29 mei 2009

Genezen, helen en nog meer

Een van de meest opmerkelijke aspecten van Kaiser's werk, en er zijn er vele, is zijn woordgebruik, en zijn diep luisteren en verstaan naar de inzichten die in de taal structuur verborgen liggen, en waar wij meestentijds maar klakkeloos overheen lezen.

Kaiser bespreekt de notie van genezing op vele plaatsen, maar een van de centrale exploraties van dit thema is waarschijnlijk wel het essay "Raphael, (van de genezing)", in de bundel De mysterien van Jezus in ons leven. Impliciet moet ondertussen wel duidelijk zijn, dat Kaiser's notie van Jezus niet is een dode joodse spirituele leraar van 2000 jaar geleden, maar een levende tegenwoordigheid in ons leven, waar het aan ons is om die relatie actief aan te gaan.  "Engelen" ziet Kaiser als vormen voor onze ervaring van God, simpelweg omdat God in zijn volheid nooit ervaarbaar is, vanuit ons beperkte gestel, omdat wij in de volheid van die ervaring er eenvoudigweg in op zouden gaan, en als Job, "niet meer gezien" worden. De Cursus stelt ook duidelijk dat de ervaring van openbaring nooit op lange termijn verdragen kan worden zonder het lichaam op te geven.

Kaiser gebruikt niet de terminologie van keuzemaker, die trouwens als zodanig in de Cursus ook nauwelijks voorkomt (zie H5.II.1:7), maar dit hele artikel gaat over het bewust worden van de keuze die wij hebben te maken tussen wij zijn in eeuwigheid als God's Zoon, en "de draak" in de beeldentaal die hij in dit geval merendeels aan openbaring ontleent, en die natuurlijk de gedachte van de afscheiding, het ego, voorstelt, en ons kleine, tijdruimtelijke ik, die muis die brult tegen het universum, en naar God zijn neus ophaalt, omdat we denken dat we het beter kunnen. Hij is ook zeer duidelijk dat naar gelang wij vorderen, het er om gaat steeds duidelijker te zien wat de keuze voor het ego (de "draak") inhoudt, omdat juist door die helderheid de andere keuze steeds makkelijker wordt.

Waar dus het woord genezen afstamd van het Griekse "nostos" (thuisreis) en het woord helen van the Griekse "holon" heel, of geheel, is het duidelijk dat het hier gaat om het terugkeren tot de oorsprong van wie wij in werkelijkheid zijn. Dat is de essentie van het proces. Zoals Kaiser beschrijft is dit het verschil tussen "Hebben" en "Zijn" waarbij hij observeert dat per definitie het Zijn ten allen tijde het Hebben voorafgaat, en dus primair is. En deze gehele behandeling maakt dus weer expliciet duidelijk waarom ons kleine, sterfelijke valse ik, de held van onze droom (ECIW, T27.VIII) altijd vanuit schaarste opereert omdat het gebaseerd denkt te zijn op de ontkenning van wat wij in werkelijkheid zijn, en dan dus met "Hebben" ons diepgaand schaarste gevoel trachten te compenseren. Dat is het verzamelen van speelgoed, alsof werkelijk de geen met het meeste speelgoed "wint." Het enige antwoord is natuurlijk de terugkeer tot wat wij Zijn, pure geest, en de Zoon van God. Het is in de verwerkelijking van dat Zoonschap dat Jezus ons voorging, en daarom is het ook zo belangrijk om te begrijpen zoals hij in ECIW zo duidelijk zegt:


Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is. (ECIW:T1.II.3:7-13)

Het zal ons dus al gauw duidelijk worden, dat de leer van Jezus steeds dezelfde is en blijft, of je het nu als Kaiser uit de symbolentaal en parabelen van de traditionele literatuur verstaat, of via de Cursus. Het enige waar het om blijft gaan is het zelf aangaan van de relatie met die Innerlijke Leraar, dat vonkje dat wél weet wie wij zijn. En zodra wij dat herkennen, of (in de mythologische taal waar Kaiser aan refereert) dat kindje in ons geboren wordt, wordt het ook beschermd. De rest van zijn artikel heeft verrassende parallellen met de sectie over de ontwikkeling van het vertrouwen in de Cursus.

1 opmerking:

  1. ‘Als God zelf in ons mechanistische streven met zijn problemen en zijn stadia van vastgelopenheid verschijnt, om al het zelfgereide dolen te herleiden tot het aan-Zijn-Hand-Gaan, dan treedt ons midden op ‘de markt’ des levens in de tijd, een Vreemde tegemoet, die op reeds gestelde vraag om “vergezelling” zich aanbiedt als De Reisgezel.’ (JWK)

    ‘Maar wanneer hij klaar is om verder te gaan, gaan er machtige metgezellen met hem mee. Nu rust hij een tijdje en verzamelt ze voor hij verdergaat om zich heen. Van hier af zal hij niet alleen verdergaan’ (ECIW H4.I.A.6:11)

    Zoals Engelen, Heilige Geest, Jezus allemaal symbool staan voor de gedachte die we samen met God denken die ons vergezellen, zo wordt in de Cursus het symbolisch aan-Zijn-Hand-Gaan uitgedrukt als ‘Jesus’s hand pakken en samen met Hem oplopen gedurende de reis.’

    Op die manier is hij een machtige “vergezelling” als De Reisgezel, als symbool voor al onze ervaringen als we werkelijk het ego loslaten’. Een machtige reminder als we weer eens verleid worden tot het vasthouden aan grieven, oordelen. Als we dan terugdenken aan deze “machtige metgezellen” kunnen we ons gesteund wetend weer verder op onze reis, de Reis naar de Hemel, naar Huis..

    BeantwoordenVerwijderen