07 mei 2009

Introduction to the Study and Interpretation of Drama

Gezien dit boek, dat in 1929 bij Swets & Zeitlinger het licht zag, naar mijn beste weten Kaiser's eersteling was, en hij er op de valreep, net voor zijn dood toch nog even naar verwees middels een voetnoot in zijn bundel Levensopgang, in het gelijknamige essay, leefde er bij hem dus toch een duidelijk bewustzijn dat het een integraal deel van zijn werk is, en we kunnen alleen maar hopen dat het ooit weer ter beschikking zal komen. Zelf heb ik twintig jaar lang een ietwat moeizame samenwerking gehad met de stichting die zijn auteursrecht beheert, met het doel hem in het Engels uit te geven, en in dat verband was ik begonnen dit materiaal samen met een medewerktster persklaar te maken, echter vooralsnog lijkt mijn samenwerking met die stichting op niets uit te lopen, en het blijft dus een onzekere zaak of het ooit nog gepubliceerd zou worden.

Om die reden wil ik bij deze wat verder ingaan op dit materiaal. Tegelijk wil ik opmerken dat Kaiser natuurlijk van een andere tijd is dan ikzelf, en onder andere zeker Een cursus in wonderen pas 15 jaar na zijn dood zou verschijnen, hoewel de dictatie dus 5 jaar na zijn overlijden bij Helen Schucman begon. Ik voel duidelijk dat Kaiser een inleider was, voor mij dé inleider in de leer van Jezus, op zodanige wijze dat ik voelde dat ik door het onderscheid dat hij mij bijbracht, met aanzienlijke helderheid ook de echtheid van de Cursus vrij snel kon aanvoelen. De glasheldere metafysica van de Cursus was niet zijn eigen, en ook het holografische model van onze zintuigelijke werkelijkheid, dat door de kwantum fysica gesuggereerd wordt, was in zijn tijd nog niet zozeer in omloop. Echter hoewel hij van tijd tot tijd enigszins dualistisch kan overkomen is het toch duidelijk dat er in zijn werk een basis van non-dualisme ligt, dat met de Cursus vergelijkt kon worden, en op vele wijzen sluiten zijn zienswijzen en zegswijzen aan op het materiaal van de Cursus, en vaak vind ik zijn verwoordingen zelfs vandaag de dag nog uiterst behulpzaam. En wat mij betreft voel ik dat in mijn leven vanaf ca. mijn 15e tot mijn 40e Kaiser de belangrijkste leidraad was, en daarna werd de Cursus de "vorm" van mijn spirituele pad, maar inhoudelijk was het dus geheel hetzelfde als voor Kaiser namelijk het aangaan van een levende relatie met de leraar aller leraren - met vallen en opstaan.

De grondslagen voor veel van Kaiser's denken zijn te vinden in het onderhavige werk dat ik verder tot Drama zal afkorten. Dingen die bij Kaiser heel duidelijk zijn en die ook terstond bij de Cursus student bekend zullen klinken zijn b.v. de noties van een substituut werkelijkheid van het ego, en ook het principe van projectie. Wij zien wat wij willen zien, en niet de werkelijkheid. Dit sluit aan bij diverse passages uit de Cursus, zoals o.a.:

Dromen zijn de woede uitbarstingen van de waarneming, waarin je letterlijk schreeuwt: "Ik wil het zó!" En zo lijkt het dan te gaan. En toch kan de droom niet aan zijn oorsprong ontkomen. Woede en angst doordringen hem, en in een oogwenk wordt de illusie van bevrediging door de illusie van doodsangst uitgehold. Want de droom dat jij in staat bent de werkelijkheid te beheersen door die te vervangen door een wereld die jij verkiest, is angstaanjagend. Jouw pogingen de werkelijkheid uit te wissen zijn erg beangstigend, maar dit ben jij niet bereid te accepteren. En dus vervang je dit door de fantasie dat de werkelijkheid angstaanjagend is en niet wat jij haar aan wilt doen. En zo wordt schuld tot werkelijkheid gemaakt. (ECIW:T18.II.4)

In de inleiding op Drama bespreekt Kaiser hoe alle karakters in een drama een projectie zijn van de psyche van de toneelschrijver. En, geheel in de sfeer van de "woede uitbarstingen" van het ego zoals Jezus die in de Cursus beschrijft zegt hij dan: "Born of a feeling of inferiority and the desire to prevail, the dramatist aims at a proof of the appropriateness of his individual style of life." Dat is dus de wijze waarop Kaiser het doel van de dramaturg(ego!) onder woorden brengt, het gaat om zelfbevestiging van wat met een echt Kaiseriaans woord, het kromzicht van de persoon zou zijn, geheel in dezelfde zin als Jezus het in de Cursus uitlegt - een woede uitbarsting, "Ik wil het zó!" Kortom ik heb gelijk, en Jezus heeft ongelijk, precies in de zin van Jezus' rhethorische vraag in de Cursus: "Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?"(ECIW:T29.VII.1:9) En later voegt hij er nog aan toe: ... "The heroes of all dramas are ever so many reincarnations of the authors who conceived them." Dus hierin is weer terstond duidelijk dat dit inferioriteitsgevoel het directe gevolg is van de identificatie met een specifieke rol, een vals zelf.

Als we dan nu even kijken naar de algemene beschrijving van de structuur van het drama zoals Kaiser die weergeeft, dan wil ik ook nog even een zinnetje in herinnering brengen van Ken Wapnick, over wat het ego (onze innerlijke dramaturg) en zijn wereld zijn: "Een maladaptieve oplossing voor een probleem dat niet bestaat." En zo begint dus Kaiser's uitleg met het idee dat de opening van het drama bestaat uit zelfrechtvaardiging van de auteur, c.q. de held van het verhaal, en het poneren van het centrale probleem dat daaruit direct voortvloeid. Of om het in Cursus termen te parafraseren, het gevoel van gebrek waar voor het ego ons een nooit eindigende reeks 'oplossingen' aanbiedt is opzich het directe gevolg van het serieus nemen van de ego gedachte, de gedachte van de afscheiding. En de manifeste inhoud van het verhaal verloopt dus in stijgende lijn van die Expositie tot aan de conclusie, die altijd het succes, de zelf-bevestiging van de held behelst.

Vervolgens ontwikkelt zich in de tweede akte een probleem stelling die het directe gevolg is van de keuzen van de held, en er verschijnt contrapunctief een antagonist of moeilijke omstandigheden die onze held ten nadele zijn, maar hem natuurlijk de kans geeft om later te triomferen. De derde akte is de crisis, het diepte punt voor onze held, en het hoogtepunt voor de antagonist of de tegenspoed die hij dan ervaart... waarin een keuze mogelijkheid ontwikkeld wordt, die in de vierde akte, of vallende actie, doorgevoerd wordt, en waarin dus de beproeving maximaal is, leidende tot de conclusie in de vijfde akte, waar het succes van onze held dan zichtbaar wordt, en zijn zijnswijze, levensstijl triomfaal bevestigd wordt. Kaiser wijst er hierbij op, dat net als in dromen er een manifest en een latent verhaal zijn, een bewuste en een onderbewuste lijn. De eerste is het letterlijke verhaal, en het tweede is het symbolische verhaal dat eronder zit. Veel van deze ideeën waren natuurlijk zeker als sinds Freud duidelijk aan het worden. Over het algemeen lijkt Kaiser echter meer gecharmeerd van Adler dan Freud, in tegenstelling tot Jezus die het in de Cursus nogal met Freud op heeft, hoewel er zeker ook themas van Adler in doorklinken.

Het thema van de gevreesde inferioriteit van onze held, waar Kaiser over spreekt als een probleem dat in de triomf van het drama teboven gekomen moet worden, is natuurlijk het univesele ego probleem, dat ook vanuit de Cursus uiterst herkenbaar is. Kortom, de structuur van het drama zoals hij die poneert, is natuurlijk de structuur van alle dromen en alle drama's, en alle briljante ego oplossingen die wij steeds maar verzinnen om situaties op te lossen die eigenlijk juist alleen maar voortvloeien uit onze verkeerde keuze voor het ego, te denken dat wij zijn wie we niet zijn, wat de cursus noemt de held van de droom (ECIW:T27.VIII), die dus ook de held van het drama is, en wiens inferioriteits complex juist uit die identificatie voortvloeit. En zoals wij met de Cursus juist begrijpen kunnen het doel van het ego is dus precies dat wij ons identificeren met die rol, terwijl het ontwaken betekent ons weer bewust te worden dat wij de dromer van de droom zijn. (ECIW:T27.VII).

Dat Kaiser dit alles geheel doorziet, ook al gebruikt hij andere terminologie wordt in het bijzonder ook duidelijk in zijn latere behandeling van het Marcus evangelie, dat hij volledig als een droom/drama behandelt en in zijn boek Beleving van het Evangelie dus de latente inhoud zoekt te duiden. Dat boek is door velen misverstaan, maar in de context van Kaiser's aanzienlijke duidelijkheid over projectie en de structure van het "drama" hier in zijn eerste boek, wordt de bedoeling van zijn behandeling van het Markus materiaal aldaar volkomen helder.

Ter aanvulling, haal ik graag even de relevante cursus passage aan, waarbij ik dus wel bewust de woorden droom en drama in elkaar laat vloeien, en ook op merk dat in diezelfde zin het "lichaam" en "de held van de droom," (of het drama) een en hetzelfde zijn:

Het lichaam is de centrale figuur in het dromen van de wereld. Het ontbreekt in geen enkele droom, en evenmin bestaat het zonder de droom waarin het optreedt, en evenmin bestaat het zonde de droom waarin het optreedt alsof het een persoon was die kan worden gezien en geloofd. Het neemt een centrale plaats in in iedere droom die het verhaal vertelt hoe het door andere lichamen werd gemaakt en in een wereld buiten het lichaam werd geboren, daar een tijdje leeft en sterft, teneinde in het stof te worden verenigd met andere lichamen die sterven zoals hij. In de korte tijd die het is vergund te leven, zoekt het naar andere lichamen als zijn vriend of vijand. Zijn veiligheid is zijn voornaamste zorg. Zijn welbehagen is zijn richtlijn. Het probeert genoegens na te jagen en die dingen te vermijden die hem pijn kunnen doen. En bovenal probeert het zichzelf bij te brengen dat zijn pijnen en genoegens van elkaar verschillen en onderscheiden kunnen worden. (ECIW:T27.VIII) [NB, Merendeels haal ik de Nederlandse vertaling aan, maar ik vertaal in de eerste regel welbewust "the dreaming of the world" als "het dromen van de wereld," het gaat over de activiteit van het dromen, niet over het voorwerp, de droom.]

Nog als een laastste opmerking terzijde, wordt het dus uit Kaiser's analyse van de structuur van het drama ook reeds duidelijk dat de dramaturg (en alweer wij zijn alle de dramaturg van ons eigen leven, ook al gaat dat buiten ons dagbewustzijn om), dus ook vriend en vijand kiest, omdat het doel van deze "woede uitbarsting" dus juist is om eens en vooral aan te tonen dat het ego gelijk heeft (ik besta, het nietig klein idee is een heel belangrijk en groots idee), en Jezus (c.q. de Heilige Geest) het bij het verkeerde eind hebben (er is niets gebeurd, en we kunnen het samen weglachen). Het pad van de Cursus behelst dus, net als Freud aangaf als doel voor de psychoanalyse, het bewust maken van het onbewuste, of zoals het Thomas evangelie (Logion 18) zegt, terugkeer tot het punt van oorsprong, het beslissingspunt, zodat wij de andere keuze kunnen maken. Dat is de metanoia waar Jezus het over had. Van gedachten (denksysteem) veranderen, de keuze maken voor de Heilige Geest in plaats van voor het ego, en dus die "held" niet langer serieus te nemen.

N.B. Bovenstaande betreft de inleiding, Kaiser bespreekt vervolgens zowel Edmond Rostand's Cyrano de Bergerac, dat oorspronkelijk een super hit was met Sarah Bernhard, alsook Shakespeare's The Merchant of Venice. Ik zal later op dit blog daar nog op terugkomen, maar vooreerst is dit voorlopig vol doende om althans Kaiser's denken meer inzichtelijk te maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen