Bijdragers

14 oktober 2009

De Poort

In 'Inwijding' (J.W. Kaiser uit: Mysteriën van Jezus in ons leven), spreekt Kaiser over 'Inwijding' als het binnengaan en binnengeleid worden.
In dit proces van transformatie van 'de Tijdsbeleving in de Eeuwigheidsbeleving' (JWK Inwijding blz. 19) moeten de door ons opgeworpen obstakels weer opgeheven worden.
Hij beschrijft dat als volgt in prachtige symbolische taal:  
Daar moeten wij juist leren in het ongevormde zwevende te zijn temidden van de ongetelde kras-aanmatigende vormen. Zodat voor alle mysten Vormgeving en Vormverbinding onophoudelijk de Judas is, datgene wat de in ons tot leidende gestalte gekomen zoon van God voortdurend "overlevert" aan de vele machtsinstanties van het God-trotserende, tijdsgeboren Ik. De Hogepriester met zijn overpriesters, schriftgeleerden, pharizeeërs, samenspannend met de barbaarsheid van Herodes (wellust) en het geweld (Rome) verkocht verstand (Pilatus). Niet om determinering of het kennen dier symbolen gaat het, maar om de voldoening aan die onverbiddelijke eis.' (JWk Inwijding blz. 19)
Dit zegt eigenlijk hetzelfde als wat ik zie en ervaar de laatste tijd, alle zogenaamde blokkades die de ego-denkgeest ('het God-trotserende, tijdsgeboren ik'. JWK) op heeft geworpen en opwerpt ten einde dat wat ik werkelijk ben aan het oog te onttrekken, symbolisch als 'poorten'. De poorten die ik pas als zodanig kon zien, toen de vraag oprees: 'er moet een andere manier zijn'.

Dan kan het proces van 'binnengaan en binnengeleid' worden beginnen.

Ineens werd de grauwe sluier van een stuurloos voortgesleept worden door de schijnbaar willekeurige chaos van de ego-denkgeest, opgetild en zag ik de poorten waardoor gegaan moet worden ten einde te kunnen binnengaan, voor me opdoemen één voor één.
En begreep ik plotseling dat altijd aanwezige Verlangen een verlangen dat ik leven(s)lang vruchteloos trachtte te stillen in de voor mij tot dan toe enige zichtbare wereld. Het bleek het diepe Verlangen naar de Liefde van God.
Ook weer prachtig beschreven door JWK: 
Zo komt de Wachtende die weet, dat wij ons herhaaldelijk vergeven aan gestalten van de Tijd, maar dat wij toch niet zijn gehuwd; dat wij als hunkerende vrijgezellen ons "bevestigen" aan deze en aan gene, tot wij uiteindelijk de eeuwige Geliefde vinden, in Wie alle hunkering verstilt' (JWK Inwijding. blz.20 )
Dat wat 'Inwijding' wordt genoemd is eigenlijk niets anders dan het weer terugkeren naar God, naar Huis, zoals in het verhaal van de verloren zoon wordt beschreven. Terwijl in werkelijkheid niets of niemand ooit maar de Eénheid heeft kunnen verlaten. Het is slechts een droom van afscheiding een waangedachte, 'een nietig dwaas idee' zoals ECIW dat noemt. (ECIW T27.VIII.6:2)
Hieruit volgt het onvermijdelijk gevolg dat terugkeer voor elke schijnbaar afgedwaalde, afgescheiden denkgeest 'verplicht is', onontkoombaar, zoals in de Inleiding van ECIW staat: 
Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. (ECIW. Inl. 1)
Verlossing is onvermijdelijk, maar wij moeten zelf de bereidwilligheid tonen het te willen. Ook dit kom ik in 'Inwijding' van JWK tegen:

Op iederéén rust deze blik, en "waar ook maar de kleinste "aanvang" wordt geboren in een leed-geploegde, met Verlossingszaad bezaaide, wordt onmiddellijk handreiking gedaan. (..)
Zelfs de geringste Inzet die wij mensen doen als innerlijk bereid-zijn, niet door ons omschreven of bestemd, in argeloos vertrouwen, wordt ontvangen en beantwoord van omhoog.. (JWK Inwijding blz.20.
 Als dan de keuze is gemaakt en de bereidwilligheid er is, ervaren is dat er een andere manier moet zijn (ECIW) dan dit lijden, tot inzet voor het heilige bereid (JWK) dan is een mens aannemelijk als Neophiet, toegankelijk voor de Meester. (JWK Inwijding blz.21) 
en dan: 
Dit is de status van de ziel waarover Jezus Christus zich ontfermt, de zieletoestand waarin een mens bereid is de leiding uit handen te geven, niet meer aan een mens of groep van mensen, of een door mensen opgericht instituut, maar aan God. Zo klopt een mens zonder het te weten aan de Poort der Inwijding, niet door te hunkeren naar kennis van geestelijke dingen; niet door te streven naar persoonlijke vervolmaking, niet door enige wens te groeien of te stijgen, beter, schoner of machtiger te worden, verwerft een mens toegang tot deze Poort. Maar in ontgoocheling, in vertwijfeling, in onmogelijk verder kùnnen meedoen aan de waanzinnige strijd om zelfbehoud en zelfverheffing, in algehele opgeving van welke illusie-najaging dan ook. Want daardoor alleen laten wij de waanschema's van zelfvervulling los, die ons binden aan eendere bevangenen en bereiken wij de mogelijkheid van het Zoonschap. Zo klopt een mens aan zonder het te weten, en de Poort gaat open, zonder dat hij het ziet. Want elke Inzet van bereidheid tot het onbekende, niet op zelfvoldoening gerichte, geeft als reflex Oproep. Deze Oproep is het antwoord van omhoog, een uitnodiging om te zijn en te doen. Die Oproep bestaat uit ons dan toegezonden Tijdsgebeuren dat wij niet doorzien. In dit Tijdsgebeuren wordt nauwkeurig toegediend, wat dienstig is om los te maken van onze fatale bindingen en in het "staan" te midden van deze doorziene figuur, Gaan wij het Pad. Uit het Gaan resulteert enige vermindering van onze "blindheid' . Uit het Gaan resulteert dus enig Zien. (JWK Inwijding blz. 21/22)
Dan kan het proces van het Pad gaan (JWK) of het volgen van Jezus en of de Heilige Geest, zoals ECIW het merendeels noemt, aanvangen. Aan de Hand van Jezus en of de Heilige Geest leren we de blokkades die tegen de Liefde van God zijn opgeworpen herkennen en loslaten, vergeven. Een meestal onvermijdelijk als pijnlijk ervaren pad, immers lang gekoesterde overtuigingen mogen nu worden losgelaten en vergeven. Totale overgave is geboden in deze woestijngang (JWK Inwijding blz. 23)

En de "Inwijdeling" toont alleen bereidheid hij "hoeft niets te doen" integendeel elke bemoeienis of inmenging verstoort en remt het proces alleen maar af en moet als niets anders worden gezien dan de verdediging van de ego-denkgeest. Alertheid is dus geboden en deze verdedigingen moeten worden gezien voor wat ze zijn aan het licht gebracht en ook weer vergeven. Niet geanalyseerd, afgewezen, gekoesterd, maar overgegeven aan Jezus en of de Heilige Geest, Zij die ons voorgaan.
Het analyseren, willen begrijpen, wetenschappelijk benaderen, of er een of andere theologie tegenaan gooien is alleen maar het dralen voor de Poort. Is dralen in tijd en ruimte. De Poort alle aandacht geven en niet het erdoorheen gaan. De Poort zien als doel, door deze nog eens even lekker opfrissen door een nieuw verfje te geven of, op te poetsen tot het koper weer glimt, misschien nieuw hang en sluit werk, extra verstevigen, misschien en klein kijkgaatje erin aanbrengen of een brievenbus, is niets anders dan alleen maar het verbergen van de angst er niet doorheen te willen gaan.
of zoals JWK het verwoord: 

Realisatie in de tijd is het grote obstakel. Toch is ontkenning van tijdswaarden als "obstakel" zelf ook weer een obstakel. De schijnbare wreedheid van tijdswaarden is resultaat van miskenning van tijdswaarden als obstakel.
Ons denken tracht het eeuwige te vatten en is daarom zelf beletsel voor nadering en toelating van het eeuwige in de mens. Het uit drang naar zelfbehoud geboren denken is volkomen in de ban van het verleden. Het kan daarom nooit de gids of baanbreker zijn in het nog niet beleefde. (JWK Inwijding blz. 28)
Ik heb de Poort leren zien als Kans, een kans om terug te keren naar Eenheid, naar God. Door de blokkades van de ego-denkgeest te onderkennen, aan het licht te brengen, worden ze kansen om weer terug te herinneren wat ik werkelijk ben: Geest en één in God.Door ze aan Jezus en of de Heilige Geest te geven gaan ze werken als hulpmiddelen, als sleutels die de Poort ontsluiten. Zo wordt elke ervaring een keuze moment, kiezen voor de ego-denkgeest of voor de Heilige Geest Denkgeest.Over het niet zelf doen, maar het Overlaten staat in een van de Logia, die door Margaretha Hofmans werden doorgegeven, en in dit hoofdstuk zijn opgenomen:  
Indien al de schroeven van kwaadaardigheid vaster liggen dan zo oorspronkelijk lijkt, dan behoeft de leerling zich daar niet over te bekommeren, omdat dit het werk is van de Timmermanszoon. En zijn hand is sterk, en vooral onwrikbaar,
De keuze tussen de ego-denkgeest of de Heilige Denkgeest zal ik wel zelf moeten maken, een keuze gemaakt binnen de specifieke persoonlijke ervaringen. Geen theoretische keuze maar een doorleefde keuze door de persoonlijke ervaring heen. En uiteindelijk de volledige Verzoening aanvaarden voor mijzelf. Dan zal de Poort zich openen en volledig verdwijnen, dan zal blijken dat er geen Poort was en is en zal zijn. Dan vallen begin en einde volledig samen.


Annelies Ekeler

10 oktober 2009

Een nieuw begin voor dit blog

De voorganger van dit blog op Xanga groeide tot een punt waar althans alle boeken van Kaiser een inleidende bespreking kregen, en enkele themas in zijn werk wat verder uitgediept werden.

Veel van die groei gebeurde in een samenspraak met Annelies Ekeler, met wie ik in de loop der jaren een intense samenwerking ontwikkelde, o.a. rond de vertalingen van het werk van Gary Renard in het Nederlands. In deze laatste jaren is ook bij haar een diepgaande liefde voor het werk van Kaiser ontbloeid, en ik voelde het vaak als een belemmering dat zij alleen kon antwoorden op een blog dat ik begon, en niet zelf een nieuw onderwerp kon entameren. Blogger maakt het gemakkelijk om meer dan één schrijver op een blog toe te laten.

Recentelijk maakte Annelies gewag van enkele ervaringen die zij had, waarbij zich alweer haar bekendheid met het werk van Kaiser aandiende als een belangrijke handrijking in het herkennen van de ware aard van haar ervaringen, en dat gaf mij de concrete aanleiding om nu alles in orde te maken zodat wij gezamelijk verder kunnen bloggen, zonder ons bezorgd te maken over wie voorgaat met het aansnijden van een nieuw onderwerp.

Inmiddels is het eigenlijk te gek dat wij in Nederland aan de lopende band boeken verkopen van alle mogelijke vreemde knakkers op spiritueel terrein, als ze maar uit het buitenland komen. Boekenplanken vol met spirituele charlatans, en met daar tussendoor zelfs ook enkele waarachtige spirituele leraren, zoals Byron Katie, Jeff Foster, Eckhart Tolle, en een aantal waarachtige leraren van de Cursus, zoals Ken Wapnick, Gary Renard, enz. En nog vele anderen zijn vanzelfsprekend waardevol.

Johan Willem Kaiser is echter zonder enige twijfel een leraar van wereldformaat, en één die de ware leer van Jezus in een voor zijn tijd geeigende stijl ongeëvenaard tot uitdrukking wist te brengen. Het resultaat loog er niet om, en min of meer zoals Ken Wapnick altijd lachend zegt dat hij altijd weet dat hij goed bezig is als de hele zaal in slaap valt, zo werd ook het werk van Kaiser volledig verwaarloosd, en tijdens zijn leven niet erkend, en raakte het na zijn dood snel in de vergetelheid.

Na zijn overlijden bleek toch ook dat onder andere de nasleep van de Hofmans-affaire ten paleize, eigenlijk een redelijke waardering van Kaiser's werk kennelijk in de weg stonden, en zijn werk verdween geleidelijk aan merendeels naar de Slegte. Net als met de Cursus, kan zijn taalgebruik ietwat intimiderend lijken, echter naarmate onze eigen eerste hands spirituele ervaring toeneemt, zal die taal steeds minder een belemmering worden, en er een diepgaand herkennen groeien dat hij er één was die ons voorging, en in de moderne tijd ons wist bij te brengen hoe en waar wij ons zoeken dienden te richten om onze eigen relatie met de Meester aller Meesters te vormen.

Geduld is echter een schone zaak, en Kaiser's werk groeit voor ons, naarmate wij de tijd nemen om het op ons in te laten werken, en er alweer ook zelf in doorgroeien, zodat een innerlijk verstaan, meer nog dan een literair/intellectueel verstaan tot stand komt. De ervaringen die ik ook samen met Annelies gezien heb van anderen die op hun beurt weer dit werk ontdekken, bevestigd voor mij weer het blijvende belang van het werk van deze man. Ik hoop dus zonder meer, dat met deze inauguratie van dit nieuwe platform er ook geleidelijk aan steeds meer een basis zal komen voor een herontdekking van het werk van Kaiser, want hij steekt vaak met kop en schouders uit boven veel van de zogenaamde spirituele literatuur van de 19e en 20e eeuw.

Hij staat op één lijn met de groten zoals Krishnamurti, en Sri Ramakrishna, en heeft in veel opzichten werkelijke bijdragen geleverd tot een verdieping van ons verstaan van het werk van de groten van de spiritualiteit, van Blavatsky, Steiner, Gurdieff, Prof. Dr. Hermann Beck, Martin Buber, en vele anderen. Kortom, de tijd is rijp voor de herontdekking van een groot spiritueel leraar die in moderne tijd in Nederland werkzaam was, en die waarlijk nog voortdurend zijn relevantie toont in het leven van de mensen wie zijn werk tot steun heeft mogen zijn in de vaak moeizame tijden van de "dark night of the soul."

Rogier F. van Vlissingen

07 september 2009

Geboorteweeën van de nieuwe mens

In Geboorteweeën is Kaiser aan het woord als natuurmysticus, die in de symboliek van de natuur een weergave ziet van onze hoogste geestelijke verlangens. En dat kan het natuurlijk ook zijn, als wij onze contemplatie laten leiden door de Heilige Geest - dat is voor vele daadwerkelijk ontwaakten in de loop der eeuwen vaak zo geweest. En het is weer Kaiser's specifieke gave om ons te laten zien dat er zovele toegangen zijn die ons allen aan hetzelfde herinneren, indien wij maar de juiste luisterende en ontvankelijke houding hebben. Er zijn vele wegen en de contemplatie van de natuur is er zeker één. In Kaiser's behandeling blijft het een spiritueel en symbolisch proces, en hoewel hij het soms verwoordt op een manier die ietwat verwarrend kan lijken, is het uiteindelijk toch duidelijk dat onze werkelijkheid er een van éénheid is, en dat de vormenwereld waarin wij ons als ego menen te bevinden, een wereld van schijn en illusie is, waar dan het alternatief bestaat om door de Herinnering aan God, als de Verloren Zoon, de terugweg naar Huis te aanvaarden. Kaiser vat dat samen als: "Het is de triomf van het Zijnde over de bijna overweldigende schijn. Het is het vergeten-kunnen van al het bijkomstige omderwille van het indachtig zijn van Het Ene Nodige." (pag. 19)

Het is toch ook duidelijk dat de ontmoeting met Jezus buiten tijd en ruimte ligt, en dat het "ik" bewustzijn, de individualiteit dus, juist de ontkenning van God is (pag 40 en 41). Jezus zal het in de Cursus later nog krasser zeggen, namelijk dat de wereld gemaakt is als een aanval op God. Kaiser wijst er ook op dat ons ik gerichte denken ons dus niet kan bevrijden uit deze warboel, of zoals hij het zegt: "Het denken kan zichzelf niet 'kennen'." (pag 41). En alweer legt de Cursus even later nog meer nadruk op dit punt door uit te leggen dat  de aanklacht (van het ego) wel waterdicht kan zijn, maar niet Goddicht. Met andere woorden, we kunnen onszelf belazeren (zolang als het duurt), maar de Heilige Geest tuint er niet in. We moeten natuurlijk wel om hulp vragen, om juist buiten dat gesloten referentie kader van het ego te komen...

Dit boek als geheel staat in het teken van de overgang van het Vissen tijdperk naar het Aquarius tijdperk, in de zin van het Platonische jaar van de precessie van de lente equinox. Kaiser zag en beleefde de astrologische symboliek op uiterst diepgaande wijze. Hij ziet de overgang van het ene tijdperk naar het andere als een periode van verschuiving in het menselijke repertoire voor levensverwerkelijking, waarbij juist dat verschuiven van die uitdukking en vormgeving van ons bestaan een intensivering teweegbrengt van de mogelijkheid tot ontwaken. Temidden van die verschuivingen ervaren wij dan dus de geboorteweeën van de nieuwe mens, als uitnodiging om te ontwaken tot ware levensverwerkelijking, terwijl om ons heen de wereld doordrenst om ook in die nieuwe symboliek alles toch weer te reduceren tot meer van hetzelfde, zoals het ego het maar al te graag houdt.

Zelf zie ik de verschijning van Een Cursus in Wonderen (ECIW) graag in dit verband: een nieuwe, vernieuwde en veel diepgaander presentatie van de leer van Jezus voor deze nieuwe periode. En het feit dat bijvoorbeeld via het werk van Gary Renard de indruk tot ons komt dat het zeker zo'n vijfhonderd jaar gaat duren vóórdat de Cursus meer algemeen goed worden zal, sluit daar ook weer bij aan, want die overgangen zijn een zeer geleidelijke zaak in onze ervaring in de tijd.

Bij Kaiser lijkt het soms of hij de wereld wel een zeker werkelijkheids karakter toeschrijft en als schepping behandelt, echter op de kritieke momenten zegt/schrijft hij dan toch ook weer dingen waarin een inzicht blijkt over het volledig illusoire karakter van het uitzicht dat ons sterfelijk apparaat hierover koestert (kromzicht). Veel van zijn werk impliceert wel degelijk dat hij het projectie mechanisme van het ego doorziet, en dus de fundamentele psychologische dynamiek onderkent van de droom figuren in onze droom. Ook vinden we hier weer zijn typische behandeling van elementen van het evangelie-verhaal als figuren in onze droom, met de volledige realisatie, geheel in de geest van Freud's droom analyse dat wij zelf alle figuren in onze droom zijn, zoals ook alle spelers in een toneelstuk uit één denkgeest, die van de schrijver, zijn voortgekomen. Zijn inzichten in de symbolische betekenis van die figuren zoals Simeon en Judas, zijn zeer indringend. Zijn behandeling van wat de Cursus de speciale relatie noemt, op pagina 75 is briljant, en zijn term ervoor, "duozelfbehoudsworsteling", is onvergetelijk, omdat het precies de tegenstrijdigheid van zulke relaties tot uitdrukking brengt, dat het een samengaan is ten behoeve van de bevestiging van het valse zelf van ons ego, en dus gedoemd, omdat beide partijen elkaar naar de strot grijpen.

Uit die betreffende paragraaf is dan ook duidelijk dat hij ziet dat wij in onze ware aard God's schepselen zijn in de éénheid van de schepping en het Zoonschap, en dat het in de afscheiding dus juist onze wil is die zich tegen de Wil van God in wil zetten, en dus bijvoorbeeld onze relaties op die manier gebruikt om de afscheiding van God waar te maken. Hij ziet al die ik gerichte relaties dus als pseudo-gebeuren en substituut voor de ene ware relatie met God. In dat opzicht zit hij dan duidelijk op dezelfde metafysische toer als de Cursus. Dat maakt het mij gewoon weer duidelijk dat het hier hoe dan ook om de leer van Jezus gaat, die Kaiser toch op een uiterst diepgaande wijze kon verstaan en in de geest van de tijd waarin hij leefde tot uitdrukking kon brengen. Wat hij echter niet doet, is de metafysica in détail uit te werken, zoals we dat in de Cursus vinden, terwijl hij er wel over spreektt alsof iedereen het allang begreep. Al met al is Kaiser voor mij eigenlijk net als bv. General Patton een man van de 19e eeuw die in de 20e eeuw leefde, en het is dus soms even wennen aan zijn archaische taalgebruik. Maar doen wij dat, dan zal zijn poëtische kracht ons meeslepen.

Zijn woordgebruik is vaak fascinerend. Woorden zoals onze "vormverknochtheid" om de keuze van het ego van vorm boven inhoud uit te drukken, alsook ons "kromzicht", een woord dat ook uit en te na aangeeft dat we vanuit ons "ik" betrokken blikveld nooit de werkelijkheid zien. Het heeft misschien niet de bijna klinische helderheid van het gebruik van projectie in de Cursus, maar het laat er geen twijfel over bestaan wat er hier bedoeld wordt.

Wonderschoon is ook Kaiser's beschrijving op pagina 67:
Als God Zijn Aandacht richt in de menselijke sfeer, gaat die Gerichtheid zeker deze sfeer binnen, maar niet als menselijke hoedanigheid. Daarin ligt het geheim va de Overbrugging, die HIJ alleen kan doen geschieden. Wanneer Hij deze Aandacht op een mens richt, dan houdt dat in, dat deze mens in staat is of in staat gesteld wordt, de Overbrugging in zich te laten voltrekken.


Hoe deze voltrekking zich in de menselijke sfeer tot menselijke waarden richt, is eveneens een geheim, dt alleen te ervaren is door hem in wie het geschiedt en wel zodanig, dat die mens daardoor in staat gesteld wordt de Brug voor eigen gerichtheid te betreden.


Natuurlijk kan noch deze mens, noch een ander mens dit tot een menselijk begrip herleiden.
Dit komt overeen met de notie in de Cursus dat de laatste stap altijd door God gedaan moet worden. Aan ons dus de keuze om al of niet Jezus te volgen, waardoor wij in hem kunnen ontwaken, en dus als wedergeboorte in verbinding met hem voor onszelf de verzoening aanvaarden. Daarna kunnen wij dus als Jezus op aarde werkzaam blijven. Dat is dus de levende herinnering van dat het Zoonschap één is. De laatste stap, van de vereniging van de Vader en de Zoon kan door God alleen voltrokken worden. Daarin ligt ook, iets wat Kaiser hier wel impliceert, maar niet expliciet uitwerkt het verschil tussen de leer van Jezus en de leer van de Boeddha. Het Boeddhisme spreekt wel over het ontwaken tot de denkgeest, maar niet over de uiteindelijke hereniging van de Vader en de Zoon. Toch is het opmerkenswaard dat het Boeddhisme als geheel psychologisch veel meer diepgang heeft dan de Christelijke traditie die de betekenis van Jezus als innerlijke leraar nagenoeg geheel ontkende, en zich merendeels alleen met uiterlijkheden en moraliteit bemoeide.

Het totaal effect van dit boekje van Kaiser, inclusief het van tijd tot tijd moeilijke taalgebruik, sluit toch nauw aan bij wat wij nu uit de Cursus en andere non-dualistische tradities kennen, en is dan ook altijd een eerlijke reflectie van het feit dat deze dingen die spreken van een non-dualistische werkelijkheid, buiten ruimte en tijd, niet in de taal van een dualistische wereld uitgedrukt kunnen worden, anders dan in symbolen. Kaiser's unieke taalgebruik houdt ons daarbij zeker bij de les, zodat wij niet in slaap sukkelen. Hij dwingt ons om bij elke regel op te letten. Het hele boekje is een uitnodiging om die andere weg te kiezen, waarop wij, zoals Een Cursus in Wonderen het zegt, alle waarden, alle zekerheden in twijfel zullen moeten trekken, en ons toewijden aan het verwijderen van die innerlijke obstakels tegen de liefe van God. Onze waarden zijn het die tot nog toe in ons leven het bewustzijn van God als onze Vader en bron hebben buiten gesloten, omdat zij ons gevangen houden in de valse persoonlijkheid die de ontkenning daarvan inhoudt, en die onze hele pseudo-werkelijkheid als onzalig substituut voor de schepping in stand gehouden.

Kaiser schrijft vaak ook over de schijnbaar meer alledaagse symbolen waarin wij ons thuisvoelen, en waarin de wereld als onze ervaringswerkelijkheid erkend wordt, maar toch wel altijd zo, dat hij tot inzicht en doorzicht uitnodigt. Dit doet mij soms denken aan de episode van Helen Schucman die Jezus vaak gebruikte als haar Higher Shopping Service - dat was een manier waarop zij bij het winkelen aan Jezus hulp kon vragen, en dan vaak sneller vond wat ze nodig had. Dat ging jaren zo door, tot hij haar op een goede dag zei, van we hebben tot nog toe het heel aardig gedaan, maar we kunnen nu beter, enz.

Bij Kaiser is het zijn enorme reikwijdte, en het feit dat hij met de symboliek van vele tradities vertrouwd is, wat maakt dat hij tot velen kan spreken. Tegelijk is echter de ondergrond van wat hij zegt en waar hij steeds op terug komt, een ongelofelijk gevariëerde, maar toch consistente uitdrukking van de leer van Jezus, verpakt in zijn soms ietwat archaïsche en gedragen taal,  die ook in het midden van de twintigste eeuw al niet makkelijk was, maar hij behoort dus gewoon tot de klassieken van de spiritualiteit. Hij is en blijft een Nederlandse spirituele leraar van wereldformaat, wiens werk helaas in de vergetelheid raakte, maar veel van wat hij zei en schreef is nu meer toegankelijk dan vijftig jaar geleden toen het voor het eerst gepubliceerd werd.

Rogier F. van Vlissingen