05 september 2009

De enige keuze

De Cursus herinnert mij er steeds aan dat er maar één keuze te maken valt, namelijk de keuze tussen het ego (de afscheidings gedachte, of de Heilige Geest (Jezus). Hebben wij eenmaal de keuze gemaakt voor de gedachte van de afscheiding, en het ego-systeem, dan staan wij op het slagveld, en is alles moord en doodslag, we zijn dan volledig in slaap en blindelings verwikkeld in overmachtige gebeurtenissen, want de wereld (buiten ons) en 'ons leven' zijn nu iets willekeurigs en bedreigends dat ons overkomt.

Dit is de keuze voor de kruisiging, of zoals Kaiser het noemt Kruiswerking. Dat wil zeggen, het is die vorm van leven waarin wij denken dat het leven ons overkomt, als overrompelend gebeuren, waarin wij dan als individu trachten coûte que coûte stand te houden, in ontkenning van het feit dat de uitkomst onherroepelijk de dood is. Want wij maakten dus op die manier de keuze voor de moord van Christus, voor de dood, want immers het idee van een individueel bestaan - Kaiser spreek van drijvende eilanden - is an und für sich de ontkenning van de eenheid van de schepping van het zoonschap, en heeft nooit een andere afloop dan de dood in één of andere vorm. En onze identificatie als individu, verschillend van alle anderen, brengt dus terstond het knagende gevoel met zich mee dat God het niet veel goeds met ons voorheeft, omdat wij zijn Zoon vermoord hebben (en eigenlijk Hem dus), en zo raken wij in de ego-cyclus van zonde, schuld en angst, waarvan de angst voor God de grootste is. En daar het ego-systeem die keuze voor de afscheiding continue moet bevestigen om zichzelf in stand te houden, geraken wij dus in die schijnbaar machteloze positie van kennelijk niets anders te kunnen dan steeds maar in het belang van dat vermeende zelfbehoud, en dus de afscheiding te handelen.
Jij die gelooft dat God angst is, hebt slechts één enkele substitutie gepleegd. Die heeft vele vormen aangenomen, want het was de vervanging van waarheid door illusie, van heelheid door fragmentatie. Ze is zo versplinterd geraakt en onderverdeeld, dat het nu vrijwel onmogelijk is te zien dat ze ooit één was, en nog steeds is wat ze was. Die ene dwaling, die waarheid aan illusie, oneindigheid aan tijd, en leven aan dood heeft verleend, was het enige wat je ooit hebt gedaan. Heel je wereld rust hierop. Alles wat je ziet is er een weerspiegeling van, en elke speciale relatie die je ooit hebt gevormd maakt er deel van uit. (ECIW:T18.I.4, met kleine wijzigingen van mijn hand.)
  en ook:
Het is alleszins redelijk te vragen hoe de denkgeest ooit het ego heeft kunnen maken. Het is in feite de beste vraag die je stellen kunt. Het heeft echter geen zin om een antwoord te geven aan de hand van het verleden, omdat het verleden er niet toe doet, en de geschiedenis niet zou bestaan als deze zelfde fouten niet in het heden werden heraald. Absract denken is van toepassing op kennis, omdat kennis volkomen onpersoonlijk is en voorbeelden onbelangrijk zijn om haar te begrijpen. Waarneming is echter altijd specifiek en daarom heel concreet.
Iedereen maakt voor zichzelf een ego of zelf, dat vanwege zijn instabiliteit aan enorme wisselingen onderhevig is. Ieder maakt bovendien voor ieder ander die hij ziet een ego dat al even wisselvallig is. De interactie daarvan is een proces dat beide verandert, omdat ze niet door of met de Onveranderlijke werden gemaakt. Het is van belang te beseffen dat deze verandering even gemakkelijk kan en zal optreden wanneer de interactie in de denkgeest plaats vindt als wanneer ze gepaard gaat met fysieke nabijheid. Over een ander ego denken heeft evenveel effect op het veranderen van relatieve waarneming als fysieke interactie. Een beter voorbeeld dat het ego slechts een denkbeeld is en geen feit, kan er niet bestaan. (ECIW:T4.II.1-2)
Kortom letterlijk alles in 'ons leven' vloeit voort uit de keuze om een ego te zijn, en dus 'een leven' te hebben, in plaats van het leven dat God ons geschonken heeft. Als gevolg van die keuze staan wij onmiddelijk op het slagveld, en in een staat van oorlog met alle andere ego's, en wij worden overrompeld door de gebeurtenissen, zonder enig bewustzijn dat die alleen maar het logisch voortvloeisel zijn uit de keuze om ons met een ego te identificeren. Hier is hoe Kaiser het verwoordt op pagina 6 van Geboorteweeën van de nieuwe mens, waar hij spreekt over wereldse deskundigen die altijd veel dingen weten, (maar nooit het geheel), als volgt:
Vandaar dan ook, dat de deskundigen altijd frappant "koning" zijn van een begrensd gebied, zich in hun koningschap altijd bedreigd moeten voelen door het koningschap van anderen, en dus vroeg of laat slaags raken met die andere "koningen". Daarbij doen dan hele horden van vazallen (would-be koningen) mee aan een min of meer georganiseerde strijd. Het kenmerkende van deze (als van alle andere) strijd is: dat geen der partijen boven die strijd staat; dat geen der partijen in waarheid de strijd als middel gebruikt, maar dat de strijd hun overkomt. Noch begin, noch verloop, noch resultaat van de strijd zijn in de hand der strijdenden. Dit werpt en passant een eigenaardig licht op oorlog en oorlogsvoorbereiding, op diplomatie en politiek. (J.W. Kaiser, De geboorteweeën van de nieuwe mens, pag., 6).
Kortom, wat deze passage overduidelijk weergeeft, is het feit dat als we geheel in onze rol opgaan dat we dus vergeten dat we nog een denkgeest zijn, en het leven overkomt ons nu. Dat plaatst ons dan in een versie van de meest geliefde rol van het ego, de slachtoffer rol, en de enige uitweg is en blijft om ons boven het slagveld te verheffen, en bij Jezus of de Heilige Geest te rade gaan om het alles ànders te gaan zien, en dan dus te leren handelen vanuit die leiding. Door zo, met Jezus, te leren toeschouwer te worden van ons eigen drama, worden wij dus vrijer van de identificatie met onze ego rol, en bevrijden wij onszelf en onze broeders van de anders onvermijdelijke gevolgen van de keuze voor het ego.

Deze andere keuze betekent dus ook meteen dat wij ons van onze zelfgekozen "rol" losmaken, en ons niet hoeven te verdedigen, zoals Kaiser zo levendig beschrijft in bovenstaande passage. Want de waarheid behoeft geen verdediging, zoals Jezus ons ook voorleefde. De waarheid is wat hij is, onafhankelijk van wat voor menselijke "deskundigheid" die altijd van beperkte aard is. En als wij dus ophouden, aan de hand van Jezus, die eigen rol centraal te stellen, dan kunnen wij ook leren leven in dienst van die waarheid. Dat is het wakker worden uit de droom, wat wij maar moeizaam doen en eigenlijk niet willen, omdat het ons zekerheid lijkt te ontnemen. Totdat het ons eigenlijk daagt dat juist die beperkte zekerheden onze eigen gevangenis zijn, en de tyrannie van het ego bestendigen, en dan zijn wij misschien bereid om de toegestoken hand te grijpen en hem te volgen naar waarheid en vrijheid.

Kiezen wij weer voor de ego-rol, dan zijn wij terstond weer diep in slaap en opgenomen in de verwikkelingen op het slagveld, en slachtoffer van de ontwikkelingen aldaar, die ons 'overkomen' en die wij op geen enkele wijze in de hand hebben.

Rogier F. van Vlissingen

1 opmerking:

  1. Treffend is ook dat Kaiser aangeeft "dat wij elkaar in onze levensovertuigingen ontmoeten, en dus niet direct'' (J.W. Kaiser, De geboorteweeën van de nieuwe mens, pag., 7/8). En dat onze overtuigingen, dus onze eiland-gedachtes naar buiten geprojecteerd met elkaar strijden: "Het is alles immers wapenrusting en arsenaal en dient alleen de strijd, die er niet zijn moest? Omdat er in waarheid niets te strijden valt maar te Zijn, en vanuit dat Zijn te Doen." (J.W. Kaiser, De geboorteweeën van de nieuwe mens, pag., 8).

    En de Cursus legt er de nadruk op dat onze overtuigingen aan het licht gebracht moeten worden, die we buiten ons geprojecteerd zien, en vergeven zodat we elkaar echt ontmoeten in de denkgeest in het "Zijn" en vandaaruit te "Doen".

    BeantwoordenVerwijderen