de titel van het boek). In zijn essay Levensopgang, in de bundel van die naam, verwoordt hij het als volgt: "Er ís geen mensen-meervoud in het Evangelie, maar er is het enkelvoud der éne menselijke ziel, wier sterfelijke structure het meervoud ondergaat van alle krachten, die worden aangetast en opgeheven in dat ondoorgrondelijke Proces, dat wij Verlossing noemen. Het zijn die krachten, zieleroerselen of dynamieken, die 'uitgeworpen wordende, zich voordoen als 'personen' van Het Drama, dat is de oergestalte die het Hemelse Voltrekken aanneemt in het bewustzijn van de onverloste mens."   M.a.w. onverlost, dat wil zeggen, als wij naar het verhaal van Jezus kijken met ons ego, dan zien wij dood en destructie, en kunnen ons eventueel zoet laten houden met de illusie dat hij ooit terug zal komen en ons magisch verlossen. Indien wij echter met de Heilige Geest leren zien, dan beginnen wij te ontwaren, dat het een verhaal is van opstanding en verlossing, nu, en niet later. Want dat is juist wat Jezus aan ons demonstreerde, of, zoals hij het in de Cursus tot uitdrukking brengt, in de beroemde passage over de betekenis van de kruisiging:


Dat is de reden waarom je maar één les moet onderwijzen. Als jij zelf vrij van conflict wilt zijn, moet je alleen van de Heilige Geest leren en alleen met Hem onderwijzen. Jij bent louter liefde, maar wanneer je dit verloochent, maak je wat jij bent tot iets wat jij je moet leren herinneren. Ik heb eerder al gezegd dat de boodschap van de kruisiging was:  'Onderwijs louter liefde, want dat is wat je bent.' Dit is de enige les die volkomen eenduidig is, omdat het de enige les is die één is. Alleen door die te onderwijzen, kun je die leren. 'Zoals je onderwijst, zó zul je leren.' Als dit waar is, en het is waar, vergeet dan niet dat wat jij onderwijst, jou onderwijst. En wat jij projecteert of uitbreidt, dat geloof je. (ECIW.T6.III.2)

Door zijn hele werk loopt bij Kaiser een duidelijke draad van zijn verstaan van de "pseudo-werkelijkheid" van onze sterfelijke persoonlijkheid, dus het lichaam waarmee het ego in ons zich identificeert als de Held van de droom van dit leven, of de held van het Drama dus in Kaiser's termen. Die valse persoonlijkheid is het altijd te doen om gelijk te hebben, en zo blijft dus de Kruisiging gaande gehouden, zolang wij ons bekennen tot de stof in en ons plaatsen in de positie die Kaiser Kruiswerking noemt, in een essay met die naam. Zoals Wilhelm Reich ook verstond, de moord van Christus is het onvermijdelijk resultaat van de keuze voor het ego (hoewel Reich door zijn predispositie dat op ietwat verwrongen wijze verstaat).

Zoals wij als leerlingen van de cursus gaan verstaan, is de favoriete positie van het ego, impliciet in de notie van de werkelijkheid van de afscheiding van God, de posite die Kaiser Kruiswerking noemt, waar de wereld en het leven ons overkomen, omdat als zodanig de heelheid van de geest naar het onderbewustzijn is verbannen, en ons dus als tegenspoed, ongemak, en ziekte "overkomt." Omgekeerd is Kruisgang, zoals Kaiser dat benoemde, dus de geesteshouding van de "gelukkige leerling." Dit centrale concept in de leer van Jezus wordt in de Cursus als volgt verwoordt:


Nu wordt jou getoond dat je kunt ontsnappen. Het enige wat ervoor nodig is, is dat je het probleem beziet zoals het is, en niet zoals jij het hebt opgesteld. Hoe zou er een andere manier kunnen zijn om een probleem op te lossen dat heel eenvoudig is, maar dat aan het oog onttrokken wordt door zware wolken van ingewikkeldheid, gemaakt om het probleem onopgelost te houden? Zonder die wolken zal het probleem in heel zijn primitieve eenvoud tevoorschijn komen. De keuze zal niet moeilijk zijn, want het probleem is absurd wanneer het duidelijk wordt gezien. Het valt niemand moeilijk te besluiten een eenvoudig probleem opgelost te laten worden, als het gezien wordt als iets wat hem pijn doet en wat bovendien heel makkelijk kan worden weggenomen. (ECIW:T27.VII.2)

Et voilà daar is de grondslag van de genezing, en zoals ik elders op deze blogsite al aanwees, was dit dus een van de grondslagen van het werk van Juffrouw Hofmans: het bevorderen van de genezing door mensen op weg te helpen naar het herstellen van deze innerlijke connectie met de Geest, waarbij wij dus als enig offer brengen, het opschorten van óns oordeel over de situatie, en in plaats daarvan aan de Heilige Geest (ECIW), of De Hulp (Hofmans/Kaiser) over te laten.

Enfin, dat dus even ter inleiding van Kaiser's Beleving van het evangelie. De structuur van het boek is een grondige inleiding over Kaiser's innerlijk verstaan van het evangelie als een vademecum van de geest, om wie luisteren wil te begeleiden in zijn eigen Verlossingsgang. Dit wordt gevolgd door een ongeëvenaard zuivere vertaling van het Marcus evangelie, met op de parallel pagina een "esoterisch commentaar," weerslag dus van Kaiser's eigen beleving en interpretatie van de inhoud van het verhaal. Achterin zit dan nog een "esoterisch vocabularium", waarin bepaalde themas nog verder uitgespit worden. Ik haal hierbij even aan wat Kaiser over "vertaling" zegt, want dat zegt eigenlijk alles:


Vertaling en Vertolking van het Evangelie is daarom:

Ontheffing uit begrenzing van eenmalig, individueel gebeuren tot altijdig, algemeen toegankelijke Kwaliteit van Zijn.

Ontkrachting van den Vorm als schijn-inhoud, door de onthulling van het eeuwig-wezenlijke in het eigen nu voor íeder mens.

Vernietigin van schijnbetekenis door de verijdeling van distanciërend theoretiseren, en in plaats daarvan de harten doen ervaren en erkennen, dat het levenslang in ieder mens geschiedt. (Beleving, p. 17)

Omdat Kaiser duidelijk de innerlijke betekenis, achter de vorm, beelden, parabelen schouwde als geen ander in zijn tijd, kon hij het dus toegankelijk maken als een letterlijke handleiding voor het herstellen van eenieder's eigen relatie met Jezus, in die innerlijke gang, die Verlossingsgang wordt genoemd. Of met Kaiser's woord Kruisgang. Dat begint met verantwoordelijkheid te nemen voor het feit dat wij leren "het probleem te zien zoals het is, en niet zoals we het opgezet hebben (zie boven), kortom het begint met ons Kruis op ons te nemen door verantwoordelijkheid te nemen voor het feit dat wij de keuze maakten voor de afscheiding, en dat de oplossing gelegen is in het ophouden van God te beschuldigen van dat hij ons alle tegenspoed heeft aangedaan, maar in plaats daarvan te begrijpen dat wij het onszelf aandeden met de keuze voor de afscheiding. Dat maakt verlossing mogelijk. En, zoals Kaiser het ergens zegt: "Het pad is pad, omdat het betekent het afleggen van de sterfelijke persoon." Vandaar ook dat een centraal thema in de Cursus is om ons juist bewust te maken van onze weerstand. Want het ego kan het licht niet uitstaan, en het lost in niets op als wij de zon erop laten schijnen. Kaiser's nieuwe verstaanswijze van het evangelie (van 1950!) heeft die weg voor velen geopend, en ik geloof stellig dat het nog velen behulpzaam kan zijn, en in mijn eigen ervaring ook, en juist, hand in hand met Een cursus in wonderen, waarin Jezus ons een nog veel explicietere en diepgaande handleiding biedt, met name in de vorm van de simpele practische methode van ware vergeving als dagelijkse praktijk.

Daarbij wil ik dan wel opmerken dat het principe zoals Kaiser en Hofmans het in hun leven toonden van het loslaten van het probleem, en om Hulp te vragen, natuurlijk terstond onze aandacht verschuift naar de innerlijke leiding van "De Hulp" of "De Heilige Geest". Het zal niet voor niets zal zijn dat Jezus ons in de vorm van de Cursus enkele jaren later een handreiking deed, waarin er in meer detail een proces wordt gepresenteerd dat ons in onze dagelijkse handel en wandel kan helpen om op het rechte pad te blijven, omdat we anders aan het handje van ons ego maar steeds weer laten misleiden door ons eigen kromzicht, en afdwalen van de weg naar huis. Door dit zo op te schrijven krijg ik steeds groeiende helderheid van de consistentie van de leer van de Meester aller Meesters, die Hofmans en Kaiser in de taal van hun tijd verwoordden, en die ik levenslang bestudeerde, en wat nu Een cursus in wonderen in de taal van onze tijd uitdrukt, en die merkwaardig genoeg zowel erg practisch is, maar tegelijk ook de metafysische en psychologische details uitwerkt op een wijze die eerder niet mogelijk was.

07 mei 2009

Kringetje rond: Juliana

Prinses Juliana was zo'n bezield leider om de eenvoudige reden dat ze als mens echt was. Ze was geen Barbie popje. Dat wordt dan door het manneliijk chauvinisme van de Beel commissie, en hun meest recente fan Cees Fasseur, tot en met Barend Servet, misverstaan als dat ze te "gewoon" was. Er is echter een subtiel, maar belangrijk verschil tussen "gewoon" en "echt." Juliana was een echt mens, een mens met een hart. Dat zij haar taak vaak beter begreep dan de kleinzinnige politici waarmee zij onvermijdelijk op het dagelijkse vlak moest werken, was altijd op vele manieren te zien. Zij stak met kop en schouders boven hen uit, om over Bernhard nog maar te zwijgen.

Zonder twijfel was dat "echt" zijn een reflectie van haar zeer bewuste spirituele grondvestingen, die  ze kennelijk tendele genetisch meekreeg, maar tendele ook zelfstandig tijdens haar leven verder bleef ontwikkelen. Zonder twijfel was een integraal deel van dat aspect van haar ervaring ook haar jarenlange omgaan met Mej. Margreet Hofmans en ook de heer Kaiser, met wie Mej. Hofmans een nauwe samenwerking had, met name ook in het organiseren of althans verankeren van de internationale symposia over spiritualiteit die oorspronkelijk tweemaal per jaar op het kasteel Het Oude Loo plaats vonden, en later, na de crisis van 1956, voortgingen tot 1968 als de Open Veld Bijeenkomsten.

Geheel in de zin van dat contact is dus impliciet duidelijk dat Juliana zich met enige duidelijkheid bewust was van een persoonlijke relatie, met wat Een cursus in wonderen (ECIW) in hedendaagse taal, onze Innerlijke Leraar, noemt en elders ook benoemt als de Stem van de Heilige Geest. Immers het werk van Kaiser was op niets anders gericht, dan ons te helpen die innerlijke relatie te herstellen. Zo ook het werk van Mej. Hofmans. Zij gebruikte normaliter de naam "De Hulp" of ook "God's Hulp," in het duidelijke bewustzijn dat dat ook de etymologische betekenis va de naam Jehoshua (Jezus) in het Hebreeuws was.
Kortom, de Koningin Juliana die een diepgaande toewijding had tot werkelijke vrede in zichzelf, alsook in de wereld, droeg daaraan in elk opzicht het hare bij. Al tijdens de 2e wereld oorlog pleitte zij voor verzoening en een verenigd Europa, na de oorlog, met o.a. de Willy Lages kwestie beoogde zij welbewust de cyclus van zinloze vergelding te doorbreken, als haar heel persoonlijk bijdrage aan dat proces. Er werd haar interesse in de Derde Weg toegedicht, maar dat was meer een politieke benaderign, an zij toonde een vér vooruitziende spirituele visie, waarvan de "gewone" burger nog geen kaas had gegeten, laat staan de "gewone" politicie die meer ophadden met koffie en cognac met Bernhard. Kortom deze Juliana, die veelal miskend werd en wordt, wist dat wij als "kind'ren van één Vader," allen gelijk zijn. En het was die innerlijke houding die haar de warmte en de menselijkheid verschafte van waaruit zij een blijvende plaats in het hart van het Nederlandse volk behield, ondanks de beste pogingen om haar de mond te snoeren via die commissie van "zgn. wijze mannen."
Diezelfde Koningin Juliana bewees de wereld ook een grote dienst door haar steun voor het werk van Prof. Gilles Quispel, die zij hielp om in '55 toegang te krijgen tot de manuscripten van het Thomas evangelie in het Koptisch museum te Kairo. Misschien wordt dat ooit nog wel eens erkend als een van de voornaamste dingen die zij gedaan heeft. Want door haar daadwerkelijke steun, via toenmalig Minister van Buitenlandse zaken Beyen, waren de directe aanleiding dat niet alleen Quispel inzage kreeg in die teksten, maar dat ze uiteindelijk voor het nageslacht bewaard werden. Zonder enige twijfel zag Juliana het belang dat dit materiaal dat mogelijkerwijs nog inzicht kon verschaffen in de oorspronkelijke leer van Jezus, voordat die door de aanstaande formatie van Christelijke ideeën onder Paulus en anderen die ná Jezus kwamen, vervormd zou worden. Slechts tijdens de laatste twintig jaar van haar leven begon er zich geleidelijk aan een toenemende consensus te vormen dat inderdaad het Thomas evangelie van vóór de andere synoptische evangeliën moet dateren, en duidelijk ook vóór Paulus, zo dat alle specifieke noties van rudimentaire Christelijke theologie die pas door Paulus geformuleerd worden, in diens interpretatie van het leven van Jezus, nog geheel ontbreken.
Toen ik dus mijn boek Closing the Circle: Pursah's Gospel of Thomas and A Course in Miracles schreef, dacht ik dus aan het rondkomen van diverse kringetjes:
  • Jezus toen en nu, het Thomas evangelie en Een cursus in wonderen, wat dus duidelijk impliceert dat Jezus een innerlijke aanwezigheid is, die buiten ruimte en tijd valt, zoals de Cursus impliceert, en zoals ook geheel duidelijk was in het werk van Kaiser en Juffrouw Hofmans.
  • Bovenstaande toont dan ook een interne consistentie en continuiteit, die alleen maar tijdelijk door het Christendom geinterumpeerd werd, en dus in feite vorm geeft aan een idee van Kaiser: "Paulus eruit, en Jezus erin." (De mysteriën van Jezus in ons leven, pag. 163)
  • Dus voor mijzelf kwam zodoende dan ook het kringetje rond tussen Kaiser's werk en de Cursus, wat voor mij steeds heel nauw op elkaar aansloot.
  • Pas veel later, in de voorbereidingen voor een aanstaande workshop in Amsterdam van Gary Renard, drong het ineens tot me door dat er nog een ander kringetje rond komt, dat Gary, die meer gedaan heeft voor het toegankelijk maken van de inhoud van het Thomas evangelie, en het verstaan van de leer die daarin besloten ligt dan wie dan ook, dus in de maand na de 100jarige commemoratie van de geboortedag van Prinses Juliana daar in Amsterdam over komt praten, waarbij ik dan als vertaler ook enigszins betrokken ben. 

De mysteriën van Jezus in ons Leven

Het boek De mysteriën van Jezus in ons leven is een verzameling van essays met een vocabularium dat er een boek van maakt. Het werd tijdens zijn leven in 1952 uitgegeven, en na zijn dood kwam er een aanzienlijk uitgebreide editie in 1964, die vooralsnog nog steeds als herdruk beschikbaar is, bij uitgeverij Synthese te Rotterdam. Voorin het boek staat een toewijding:
Dit boek is geen structureel geheel.
Het heeft geen ander doel dan als een aantal voetafdrukken in de onbegaanbaarheid van Niemandsland de kuddegeest-ontstijgende een steun, een troost en een geruststelling te zijn. Wanneer het hier en daar een eenzame Trekker door de onafzienbare Woestijn mag vergezellen in zijn zwaarste uren, dan heeft dit werk van een, die ruggelings moest keren naar het Licht, zijn opdracht al vervuld.
Daaraan valt eigenlijk niets toe te voegen. Wat zul je dan nog? Kaiser getuigd van authentieke ervaring, en daar valt verder niet aan te tornen. Zodra men die authenticiteit bij hem herkend, valt er weinig meer te argumenteren. Kaiser deelt met ons de weerslag van een fenomenaal proces van integratie dat hij zelf mocht doorleven, en waarin hij de symboliek van vele tradities die hij in zijn leven bestuudeerd had begon te begrijpen op een nieuwe wijze waardoor de inhoud bespreekbaar wordt. Zijn gave voor de taal is onmiskenbaar, echter zijn stijl lijkt bijna 19e eeuws, en zijn eruditie in de geesteswetenschappen, taalwetenschap, en pscychologie kan door weinigen geëvenaard worden, maar zijn eigen innerlijke ervaring is steeds het doorslaggevende element, dat zijn werk verheft boven het niveau van de veelvoorkomende would-be spirituele speculaties die allemaal in mentale voorstellingen verzanden, terwijl wat Kaiser zegt onvermijdelijk in innerlijke ervaring gegrondvest is, en in die zin onaantastbaar.
Kaiser is zeker een schrijver waar je even "in" moet komen, en afhankelijk van wanneer je daar mee begint, zou je dat een aardige tijd kunnen kosten. Mijn ervaring is recentelijk dat mensen die de Cursus bestudeerd hebben zijn benadering vrij snel begrijpen, en velen die ik ken vinden, net als ik, zijn materiaal uiterst behulpzaam. Deze bundel bevat een collectie van 23 essays alsook meer dan 20 bladzijden van woordverklaringen, en tezamen is het een overzicht van alles van de chakras, tot de symbloliek van vele oud-testamentische verhalen, alsook vele mythische tradities uit de Christelijke cultuur, zoals de Rozekruisers, en astreologische tradities en vele mythen. Zeer de moeite waard zijn ook zijn besprekingen van Engelen ervaringen, iets wat door velen zeer misduid wordt, maar wat in feite behelst het aanvaarden van aspecten van onze relatie tot God, die waarlijk zeer intensief kunnen zijn, en de karakterisatie als "Engelen" is nuttig in het herkennen van variaties van die ervaringen. En zoals overal, naarmate men zich erin verdiept, wordt het steeds weer en steeds meer duidelijk dat hij niet alleen een doordringend inzicht heeft, en een intellectuele rijkwijdte die uiterst zeldzaam is, maar dat werkelijk alles hierin doorspekt is van een diepe integratie die uit ervaring van de eerste hand geboren is, en die het hele boek een kwaliteit geeft van totale onomstotelijke integriteit en waarheid.
Zo is het dan inderdaad heel merkbaar dat Kaiser zelf bij het doorvorsen en integreren van al deze beeldentaal die hem zo behulpzaam is geweest in zijn eigen spirituele gang, dat hij inderdaad zijn voetstappen zo welbewust nam, dat hij uiterst herkenbare beschrijvingen achterlaat die het materiaal steeds weer tot leven roepen voor hen die Kaiser op het zelfde pad volgen.
In de astrologie vindt Kaiser een wijze van wereld beschouwing die een parallel biedt voor de moderne opvattingen omtrent de holografische aard van onze werkelijkheid, en de kosmische structuur is voor hem het prisma waarin het witte licht van de eeuwigheid uiteenvalt in het veelkleurig licht van onze ervaringen op aarde. En ook hier is het duidelijk dat dit bij hem geen intellectueel tijdverdrijf is, maar een diep doorvoelde werkelijkheid, die hij beter doorzag dan de meest briljante astrologen die ik ooit mocht ontmoeten, en dat waren er nog wel een paar. Zijn bespreking van deze symboliek maakt het zeer toegankelijk en opent de deur om schouwend in eigen leven deze archetypische trekken en oerthema's met meer en meer helderheid te herkennen.
Deze bundel is een uitstekende introductie in Kaiser's schrijfstijl, en geeft een goed inzicht in zijn reikwijdte. Zijn eruditie in het opzicht van vele spirituele tradities en de taal van mythen en symbolen is extraordinair. Hoewel hij ons ontzien heeft middels zijn woordverklaring aan het einde blijft het toch zo, dat hij vaak op dingen zinspeelt, die hij maar aanneemt dat de lezer kent, en die de algemene literaire voetganger van vandaag de dag zouden kunnen ontgaan. Naar verhoop zal ik via deze site daar op den duur wat steun bij kunnen bieden. Eén aspect dat wel opheldering behoeft is zijn gebruik van de term Logion. Bij Kaiser is dit woord altijd gebruikt om aan te duiden dat het dan volgende materiaal als een doorgeving via Juffrouw Hofmans (meestal) kwam of in één geval dat mij bekend is via Frits Willem Bonk. Kortom Kaiser beschouwde dus dat de doorgevingen van MH van Jezus kwamen, net zoals bij Helen. De ervaring van MH was niet al te verschillend van Helen, zij moest dan gewoon "even luisteren," om de Stem weer op te vangen, en gaf dan door wat er gezegd werd. Enkele van de artikelen zijn dus de weerslag van een zeer nauwe samenwerking tussen JWK en MH.

Ter voorbereiding - Cyrano De Bergerac

In verband met het materiaal over drama tot zover is het mogelijkerwijs interessant de stand van zaken met Cyrano de Bergerac eens te bekijken. Het werd voor het eerst opgevoerd in Parijs aan het Théâtre de la Porte Saint-Martin. In 1909 speelde Sarah Bernhardt Roxane , en zij was een grote fan van Rostand nadat zij eerst in La Samaritaine de hoofdrol gespeeld had. In 1909 speelt zij ook nog eens Cyrano. De film met Gérard Dupardieu uit 1998 deed het ook aardig.

Introduction to the Study and Interpretation of Drama

Gezien dit boek, dat in 1929 bij Swets & Zeitlinger het licht zag, naar mijn beste weten Kaiser's eersteling was, en hij er op de valreep, net voor zijn dood toch nog even naar verwees middels een voetnoot in zijn bundel Levensopgang, in het gelijknamige essay, leefde er bij hem dus toch een duidelijk bewustzijn dat het een integraal deel van zijn werk is, en we kunnen alleen maar hopen dat het ooit weer ter beschikking zal komen. Zelf heb ik twintig jaar lang een ietwat moeizame samenwerking gehad met de stichting die zijn auteursrecht beheert, met het doel hem in het Engels uit te geven, en in dat verband was ik begonnen dit materiaal samen met een medewerktster persklaar te maken, echter vooralsnog lijkt mijn samenwerking met die stichting op niets uit te lopen, en het blijft dus een onzekere zaak of het ooit nog gepubliceerd zou worden.

Om die reden wil ik bij deze wat verder ingaan op dit materiaal. Tegelijk wil ik opmerken dat Kaiser natuurlijk van een andere tijd is dan ikzelf, en onder andere zeker Een cursus in wonderen pas 15 jaar na zijn dood zou verschijnen, hoewel de dictatie dus 5 jaar na zijn overlijden bij Helen Schucman begon. Ik voel duidelijk dat Kaiser een inleider was, voor mij dé inleider in de leer van Jezus, op zodanige wijze dat ik voelde dat ik door het onderscheid dat hij mij bijbracht, met aanzienlijke helderheid ook de echtheid van de Cursus vrij snel kon aanvoelen. De glasheldere metafysica van de Cursus was niet zijn eigen, en ook het holografische model van onze zintuigelijke werkelijkheid, dat door de kwantum fysica gesuggereerd wordt, was in zijn tijd nog niet zozeer in omloop. Echter hoewel hij van tijd tot tijd enigszins dualistisch kan overkomen is het toch duidelijk dat er in zijn werk een basis van non-dualisme ligt, dat met de Cursus vergelijkt kon worden, en op vele wijzen sluiten zijn zienswijzen en zegswijzen aan op het materiaal van de Cursus, en vaak vind ik zijn verwoordingen zelfs vandaag de dag nog uiterst behulpzaam. En wat mij betreft voel ik dat in mijn leven vanaf ca. mijn 15e tot mijn 40e Kaiser de belangrijkste leidraad was, en daarna werd de Cursus de "vorm" van mijn spirituele pad, maar inhoudelijk was het dus geheel hetzelfde als voor Kaiser namelijk het aangaan van een levende relatie met de leraar aller leraren - met vallen en opstaan.

De grondslagen voor veel van Kaiser's denken zijn te vinden in het onderhavige werk dat ik verder tot Drama zal afkorten. Dingen die bij Kaiser heel duidelijk zijn en die ook terstond bij de Cursus student bekend zullen klinken zijn b.v. de noties van een substituut werkelijkheid van het ego, en ook het principe van projectie. Wij zien wat wij willen zien, en niet de werkelijkheid. Dit sluit aan bij diverse passages uit de Cursus, zoals o.a.:

Dromen zijn de woede uitbarstingen van de waarneming, waarin je letterlijk schreeuwt: "Ik wil het zó!" En zo lijkt het dan te gaan. En toch kan de droom niet aan zijn oorsprong ontkomen. Woede en angst doordringen hem, en in een oogwenk wordt de illusie van bevrediging door de illusie van doodsangst uitgehold. Want de droom dat jij in staat bent de werkelijkheid te beheersen door die te vervangen door een wereld die jij verkiest, is angstaanjagend. Jouw pogingen de werkelijkheid uit te wissen zijn erg beangstigend, maar dit ben jij niet bereid te accepteren. En dus vervang je dit door de fantasie dat de werkelijkheid angstaanjagend is en niet wat jij haar aan wilt doen. En zo wordt schuld tot werkelijkheid gemaakt. (ECIW:T18.II.4)

In de inleiding op Drama bespreekt Kaiser hoe alle karakters in een drama een projectie zijn van de psyche van de toneelschrijver. En, geheel in de sfeer van de "woede uitbarstingen" van het ego zoals Jezus die in de Cursus beschrijft zegt hij dan: "Born of a feeling of inferiority and the desire to prevail, the dramatist aims at a proof of the appropriateness of his individual style of life." Dat is dus de wijze waarop Kaiser het doel van de dramaturg(ego!) onder woorden brengt, het gaat om zelfbevestiging van wat met een echt Kaiseriaans woord, het kromzicht van de persoon zou zijn, geheel in dezelfde zin als Jezus het in de Cursus uitlegt - een woede uitbarsting, "Ik wil het zó!" Kortom ik heb gelijk, en Jezus heeft ongelijk, precies in de zin van Jezus' rhethorische vraag in de Cursus: "Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?"(ECIW:T29.VII.1:9) En later voegt hij er nog aan toe: ... "The heroes of all dramas are ever so many reincarnations of the authors who conceived them." Dus hierin is weer terstond duidelijk dat dit inferioriteitsgevoel het directe gevolg is van de identificatie met een specifieke rol, een vals zelf.

Als we dan nu even kijken naar de algemene beschrijving van de structuur van het drama zoals Kaiser die weergeeft, dan wil ik ook nog even een zinnetje in herinnering brengen van Ken Wapnick, over wat het ego (onze innerlijke dramaturg) en zijn wereld zijn: "Een maladaptieve oplossing voor een probleem dat niet bestaat." En zo begint dus Kaiser's uitleg met het idee dat de opening van het drama bestaat uit zelfrechtvaardiging van de auteur, c.q. de held van het verhaal, en het poneren van het centrale probleem dat daaruit direct voortvloeid. Of om het in Cursus termen te parafraseren, het gevoel van gebrek waar voor het ego ons een nooit eindigende reeks 'oplossingen' aanbiedt is opzich het directe gevolg van het serieus nemen van de ego gedachte, de gedachte van de afscheiding. En de manifeste inhoud van het verhaal verloopt dus in stijgende lijn van die Expositie tot aan de conclusie, die altijd het succes, de zelf-bevestiging van de held behelst.

Vervolgens ontwikkelt zich in de tweede akte een probleem stelling die het directe gevolg is van de keuzen van de held, en er verschijnt contrapunctief een antagonist of moeilijke omstandigheden die onze held ten nadele zijn, maar hem natuurlijk de kans geeft om later te triomferen. De derde akte is de crisis, het diepte punt voor onze held, en het hoogtepunt voor de antagonist of de tegenspoed die hij dan ervaart... waarin een keuze mogelijkheid ontwikkeld wordt, die in de vierde akte, of vallende actie, doorgevoerd wordt, en waarin dus de beproeving maximaal is, leidende tot de conclusie in de vijfde akte, waar het succes van onze held dan zichtbaar wordt, en zijn zijnswijze, levensstijl triomfaal bevestigd wordt. Kaiser wijst er hierbij op, dat net als in dromen er een manifest en een latent verhaal zijn, een bewuste en een onderbewuste lijn. De eerste is het letterlijke verhaal, en het tweede is het symbolische verhaal dat eronder zit. Veel van deze ideeën waren natuurlijk zeker als sinds Freud duidelijk aan het worden. Over het algemeen lijkt Kaiser echter meer gecharmeerd van Adler dan Freud, in tegenstelling tot Jezus die het in de Cursus nogal met Freud op heeft, hoewel er zeker ook themas van Adler in doorklinken.

Het thema van de gevreesde inferioriteit van onze held, waar Kaiser over spreekt als een probleem dat in de triomf van het drama teboven gekomen moet worden, is natuurlijk het univesele ego probleem, dat ook vanuit de Cursus uiterst herkenbaar is. Kortom, de structuur van het drama zoals hij die poneert, is natuurlijk de structuur van alle dromen en alle drama's, en alle briljante ego oplossingen die wij steeds maar verzinnen om situaties op te lossen die eigenlijk juist alleen maar voortvloeien uit onze verkeerde keuze voor het ego, te denken dat wij zijn wie we niet zijn, wat de cursus noemt de held van de droom (ECIW:T27.VIII), die dus ook de held van het drama is, en wiens inferioriteits complex juist uit die identificatie voortvloeit. En zoals wij met de Cursus juist begrijpen kunnen het doel van het ego is dus precies dat wij ons identificeren met die rol, terwijl het ontwaken betekent ons weer bewust te worden dat wij de dromer van de droom zijn. (ECIW:T27.VII).

Dat Kaiser dit alles geheel doorziet, ook al gebruikt hij andere terminologie wordt in het bijzonder ook duidelijk in zijn latere behandeling van het Marcus evangelie, dat hij volledig als een droom/drama behandelt en in zijn boek Beleving van het Evangelie dus de latente inhoud zoekt te duiden. Dat boek is door velen misverstaan, maar in de context van Kaiser's aanzienlijke duidelijkheid over projectie en de structure van het "drama" hier in zijn eerste boek, wordt de bedoeling van zijn behandeling van het Markus materiaal aldaar volkomen helder.

Ter aanvulling, haal ik graag even de relevante cursus passage aan, waarbij ik dus wel bewust de woorden droom en drama in elkaar laat vloeien, en ook op merk dat in diezelfde zin het "lichaam" en "de held van de droom," (of het drama) een en hetzelfde zijn:

Het lichaam is de centrale figuur in het dromen van de wereld. Het ontbreekt in geen enkele droom, en evenmin bestaat het zonder de droom waarin het optreedt, en evenmin bestaat het zonde de droom waarin het optreedt alsof het een persoon was die kan worden gezien en geloofd. Het neemt een centrale plaats in in iedere droom die het verhaal vertelt hoe het door andere lichamen werd gemaakt en in een wereld buiten het lichaam werd geboren, daar een tijdje leeft en sterft, teneinde in het stof te worden verenigd met andere lichamen die sterven zoals hij. In de korte tijd die het is vergund te leven, zoekt het naar andere lichamen als zijn vriend of vijand. Zijn veiligheid is zijn voornaamste zorg. Zijn welbehagen is zijn richtlijn. Het probeert genoegens na te jagen en die dingen te vermijden die hem pijn kunnen doen. En bovenal probeert het zichzelf bij te brengen dat zijn pijnen en genoegens van elkaar verschillen en onderscheiden kunnen worden. (ECIW:T27.VIII) [NB, Merendeels haal ik de Nederlandse vertaling aan, maar ik vertaal in de eerste regel welbewust "the dreaming of the world" als "het dromen van de wereld," het gaat over de activiteit van het dromen, niet over het voorwerp, de droom.]

Nog als een laastste opmerking terzijde, wordt het dus uit Kaiser's analyse van de structuur van het drama ook reeds duidelijk dat de dramaturg (en alweer wij zijn alle de dramaturg van ons eigen leven, ook al gaat dat buiten ons dagbewustzijn om), dus ook vriend en vijand kiest, omdat het doel van deze "woede uitbarsting" dus juist is om eens en vooral aan te tonen dat het ego gelijk heeft (ik besta, het nietig klein idee is een heel belangrijk en groots idee), en Jezus (c.q. de Heilige Geest) het bij het verkeerde eind hebben (er is niets gebeurd, en we kunnen het samen weglachen). Het pad van de Cursus behelst dus, net als Freud aangaf als doel voor de psychoanalyse, het bewust maken van het onbewuste, of zoals het Thomas evangelie (Logion 18) zegt, terugkeer tot het punt van oorsprong, het beslissingspunt, zodat wij de andere keuze kunnen maken. Dat is de metanoia waar Jezus het over had. Van gedachten (denksysteem) veranderen, de keuze maken voor de Heilige Geest in plaats van voor het ego, en dus die "held" niet langer serieus te nemen.

N.B. Bovenstaande betreft de inleiding, Kaiser bespreekt vervolgens zowel Edmond Rostand's Cyrano de Bergerac, dat oorspronkelijk een super hit was met Sarah Bernhard, alsook Shakespeare's The Merchant of Venice. Ik zal later op dit blog daar nog op terugkomen, maar vooreerst is dit voorlopig vol doende om althans Kaiser's denken meer inzichtelijk te maken.