Bijdragers

14 augustus 2010

De uitreis

Want dat betekent Exodus precies. Het is de uitreis uit de tijd, naar het leven in de eeuwigheid, en het begint altijd met een moment van kentering in ons leven, het moment van verwerping van de wegen van de wereld, niet als veroordeling van anderen of onszelf, maar als een innerlijk oppakken van onze eigen verantwoordelijkheid voor ons leven, en te besluiten dat er een andere weg moet wezen, want ergens in de diepte weten wij dat. Kaiser bespreekt dit thema diepgaand in twee essays in zijn bundel De mysteriën van Jezus in ons leven, hoofdstukken 6 en 7, Exodus der ziel, en Woestijngangers.

Kaiser zegt:
Want dìt betekent exodus of uittocht: dat wij als de Engel Gods voorbijgaat in de duisternis, aan onze zielewoning dragen het bewijs van inzicht in de eigen schuld en van de wil het offer der bevrijding te volbrengen. (JWK, MJL, 6. Exodus der ziel, p. 43)
Vandaag zou ik met kennis van Een cursus in wonderen, dus liever zeggen met inzicht in eigen verantwoordelijkheid, liever dan "schuld," en bedoeld in de zin van:
   Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van de vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve als jij naliet in te zien dat het jouw droom is. (ECIW:T27.10) 
Oplettende lezertjes zullen dus direct zien dat het Exodus verhaal, zeker in Kaiser's behandeling ervan, ons hier hetzelfde aanzegt als deze passage in de Cursus, want de engel des doods zal ons inderdaad voorbijgaan als wij ons bekennen tot de weg uit de droom, en niet terugkeren naar Egypte (de ego-wereld, de droom). Kaiser's "wil om het offer der bevrijding te volbrengen" is dus wat de Cursus  "een klein beetje bereidwilligheid," noemt.

Verder verschuift het beeld in de verwoordingen in de Cursus nog wel iets verder, omdat er meer nadruk wordt gelegd op het feit dat wij "niets" offeren voor alles, en dat er dus in werkelijkheid geen offer is, behalve dan dat ons ego dit pijnlijk doet voorkomen, omdat het ego nog steeds gebaseerd is op de noodzaak dat wij "niets" kiezen ipv alles. Het is dus niet zo dat de Cursus het offer of ons lijden bagatelliseert, maar dat hij het van de andere kant, vanuit zijn "het is volbracht" bekijkt, en ziet dat er geen offer was, omdat de werkelijkheid nooit veranderd was door onze illusies, net zoals alles wat wij droomden nooit gebeurde. In die zin legt de cursus er dus de nadruk op dat wij ons letterlijk druk maken om niets. En meer dan ooit is bij onze uittocht uit de wereld van de tijd naar het Koninkrijk dat niet van deze wereld is het oude gezegde van toepassing:  "Daarom lijdt de mens het meest door het lijden dat hij vreest."

Of, om er nog eens een ander beeld aan te verbinden, in de klassieke afbeeldingen van de Buddha in zijn meditatie onder de Bodhi-boom, zien wij dus zijn lege zetel, die door de demonen aangevallen wordt, want Buddha is inmiddels onkwetsbaar en ziet die aanval niet. Zo wordt het Oud Testamentische beeld van de engel des doods die ons voorbijgaat dus steeds zinvoller, en de keuze voor een andere weg, anders dan de wereld en het ego, maakt ons dus onkwetsbaar in die zin, omdat met het aanvaarden van de verzoening, wij ons bekenen tot de onschuld van weten dat wij nog steeds zijn zoals God ons geschapen heeft, in tegenstelling tot het ego wat ons maar wil doen geloven dat wij doodschuldige zondaars zijn, die niet zijn zoals God ons geschapen heeft, maar zoals de keuze voor het ego ons gemaakt heeft.

In het 6e essay in deze bundel maakt Kaiser volledig duidelijk dat de belevingswereld van het ego, waarin ons individuele zelf de hoofdrol speelt, een droomwereld is, die alleen rust op het schijnbare feit dat wij "de hoge wake" van te zijn zoals God ons schiep niet verdroegen, en vervielen in een diepe slaap waarin wij ons in de droom-beleving vonden die wij voor "ons leven" verslijten. Dit is het Genesis verhaal van Adam die in slaap valt, waaraan de Cursus ook refereert op geheel vergelijkbare wijze, wanneer hij in T2.I.3-4 er op wijst dat Adam in het Bijbel verhaal wel in slaap viel, maar dat er nergens aan zijn ontwaken gerefereerd wordt. Hier ligt dus de basis van wat de Cursus het nietig klein idee noemt dat wij onafhankelijk, buiten God zouden kunnen bestaan. Ergens weten wij dat het verhaal niet klopt, en Kaiser beschrijft dit besef heel aangrijpend als volgt:
Zoals een schrander kind in slaap somtijds beseft: "dit alles is een droom; het is de waarheid van het waken niet". En dan niet meer kan lijden door die droomgestalten die benauwden en bedrukten, zo kàn een mens, die tot het inzicht komt, dat ook ons waakbewustzijn nièt bewustheid van de goddelijke waarheid is, maar de dramatisering onzer argeloos verkochte en geslaafde zielen, niet meer ten volle lijden door het treurspel dat hij hier beleeft. (JWK:MJL, H6, p. 42)
Ook dit heeft een perfecte parallel in de Cursus, in T10.1:
Je ben thuis in God en droomt van ballingschap, maar je bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid. Is het jouw beslissing dat te doen? Je weet uit eigen ervaring dat je tijdens je slaap denkt dat wat je in je dromen ziet werkelijkheid is. Maar op het moment dat je ontwaakt besef je dat alles wat in de droom leek te gebeuren, helemaal niet is gebeurd. Je vindt dat niet vreemd, ook al werden terwijl je sliep alle wetten van datgene waartoe je ontwaakt geschonden. Kan het niet zo zijn dat je slechts van de ene in de andere droom bent overgegaan, zonder werkelijk te ontwaken? 
En om het nog eens even wat verder aan te dikken, nu over het ontwaken van de Zoon van God:
Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. (ECIW:T27.VIII.6:1)
Kortom Adam (of zoals Kaiser het spelt, om het Hebreeuws beter weer te geven, Adaam), kan dus alsnog de keuze maken om uit zijn slaap en de droomwereld die ermee gepaard gaat te ontwaken. Met het ontwaken wordt het dus duidelijk dat de hele droom en al ons vermeende lijden letterlijk niets is, de stromen bloed waren slechts rode verf, als in een slechte film.

Deze inzichten zijn zeer helder, echter ze intellectueel te begrijpen, is slechts een begin, en geen einde - zoals dat ook gezegd wordt aan het einde van de Cursus. Het verschil van acht en dertig jaren lijden onder onze eigen weerstand, ons gevecht met onszelf, dat pas goed begint nadat wij ons bekennen tot de uittocht uit Egypte, is wat Kaiser noemt de 38 "extra" jaren in de woestijn, waarin al onze weerstanden naar boven komen en genezen moeten worden, tot wij uiteindelijk geheel vernieuwd het beloofde land binnengaan, à la Deuteronomium 2:14, zoals Kaiser dat aanhaalt aan het einde van zijn essay Woestijngangers, waarbij hij dan ook de achtendertig jaar aanhaalt van de zieke te Bethesda in Joh. 5:5. Als wij het dus gewoon intellectueel konden begrijpen, en gewoon op de kaart kijken en door de woestijn marcheren dan zou het ons maar een jaar of twee kosten, maar onze eigen koppigheid moet dus geheel overwonnen worden en achtergelaten, en dat kost ons symbolisch veertig jaar.

Dit inzicht sluit geheel aan op het idee in de Cursus dat het bekend raken met het gedachtegoed slechts het begin is van het ervaringsgewijs leren, waaraan wij de rest van ons leven zullen wijden. Want het zal ons de rest van ons "ego"- leven kosten, dat is immers het afsterven van die krijgslieden in de woestijn. De langste weg, is de weg van het hoofd naar het hart. En dat is de essentie van het proces van de verlossing, of je dat nu bespreekt in de context van Exodus, of het leven van Jezus, of het leren van de Cursus. De korte weg om de Cursus te doen, is om hem werkelijk in de praktijk te brengen, en het onder ogen zien van onze eigen weerstand (en onszelf daarvoor vergeven), is een deel van het proces. Dat deze kennis altijd onder de mensen is en blijft, maakt Kaiser's lezing van Exodus ook ten enen male duidelijk. Het ego wurmt er altijd weer onderuit, door alles letterlijk te nemen dat symbolisch bedoelt werd, want de Meester aller Meesters onderwijst alléén in parabelen, maar aan wie tot hem komen verklaart hij alles. Zo was het toen, en zo is het nog.

Rogier F. van Vlissingen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten